Volkstelling onder Quirinius: een historisch probleem?

 

door 

A.C.I. Langevel

 

Samenvatting: Geisler en Howe hebben in hun handbook voor bijbelmoeilijkheden onder andere de problematiek rond de volkstelling in Lucas aangepakt. Hoewel hun argumenten hier en daar aan kritiek onderhavig zijn, weten ze de geloofwaardigheid van het geboorteverhaal in het Lucasevangelie te versterken, en zo de skepticus stof tot nadenken te geven.

Moeilijkheid

 

Navigatietips:

Algemene disclaimer: zie onderaan

 


© Langevel, Utrecht, november 2000.

 

Inhoud

Leader

I. De volkstelling

    I.1 Volkstelling als machtsmiddel

    I.2 Volkstelling als regelmatig terugkerend verschijnsel

    I.3 Volkstelling als 'grand project'

    I.4 Volkstelling en terugkeer tot de geboorteplaats

    Volkstelling en conclusies

II. De verwijzing naar Quirinius

    II.1 De bevelhebber en zijn militaire campagnes

    II.2 De bevelhebber en de archeologie

    II.3 De bevelhebber en de griekse grammatica

    Bevel en conclusies

III. Conclusies

Literatuur

 


In de geloofwaardigheid van de evangeliŽn zijn de geboorteverhalen nogal eens een struikelblok. Moeilijkheden in deze verhalen zijn vooral de datering van de volkstelling en de verwijzing naar Quirinius' bewind. Oplossingen voor deze vermeende moeilijkheden zijn wel degelijk te vinden volgens bekende evangelicalen. Een proeve.

I. De volkstelling

De meeste lezers hebben de volgende zin wel eens met kerst gehoord: "En het geschiede in die dagen, dat er een bevel uitging vanwege keizer Augustus, dat het gehele rijk moest worden ingeschreven". Deze zin komt uit het evangelie van Lucas, die verwijst naar een wereldwijde volkstelling die onder Caesar Augustus gehouden zou zijn, terwijl Quirinius het bewind over SyriŽ had. De annalen van de Oudheid vermeldden niets over een dergelijke volkstelling op het tijdstip van Jezus geboorte (7-4 v.Chr.), hetgeen vreemd is, aangezien dergelijke volkstellingen over het algemeen wel te vinden zijn in Antieke Romeinse bronnen.

Tot niet zo lang geleden, werd door critici gedacht dat Lucas een vergissing had gemaakt in zijn verwijzing naar een volksregistratie onder Caesar Augustus, die Jozef en Maria noodzaakte te verhuizen naar Bethlehem. Men ging ervan uit dat de volkstelling werkelijk plaatsvond in 6 of 7 Christus.

Geisler en Howe stellen in hun encyclopedie van bijbelmoeilijkheden 'When critics ask' echter dat recent onderzoek heeft gemaakt dat het inmiddels algemeen erkend wordt dat er wel degelijk een eerdere volksregistratie was, zoals Lucas vermeldt. Dit wordt geconcludeerd op grond van verschillende factoren:

I.1 Volkstelling als machtsmiddel

Ten eerste; Aangezien de inwoners van een onderworpen land gedwongen waren een eed van trouw aan de keizer af te zweren, was het niet ongebruikelijk voor de keizer om een algehele volkstelling te verzoeken als uitdrukking van die trouw, als een middel om mannen voor militaire dienst te recruteren, of ter voorbereiding van belastingheffing.

Vanwege de gespannen verhoudingen tussen Herodus en Augustus in de latere jaren van Herodus' regering, zoals de joodse geschiedschrijver Josephus die meldt, is het niet onbegrijpelijk dat Augustus Herodus' rijk zou beginnen te behandelen als een onderworpen natie, en van daaruit een volkstelling zoals Lucas die rapporteert zou opleggen. Dit met als doel het onder de controle houden van Herodus en het volk.

I.2 Volkstelling als regelmatig terugkerend verschijnsel

Ten tweede; Periodieke registraties als degene die Lucas vermeldt vonden plaats met een regelmaat van 14 jaar. Volgens de papieren die de volkstellingen vastlegden zelf, is er inderdaad in 8 of 7 voor Christus een registratie geweest (Geisler en Howe verwijzen naar W.M. Ramsay, Was Christ born in Bethlehem, 1898). Vanwege het regelmatige, terugkerende karakter van het nemen van volkstellingen, zou elk daarvan natuurlijkerwijs worden opgevat als vloeiend uit het algemene beleid van Caesar Augustus, zelfs al zouden plaatselijke tellingen op initiatief van een locale gezagsdrager hunnen hebben plaatsgevonden. Daarom is het allesbehalve verwonderlijk dat Lucas de volkstelling kenmerkt als stammend van het decreet van Augustus.

