Beyond Evolution

door

Anthony O'Hear

 

 

Navigatietips:

 

Moeilijkheidsgraad: 4

1 = heel makkelijk, leuk
2 = populair
3 = serieus, academisch
4 = moeilijk
5 = onderzoek

 

Overzicht:

 


Bibliografische Gegevens

Anthony O'Hear. Beyond evolution: Human nature and the limits of evolutionary explanation. Oxford University Press,1997.

ISBN 0-19-824254-9

 

 


Inhoud

 

1. Mind and Nature.................................................................1

2. Immanent and Transcendent Dimensions of Reason............14

3. Self-Conscious Belief..........................................................31

4. Evolutionary Epistemology..................................................50

5. Evolution and Epistemological Pessimism.............................84

6. Morality and Politics.............................................................101

7. Beauty and the Theory of Evolution......................................175

8. Conclusion............................................................................203

Select Bibliography...................................................................215

Index..........................................................................................217

 


Recensie door Jacques van der Meer

 

© Jacques van der Meer, Tilburg, november 1998.

 

Anthony O'Hear, hoogleraar filosofie aan de Universiteit van Bradford en prominent lid van de British Royal Society of Philosophy heeft met het schrijven van het boek Beyond Evolution een gevoelig thema geraakt en deze sterk ter discussie gesteld. De inhoud van zijn boek is een nuchtere analyse van de implicaties van het darwinisme op het menselijk gedrag en de problemen die dit met zich meedraagt. Ik zal enkele aspecten van het boek kort bespreken.

Het boek valt niet het darwinisme als zodanig aan. O'Hear gaat ervan uit dat de ontwikkeling van het natuurlijke leven inderdaad op succesvolle wijze verklaard kan worden door deze theorie. Wat O'Hear in belangrijke mate aanvalt is de bruikbaarheid van deze theorie om het menselijk gedrag te verklaren. Het darwinisme schiet hopeloos tekort wanneer het aankomt met verklaringen aangaande rationaliteit, moraliteit, ons besef van schoonheid en ons handelen. In deze kwesties overstijgen we onze biologische oorsprong op vele manieren. Het is onze rationaliteit die ons in staat stelt onze biologische en in zekere mate ook ons cultureel erfgoed voorbij te gaan. O'Hear beargumenteert in de eerste 3 hoofdstukken dat wij in het leven voor keuzes komen te staan waar geen enkele biologische verklaring afdoende voor is: ons handelen in overeenstemming met hogere doelen die we stellen, onze rationaliteit die ons in staat stelt beoordelaars van ons eigen handelen te zijn. Juist het besef van deze transcendentie plaatst de rationele mens ver buiten zijn biologische oorsprong. Omdat we nu eenmaal waarheidzoekers zijn, doen we dus meer dan enkel overleven, we zoeken waarheid om de waarheid zelf.

In hoofdstuk 4 en 5 gaat O'Hear in op de implicaties van het darwinisme op de epistemologie (kenleer). O'Hear beargumenteert dat de hoop van veel naturalistische filosofen nl: het verdedigen van het wetenschappelijk realisme als antwoord op de vraag 'hoe wij de wereld representeren?' tevergeefs is. Het realisme stelt dat de zintuigen ons ware kennis over de wereld verlenen. Als het darwinisme waar is, dan hebben onze zintuigen zich ontwikkeld omdat deze nuttig zijn geweest om te overleven. O'Hear stelt terecht dat 'hetgeen wat nuttig is om te overleven, in hoge mate kan afwijken van dat wat de wereld werkelijk is'. Nut om te overleven is iets heel anders, dan datgene wat de wereld in werkelijkheid is. O'hear toont hiermee aan, dat realisme niet gerechtvaardigd is op grond van het darwinisme.

In hoofdstuk 5 beargumenteert O'Hear dat ons alledaagse beeld van de werkelijkheid niet ondergeschikt is aan het wetenschappelijke beeld. Beide zijn manieren om de wereld te representeren. De wijze van deze representatie komt tot stand door de interactie die de mens met de wereld heeft. Evenals het alledaagse beeld is ook het wetenschappelijk beeld is in grote mate afhankelijk van wat onze zintuigen en instrumenten ons vertellen. O'Hear vervalt overigens niet tot een relativisme. Onze interactie met de wereld levert wel degelijk ware kennis op. De natuur geeft ons niet de ruimte om relativist te zijn. Er zijn nu eenmaal zaken die we in confrontatie met de externe wereld te accepteren hebben. Dit is mede omdat wij nu eenmaal natuurlijke belichaamde wezens zijn. We ontdekken waarheid door onze interactie met de wereld. Met regelmaat constateren wij dat onze opvattingen over de wereld herzien moet worden.onze standpunten vaak genoeg.

