Apologetiek en Geloof

 

door Jacques van der Meer

 

Navigatietips:

 

 


© Jacques van der Meer, Tilburg, november 1998.

 

Inhoud:

De noodzaak van apologetiek
Het geloof is geen filosofie
De verhouding tussen geloven en weten
De rol van apologetiek in het geloof
Het stellen van vragen
Het geheel van onze overtuigingen
Conclusie
Referenties

 

De noodzaak van apologetiek

In het artikel 'Wat is apologetiek?', werd globaal verteld wat apologetiek is. Apologetiek heeft zoals we zagen als belangrijkste betekenis: het geven van een reden (apologie). We gebruikten in het artikel de metafoor van een rechtszaak waarin de advocaat de verdachte tracht vrij te pleiten, met de door hem gebruikte argumenten. De christen-apologeet stelt zich als doel een verdediging te geven van het christelijk geloof. Hierbij maakt hij gebruik van argumenten om de ander (meestal op rationele wijze) te overtuigen van het christelijk geloof. De gebruikmaking van rationele argumenten zijn voor verschillende christenen vaak een bezwaar om zich met apologetiek bezig te houden. Apologetiek wordt gezien als een vorm van filosofie, en het christendom is nu eenmaal geen filosofie. Ten tweede wordt met apologetiek een beroep gedaan op het verstand en dat kan niet. Geloven is per definitie iets wat begint, daar waar het denken ophoudt. Eerst gaan we kijken waar deze beweringen op gebaseerd zijn, en vervolgens zullen we zien dat ze onjuist zijn. Tot slot zal verteld worden waarom apologetiek een belangrijke en zinvolle rol speelt in het geloof.

 

Het geloof is geen filosofie

Een veel gehoord bezwaar tegen apologetiek, is het argument dat het christelijk geloof geen filosofie is. In deze context wordt vaak verwezen naar de apostel Paulus die in Colossenzen 2:8 zegt: 'ziet toe dat niemand u laat meeslepen door zijn wijsbegeerte en ijdel bedrog'. Dit argument lijkt aardig, maar vaak wordt vergeten dat zoals het hierboven beschreven staat, het los van de context staat. Waar Paulus in werkelijkheid op wijst, is filosofie en ijdel bedrog dat niet met het Evangelie overeenstemt. Wanneer we iets beter de persoon van Paulus leren kennen, zullen we zien dat Paulus zelf goed op de hoogte was van de Griekse filosofie van zijn tijd. Paulus was geboren en opgegroeid in Tarsus, een stad die bekend stond als een Griekse cultuurstad. Het is dan ook niet verwonderlijk wanneer Paulus staande op de Areopagus, waar hij redetwistte met de Epicuristen en filosofen van de Stoa, de Griekse dichters citeert om de aanwezige Grieken de onbekende God te presenteren (Handelingen 17: 15-34). Paulus was dus in principe niet tegen filosofie, net zo min hij tegen eten was. Hij zou daar enkel tegen zijn wanneer het de gezondheid zou kunnen schaden. Zo was hij ook tegen filosofie, als het slecht was voor de geestelijke gezondheid.

Een aanverwant misverstand is dat apologetiek te identificeren zou zijn met filosofie. Dit misverstand berust op het idee dat apologetiek een instrument is om op verstandelijke wijze, moeilijke zaken rondom het geloof begrijpelijk te maken. Men is van mening dat je zo enkel een rationeel geloof krijgt. Dit kan, maar is niet noodzakelijk waar. In werkelijkheid mag dit ook niet zo zijn. Apologetiek moet gezien worden als een instrument om het geloof te verduidelijken en niet als een doel op zichzelf. Dit verduidelijken kan zonodig plaatsvinden met de filosofie.

 

De verhouding tussen geloven en weten

Het tweede misverstand berust op de aanname dat het geloof en het denken twee elkaar uitsluitende gebieden zijn. Bekend is dan ook de uitspraak: 'geloof begint waar het denken ophoudt'. Omdat dit misverstand een vrij behoorlijke impact heeft op onze cultuur wordt dit als een vanzelfsprekendheid opgevat. Het is vanwege deze vanzelfsprekendheid dat we wat langer de tijd moeten nemen om dit te bekijken. Het misverstand dat geloven en denken twee tegengestelden zijn, is een cultureel artefact dat ongeveer 200 jaar geleden ontstaan is. In die tijd schreef de Duitse verlichtingsfilosoof Immanuel Kant zijn boek 'De kritiek van de zuivere rede'. In dit boek trachtte Kant aan te geven wat de grenzen zijn van het menselijk kenvermogen. Kant's oordeel was dat geloofskennis buiten het bereik van het kenvermogen ligt, en het geloof dus begint waar het kennen ophoudt. In die tijd, waarin het geloof steeds meer onder vuur kwam te liggen, zag men dat als een welkome vlucht. Omdat geloof buiten de kritiek van de rede valt, is zij onkwetsbaar geworden voor kritiek. Kant heeft dus het geloof en het denken uit elkaar getrokken. Het denken komt toe aan het gebied wat Kant: "de zuivere rede" noemt. Het geloof komt toe aan het gebied wat Kant: "de praktische rede'' noemt. Het geloof kan enkel duidelijk worden in het handelen van de mens, niet in zijn denken.