I.3 Volkstelling als 'grand project'

Ten derde; Een volkstelling was een massief project dat waarschijnlijk verscheidene jaren in beslag nam. Rond 10-9 voor Christus is een dergelijke registratie begonnen in GalliŽ, die 40 jaar duurde voordat ze tot een einde kwam. Het is dus vrij waarschijnlijk dat het decreet om de volksregistratie te beginnen, zoals Augustus dat  8 of 7 voor Christus in Rome uitvaardigde, pas enige tijd later werkelijk in werking trad in Palestina. Problemen in de organisatie en voorbereiding kunnen de daadwerkelijke volkstelling vertraagd hebben tot 5 voor Christus, ofzelfs later.

I.4 Volkstelling en terugkeer tot de geboorteplaats

Ten vierde; Het was niet ongebruikelijk bij een volkstelling te eisen dat mensen terugkeerden tot hun geboorteplaats, of naar de plaats waar ze goederen in bezit hadden. Een bevel van C. Vibius Maximus in 104 na Christus verplichtte allen die van hun thuisplaats waren, daar terug te keren omwille van de volkstelling. Voor Joden zou een dergelijke reis niet uitzonderlijk zijn, aangezien ze vrij gewend waren aan de jaarlijkse pelgrimage naar Jeruzalem.

Volkstelling en conclusies

De conclusie van Geisler en Howe is dus: Er is eenvoudig geen reden om Lucas' vermelding van de volkstelling ten tijde van Jezus' geboorte te verdenken. Lucas' vertelling past in het patroon van registraties in de Romeinse Oudheid, en het jaartal waarop deze gereconstrueerd zou moeten worden, wanneer we ervan uitgaan dat Jezus rond 7-4 voor Christus is geboren, is niet onredelijk. Daarnaast zou het heel goed om een plaatselijke telling kunnen gaan, die het resultaat was van het algemene beleid van Augustus. Lucas voorziet ons eenvoudig van een betrouwbaar historisch verslag, van een gebeurtenis die voor anderen kennelijk niet belangrijk genoeg was om te verslaan, of waarvan het verslag met de tijd verloren is gegaan.

Uiteraard bewijzen Geisler en Howe hiermee niet in stricte zin, dat er ook daadwerkelijk een volkstelling is geweest rond Jezus' geboorte. Alles wat ze aannemelijk maken, is dat er best een volkstelling geweest zou kunnen zijn, anders gezegd; dat men zonder de eigen intellectuele integriteit op het spel te zetten het getuigenis van Lucas kan accepteren. 

Geisler en Howe zijn wat onvoorzichtig met hun stelling dat recent onderzoek duidelijk maakt dat er wel degelijk een volkstelling was ten tijde van de geboorte van Jezus. Ook hun beroep op de algemene consensus lijkt vooralsnog iets te voorbarig; hoewel hun ideeŽn ten aanzien van de volkstelling binnen evangelicale kringen wellicht gemeengoed zijn, lijkt het nog niet zo ver dat de meeste nieuw-Testamentici in hun overtuiging delen.

Desalniettemin geven ze overtuigende argumenten dat er wel degelijk een volkstelling zou kunnen zijn geweest ten tijde van Jezus, die voortvloeide uit een algemene beleidsvoering van Augustus en dat het dus niet zo is, dat men Lucas' verslag van de historische feiten niet serieus zou kunnen nemen, zonder daarmee de eigen intellectuele eerlijkheid te bewaren. 

 

II. De verwijzing naar Quirinius

Met het aannemelijk maken dat er een volkstelling plaats heeft gehad rond Jezus' geboorte, is de orthodoxe gelovige er echter niet. Lucas vermeldt dat de volkstelling die Caesar Augustus eiste, de eerste was tijdens het bevel van Quirinius over SyriŽ voerde. Quirinius werd echter pas in 6 na Christus gouverneur van SyriŽ, lang nadat Herodus de Grote was gestorven. Hoewel de kwestie vele bijbelgeleerden hoofdbrekens heeft bezorgd, zijn er volgens Geisler en Howe eenvoudige oplossingen voor deze moeilijkheid.