Hoofdstuk 6 over moraliteit en evolutie is het grootste hoofdstuk uit het boek. O'Hear weerlegt alle claims van de sociobiologie. De evolutie is niet in staat om afdoende inzicht te geven in ons moreel gedrag. Hij gaat in op de kwestie van altruļsme. Hij legt uit dat werkelijk altruļstisch gedrag bestaat en dat de evolutie niet in staat is dit te verklaren. Dit hoofdstuk is overigens het moeilijkste gedeelte van het boek.

In hoofdstuk 7 gaat hij in op de relatie tussen evolutie en schoonheid. O'Hear betwijfelt in hoge mate de claim van de darwinisten dat het besef van schoonheid door de evolutie verklaard kan worden. De darwinisten menen dat dieren elkaar selecteren op basis van eigenschappen. Zo kiest de vrouwtjespauw het meest krachtige mannetje, meer dan eens blijkt dit ook het mooiste mannetje te zijn. Darwinisten menen op grond daarvan, dat het idee van schoonheid verklaard is. Schoonheid is identiek met het genetisch meest 'fitte' dier. O'Hear betwijfelt ten sterkste dat wij kunnen beoordelen dat het vrouwtje het mannetje kiest omdat hij 'mooi' is. Het is slechts vanuit ons menselijk perspectief dat wij menen te kunnen concluderen dat het vrouwtje het mannetje kiest op basis van schoonheid. Maar dit is op zich genomen niet zelf-evident. Er kunnen genoeg alternatieve verklaringen geformuleerd worden, waarom het vrouwtje het mannetje kiest. O'Hear concludeert dat het darwinisme irrelevant is om het aestethisch besef te verklaren.
Tot slot tracht hij een verdediging te geven van objectiviteit van schoonheid. Hij gaat in op Kant en Hume die deze claim niet maakten.

Conclusie

Dit boek heb ik met zeer veel plezier gelezen. Het bevat veel eye-openers. O'Hear toont van binnenuit aan, waar het darwinisme te kort schiet. Hij weerlegt de pretenties van veel biologen en maakt duidelijk dat het darwinisme zeer ontoereikend is om menselijke intenties en gedragingen afdoende te verklaren. Belangrijke namen passeren in het boek zoals: Dawkins, Ruse, Darwin, Wallace, Wilson, Dennett e.a. O'Hear is voorzichtig in zijn schrijven. Vooral als het gaat om de transcendente aspecten van de rede, moraliteit, ons handelen voor het beste en de onophoudelijke drang naar het zoeken van waarheid. De erkenning van het transcendente is voor O'Hear nog geen reden om een religieuze verklaring te zoeken. O'Hear wijst er wel voorzichtig op dat juist religie al deze aspecten goed kan verklaren, maar wil voor zichzelf deze conclusie niet trekken. Hij zoekt zijn antwoord meer in de kunst. Hij wijst er nadrukkelijk op dat hij geen Platonisme verkondigt en maakt ook duidelijk dat al ons handelen niet los gezien kan worden van onze natuurlijke en historische achtergrond en van onze lichamelijkheid. Hij wil enkel beargumenteren dat we niet volledig gebonden worden door deze achtergrond.

Het boek is een van mijn favoriete boeken geworden. Het is zeker geen gemakkelijk boek, maar iemand die een nuchtere en eerlijke kritiek op het darwinisme wil lezen kan van dit boek erg veel leren.

 

 

© Jacques van der Meer, Tilburg, november 1998.


Aantal bezoekers sinds 1 dec. 1998:

 


UNIVERSI FINIS VERITAS!

Site Design: Copyright Pagina © 1998-1999 Stichting Europese Apologetiek
Pagina gemaakt op: 1 dec. 1998
Pagina bijgewerkt op: 4 maart 1999