Het geloof is nu ' buiten' rationeel geworden en heeft geen enkele rationele rechtvaardiging nodig. Men werd in dit opzicht bevestigd, daar Kant de traditionele godsbewijzen verwierp. Met de verwerping van die bewijzen dreigde het gevaar dat er van het geloof uiteindelijk niets meer zou overblijven. De vlucht naar de buiten-rationaliteit van het geloof had dan wel als consequentie dat het geloof een blinde zaak zou worden, uiteindelijk was men op die plaats veilig. Deze positie bracht ook een andere houding ten opzichte van het geloof en het denken met zich mee. De prijs die uiteindelijk werd betaald, is hoog geweest. Geloof is een zuiver subjectieve zaak geworden. Het christendom verviel tot fideļsme (blind geloof), waardoor niet adequaat meer werd ingegaan op de filosofische en wetenschappelijke ontwikkelingen van die tijd. Tot aan deze tijd is de invloed hiervan merkbaar. Het voert hier te ver om op de argumenten van Kant in te gaan, zijn naam zal in andere artikelen nog genoeg aan bod komen. Het ging in de eerste plaats, om het verduidelijken van de vanzelfsprekendheid dat geloof en weten twee tegengestelden zijn een oorzaak heeft, en als zodanig niet altijd bestaan heeft. Laten we eerst eens gaan kijken of we kunnen zeggen wat nu exact de rol van apologetiek in het geloof is, en of het denken hierbij een rol speelt.

De rol van apologetiek in het geloof

Om aan te geven welke rol apologetiek in het geloof speelt, maken we eerst een onderscheid maken tussen drie facetten van het geloof. Dit onderscheid maakt Winfried Corduan in zijn boek 'Reasonable Faith'[1].

1. Het reddende geloof, het sleutelwoord is hier "vertrouwen". Dit is de meest belangrijke vorm van geloof. Handelingen 16:31 zegt 'Geloof in de Heer Jezus Christus en u zult behouden worden'. Het is door genade dat we behouden zijn.

2. Het groeiende geloof, het sleutelwoord is hier: "relatie". Het reddende geloof is wat men noemt de wedergeboorte. Net zoals bij een natuurlijke geboorte, behoor je daarna te gaan groeien. Het is door je afhankelijkheid van Christus in relationele zin dat je groeit naar een volwassen christen.

3. Het wetende geloof: het sleutelwoord is hier "kennis". God heeft ons ook geschapen met een verstand. En het is ons doel God lief te hebben zowel met ons hart, als met ons verstand (Mat 22: 35-40). We mogen de werkelijkheid onderzoeken en ondervragen. Omdat we in een wereld leven waar veel diversiteit is, mogen we vragen stellen over ons geloof. Vragen als 'Wie is God' en 'Is de bijbel betrouwbaar', zijn belangrijk voor een christen. Vaak wordt gedacht dat wanneer men zulke vragen stelt men niet genoeg gelooft. Maar dat is niet het geval. Op een verstandelijke wijze duidelijk proberen te maken wat we doen en waarom we iets doen is een alledaagse menselijke handeling. Zeker als het erop aankomt om meningsverschillen op te lossen. Wanneer er een veelheid van meningen zijn, en op het gebied van geloof zijn deze er, is het belangrijk het eigen geloof te kunnen verantwoorden. Wanneer je overtuigd bent dat je geloof de waarheid is moet er ook iets over te zeggen zijn. Zeggen dat over geloof niets rationeels te zeggen valt, is jezelf vastgrijpen aan het vanzelfsprekende misverstand dat eerder genoemd werd. Vaak is men zich er niet van bewust dat bij veel dagelijkse handelingen vragen gesteld worden, maar als het op geloofszaken aankomt men met deze activiteit stopt.

Het stellen van vragen

Het geloof mag ook ondervraagd worden. Het is dan ongeveer net zoiets als met een kind dat door zijn vader verteld wordt dat de lucht 21% zuurstof bevat. Het kind accepteert dit op autoriteit. Wanneer het groot geworden is, zal het een cursus natuurkunde gaan volgen, waarin zijn geloof bevestigd wordt en hij verschillende redenen zal horen waarom de uitspraak dat de lucht 21% zuurstof bevat, waar is. Zo kan het ook met kwesties rondom het geloof. Wanneer we als kind geloofden dat de uitspraak: 'Jezus is de Zoon van God' waar is, is het als volwassene een goede zaak, te weten waarom we geloven dat dit waar is. Het weten waarom Jezus de Zoon van God is, is een verdieping en een verrijking van je geloof en relatie met Hem. Zo kan het fijn zijn te weten dat iemand je waardeert. Maar het is nog mooier te weten, waarom die persoon je waardeert. In zekere zin is het ook zo, dat als iemand gelooft dat Jezus Christus Zijn Redder is, hij in eerste instantie ook iets over Jezus moet weten, om te kunnen geloven dat Hij Zijn Redder is. Wanneer iemand met de overtuiging rondloopt, dat Jezus gewoon een timmerman was uit Nazareth die in zijn vrije tijd preekte, dan zal hij nooit gaan geloven dat Jezus de Christus is. Wanneer zijn overtuiging bestreden wordt, door hem bijvoorbeeld argumenten te geven waarom Jezus niet zomaar een timmerman was, zal hij over zijn overtuiging moeten nadenken, en wellicht tot de conclusie komen dat deze niet juist is.                                  