II.1 De bevelhebber en zijn militaire campagnes

Ten eerste; Quintilius Varus was dan wel gouverneur over SyriŽ van 7 tot 4 voor Christus, toen Jezus zo ongeveer geboren moet zijn, maar Varus was een dusdanig onbekwame leider, dat Quirinius in SyriŽ werd gelegerd om Varus 'bij te staan'. Varus' militaire onbekwaamheid toont zich misschien nog wel het meest in het verlies van drie legioenen in het Teutoburger woud in Duitsland, in 9 na Christus. Quirinius daarentegen was een opmerkelijk strateeg, die verantwoordelijk was voor het indrukken van de opstand van de Homonadenzen in Klein-Azie. Tegelijkertijd met de uitvaardiging van de volkstelling, in 8 of 7 voor Christus, vertrouwde Augustus Quirinius de breekbare problematiek van het gewelddadige Palestina toe. Door Quirinius speciaal gezag te verlenen oversteeg deze effectief de autoriteit van de gouverneur Varus.

II.2 De bevelhebber en de archeologie

Ten tweede; Er wordt ook wel voorgesteld, dat Quirinius op twee verschillende gelegenheden gouverneur van SyriŽ was. De eerste maal tijdens zijn veldtocht tegen de Homonadenzen tussen 12 en 2 voor Christus, en de tweede maal vanaf 6 na Christus. Een Latijnse inscriptie, ontdekt in 1764, wordt wel zo uitgelegd dat ze zou betekenen dat Quirinius twee maal gouverneur over SyriŽ geweest zou zijn.

II.3 De bevelhebber en de Griekse grammatica

Ten derde; Het is mogelijk dat Lucas 2:2 bedoelt te zeggen: "Deze volkstelling vond plaats voordat Quirinius het bewind over SyriŽ voerde." In dat geval zou het Griekse woord protoV, meestal vertaald als 'eerst', hier vertaald moeten worden als het vergelijkende 'voordat'. Vanwege de vreemde zinsopbouw zou dit helemaal niet zo'n vreemde vertaling zijn.

Bevel en conclusies

Welke oplossing ook gekozen wordt, het is in ieder geval niet noodzakelijk te concluderen dat Lucas een vergissing heeft gemaakt in de vastlegging van historische gegevens rond Jezus geboorte. Lucas bewijst zichzelf keer op keer als een betrouwbare geschiedschrijver, zelfs in details. Geisler en Howe verwijzen nogmaals naar Sir William Ramsay die reeds in 1896 in diens spraakmakende werk 'St. Paul  the Traveler and Roman Citizen' noteerde dat in het verwijzen naar 32 landen, 54 steden en 9 eilanden, Lucas geen fouten had gemaakt.

Hoewel deze accuratesse enig gewicht in de schaal legt ten aanzien van de historische betrouwbaarheid van de gegevens van Lucas, is met bovenstaande oplossingen lang niet alles gezegd:

Ten eerste maken Geisler en Howe het bijvoorbeeld niet duidelijk of er historisch bewijsmateriaal is waaruit duidelijk wordt wat de beweegreden van Augustus waren om Quirinius in SyriŽ te legeren, en of hij daarmee de bevelhebber van SyriŽ genoemd kan worden, of dat deze conclusie op een hypothese berust. 

De dubbelzinnigheid van de Latijnse inscriptie helpt de duidelijkheid in deze kwestie ook niet. Aangezien de interpretatie hiervan valt te betwisten, zoals Geisler en Howe toegeven, schept ze weinig helderheid in de vraag of Quirinius nu inderdaad twee keer het bevel voerde over SyriŽ.

De interpretatie dat Lucas zou willen uitdrukken dat deze volkstelling plaatsvond voordat P. Sulpicius Quirinius goeverneur werd in 6 na Christus is misschien nog het meest hoopvol. Volgens Lauffers klassieke geschiedenis werd in datzelfde jaar inderdaad een provinciale volkstelling in Judea gehouden door de kersverse stadhouder, en het kan zijn dat Lucas verwarring met deze volkstelling wilde voorkomen. Vraag is uiteraard waarom Lucas dan niet eenvoudig de stadhouder vermeldde onder wie volkstelling ten tijde van Jezus' geboorte dan wel plaatsvond.

Vragen blijven dus aan het adres van de historie, en aan bijbelkruisvaarders Geisler en Howe. Desalniettemin weten ze wel duidelijk te maken dat de skepticus die het woord van Lucas betwijfelt, er niet is met de vaststelling dat Quirinius geen stadhouder was van SyriŽ, toen Jezus geboren werd. Zo simpel is Lucas versie van de feiten niet af te doen.

 

III. Conclusies

Wanneer we zien op de redelijkheid van verschillende mogelijke oplossingen die aangedragen kunnen worden om de oneffenheden in Lucas verslag van de gebeurtenissen rond Jezus' geboorte recht te trekken, vinden we er verschillende tussen die ons moed geven zijn woorden aan de lezer dat hij: "tot het besluit gekomen is, na alles van meet aan nauwkeurig te hebben nagegaan, dit in geregelde orde voor u te boek te stellen, opdat u de betrouwbaarheid zou erkennen van de zaken, die u geleerd zijn" (Lc. 1:3,4), serieuzer te nemen dan velen op dit moment doen.

Verreweg de meesten van ons aarzelen te geloven aan de waarschijnlijkheid van een volkstelling rond Jezus' geboorte: Die skepsis hoeft, zoals we hebben gezien, niet terecht te zijn. Anderen twijfelen aan de waarschijnlijkheid van de regering van Quirinius rond Jezus' geboorte: ook hierin blijken oplossingen voor de historische problematiek mogelijk.

De grote verdienste van Geisler en Howe's encyclopedie voor dergelijke bijbelmoeilijkheden is dat zij er begrip tonen voor het gegeven dat de historische twijfels voor velen het evangelie van Lucas in diskrediet brengt. Hun boodschap in deze kwestie is dat Lucas zijn verslag niet schreef om de oren te kietelen van een kerkpubliek dat eenmaal per jaar rond de kerstboom of in een sfeerverlicht Godshuis naar romantische sagen komt luisteren.

Schreef Lucas zijn verslag van 'het leven van Jezus' als historische werkelijkheid? Indien zo, dan zou de historische accuratesse van L4ucas werk een helder licht doen schijnen op de historische Jezus. Het is aan de lezer te onderzoeken, en zelf te oordelen. Het laatste woord hierover is in ieder geval vooralsnog niet gesproken.

A.Langevel


Literatuur

 

Geisler, Norman L. & Thomas Howe. When Critics ask; A Handbook on Bible difficulties Wheaton, IL: Victor, 1992

S. Lauffer De klassieke geschiedenis in jaartallen, 1969, het Spectrum, Utrecht/Antwerpen

 


Aantal bezoekers sinds 3 dec. 2000:


UNIVERSI FINIS VERITAS!

 

Site Design: Copyright © 1999-2000 Stichting Europese Apologetiek
Pagina gemaakt op: 3 dec. 2000
Pagina bijgewerkt op:

Algemene disclaimer: 
Het is de bedoeling van de stichting Europese Apologetiek (verder aangeduid met: "de stichting") om wetenschap en onderzoek te bevorderen. Het is geenszins de bedoeling van de stichting of van de evtl. auteurs van artikelen om mensen te kwetsen of hen een slechte naam te geven, maar integendeel te helpen qua rationele inzichten en te waarschuwen voor mogelijke gevaren, zoals sekten en andere dubieuze bewegingen. De inhoud van de artikelen, recensies, enz. vertegenwoordigt de mening van de auteurs en niet per se van de stichting. 
M.b.t. het toeschrijven van sommige (bijv. sektarische, onethische, irrationele, bijgelovige, occulte, enz.)  eigenschappen aan bepaalde groepen, stromingen of individuen op webpages van deze site: het gaat hier alleen om meningen en niet om stellingen van juridische kracht; er wordt alleen aangegeven dat er mogelijkheid is voor het toewijzen van die eigenschap(pen) aan de genoemde groepen. Dit geldt ook voor de keuze van links naar andere sites, of links naar offsite artikelen. 
Hiermee bent u, bezoeker van deze site, erop attent gemaakt dat de pagina's en de links op deze site, u kunnen confronteren met kritische meningen. Het is geheel uw eigen verantwoording als u ervoor kiest om verder te gaan kijken en de stichting stelt zich hiervoor niet aansprakelijk.