Het geheel van onze overtuigingen

Zo zijn er veel waarheden uit de bijbel die alleen toegankelijk zijn door het geloof (bijvoorbeeld: dat Jezus Christus terugkomt of het bestaan van het laatste oordeel). Veel waarheden zijn wellicht niet met het verstand afdoende te verklaren, maar ze zijn niet noodzakelijk strijdig met het verstand (zoals de wederkomst van Christus of het laatste oordeel). Het is hier een kwestie van geloof. Dit geloof staat natuurlijk niet op zichzelf. Je kunt dit als volgt vergelijken. Al je kennis en al je overtuigingen vormen met elkaar een systeem van overtuigingen. In dit systeem zitten overtuigingen die in mate van betekenis verschillen. Je kunt je voorstellen dat de propositie: 'Beatrix is onze koningin' in mate van betekenis verschilt van de propositie 'mijn vriendin houdt van mij'. De laatste propositie is veel crucialer voor je bestaan. Als de eerste onwaar is, zal dit minder invloed hebben, dan wanneer de laatste onwaar blijkt te zijn. Zo zijn er ook overtuigingen op het gebied van het geloof, waar je meer zeker van bent dan van andere. Omdat je van bepaalde opvattingen sterker overtuigd bent, worden in veel gevallen andere opvattingen waarschijnlijker omdat ze in relatie staan tot de meer zekere opvattingen. Je kunt overtuigd zijn van veel waarheden in de bijbel, en je kan daar ook goede redenen voor hebben. Omdat de bijbel in veel gevallen de juiste opvatting heeft, is het voor jou gerechtvaardigd om de dingen die minder duidelijk zijn of minder toegankelijk toch het voordeel van de twijfel te geven. Je kunt het ook anders zeggen: iemand die altijd eerlijk is geweest, zal bij het vertellen van een gebeurtenis meer vertrouwen genieten dan iemand die steeds liegt, ook al klinkt de gebeurtenis van de eerlijke man absurd en die van de liegende man aannemelijk. Op grond van onze eerdere ervaring zijn we geneigd om de eerlijke man te geloven. Wanneer de bijbel nu in heel veel zaken betrouwbaar is gebleken en wanneer je voor heel veel geloofszaken voldoende vertrouwen hebt gevonden, dan is het niet onredelijk om erop te vertrouwen dat bepaalde zaken die nog moeten gebeuren (zoals de wederkomst van Christus, en het laatste oordeel) ook zullen gebeuren. Deze zaken staan dan niet op zichzelf, maar vallen binnen het geheel van je overtuigingen, die tot nu toe betrouwbaar zijn gebleken.

 

Conclusie

Apologetiek is het geven van een reden voor het waarom van het geloof. Twee belangrijke misverstanden werden genoemd. De eerste was het feit dat apologetiek een soort van filosofie is, die je van het geloof berooft. Geantwoord werd met de opmerking dat apologetiek enkel een middel is om het geloof te verduidelijken en nooit een doel op zichzelf. Het tweede misverstand was het feit dat het geloof en het weten twee uitsluitende zaken zijn. Gekeken werd waar deze misvatting op berust. Hoewel Kant die de voornaamste oorzaak voor dit misverstand is, veel bezwaren genoemd heeft, is nog niet bewezen dat er niets verstandelijks ter verdediging van het geloof genoemd kan worden. Een uitgebreidere bespreking van Kant's kritiek is in andere artikelen te vinden. Uiteindelijk werd gekeken naar wat de rol van apologetiek in het geloof is. De drie vormen van geloof die op elkaar aansluiten eindigen met het 'wetende' geloof. Geloofskennis en geloofsvertrouwen hebben te maken met het geheel van je overtuigingen. Bepaalde geloofszaken worden aannemelijker als ze in relatie staan tot meer zekere overtuigingen. In volgende artikelen zal besproken worden waarom het 'wetende' geloof zo van belang is. Niet alleen voor de geloofsverdediging, maar ook voor persoonlijke groei als christen in het 'groeiende' geloof.

 

Referenties:

 

© Jacques van der Meer, Tilburg, november 1998


 

Aantal bezoekers sinds 30 nov. 1998:

 


UNIVERSI FINIS VERITAS!

 

Pagina Layout: Copyright © 1998-1999 Stichting Europese Apologetiek
Pagina gemaakt op: 30 nov. 1998
Pagina bijgewerkt op: 26 januari 2002