actueel36b.gif (1487 bytes)

2000

 

Navigatietips:   als u tot deze pagina toegang kreeg via een link van buitenaf (bijv. via een search engine), dan kunt u hier de nederlandse homepage van de stichting vinden

Algemene disclaimer: zie onderaan

 

Overzicht:

 

 

 



Bekeringen en de aantrekkingskracht van de liturgie - 30 dec. 2000

Het tweede nummer van Ex Umbris - het dit jaar opgerichte tijdschrift van de theologische faculteit Tilburg - is gewijd aan de 'nieuwe katholieken'. Uit de drie bijdragen valt op te maken dat dat niet alleen mensen zijn die zich pas hebben bekeerd tot het rooms-katholieke geloof, maar ook geboren katholieken die hun geloof anders verstaan dan gebruikelijk. 

'Chic katholiek' luidt de titel. Tegenwoordig heet het 'chic' om in contact te komen met iets wat buiten het beheersbare valt. Het blad verwijst naar 'intellectuelen', 'bekende Nederlanders', 'schrijvers' als Vonne van der Meer, Willem Jan Otten, Désanne van Brederode en Renate Dorrestein. Filosofiedocent Harald van Veghel schrijft dat de nieuwe katholieken 'chic' worden genoemd omdat zij belang hechten aan het niet-rationele van de religie, aan de zinnelijke beleving van de liturgie. Bij hen zou de esthetiek, de zinnelijkheid van de vorm zelf opnieuw op de voorgrond treden. Opnieuw. Want Van Veghel meent dat dat nu juist de zaken zijn die de afgelopen jaren naar de achtergrond zijn gedrongen door de overheersende strijd tussen progressief en conservatief in de rk kerk. Die strijd ging om een zaak waarover de partijen het onuitgesproken eens waren: de overtuiging dat de kerk vooral een ethische opdracht heeft. De progressieven verstaan die opdracht vooral politiek en maatschappelijk, terwijl de conservatieven meer nadruk leggen op de morele overtuiging van de enkeling. 

Van Veghel ziet in deze concentratie op het ethische een functionalisering van het geloof: 'de brug van het geloof naar de moderne cultuur'. Kerkelijke gezagsdragers wordt alleen nog gevraagd naar hun opvattingen over seksualiteit, abortus, euthanasie en over de schulden van de derde wereld. ,,Ook al spreekt men die opvattingen graag tegen, hier heeft men een gemeenschappelijke discussie.'' 

Een ander nadeel van de nadruk op ethiek is 'een verschraling van de vorm'. 'Het zinnelijke - wierook, betoverende gezangen - 'verdwijnt in de reflexie'. ,,Gaandeweg wordt de religie uitgekleed. De vormrijkdom van christelijke kunst en liturgie wordt verdrongen door markten met kraampjes en voorlichtingsfolders.'' 

De 'nieuwe katholieken' zijn volgens Van Veghel in zoverre 'nieuw' dat zij zich onttrekken aan de polarisering tussen progressief en conservatief, en juist belang hechten aan de symbolen en rituelen die in die tegenstelling verloren dreigen te gaan. Als voorbeeld neemt hij de dichter-schrijver Willem Jan Otten wiens Wonder van de losse olifanten, een 'rede tot de ontwikkelden onder de verachters van de christelijke religie', vanuit de oude kampen niet te begrijpen is. Ottens rede beoogt volgens Van Veghel weliswaar een geloofsverdediging, maar 'wat Otten verdedigt is precies niet de redelijke inzichtelijkheid van het geloof'. Otten schrijft: ,,Wát er geloofd wordt is niets als er niet geloofd wordt.'' 

(...)

 

Uit het artikel 'Niet-rationeel, zinnelijk en chic: nieuw-katholiek', Trouw, 30 dec. 2000.

Zie ook :

 


Velema onderstreept noodzaak van apologetiek - 28 dec. 2000

SOMEREN – „De apologeten hadden Bavinck en de Beknopte Gereformeerde Dogmatiek niet. Ze hadden de filosofie van de Vrije Universiteit niet.” De christelijke gereformeerde emeritus hoogleraar dr. W. H. Velema wil daarom een lans breken voor de apologeten, de mannen „die de eerste schreden op het pad van de dogmatiek zetten.” Hij sprak gisteravond in Someren tijdens de winterconferentie van de CSFR over de apologeten in de vroegchristelijke kerk.

Typerend voor het werk van de apologeten is volgens dr. Velema dat zij zich richtten tot de romeinse keizer en via hem tot de rechters. „Hun apologie was naar buiten gericht. Zij droeg het karakter van een verweerschrift.” Voor de apologeten raakte het christelijk geloof zowel het belijden als het beleven, stelde Velema. „Zij gingen niet enkel negatief, verdedigend en bestrijdend te werk. Hun apologie droeg ook een belijdend karakter. Zij werden gedragen door een diepe geloofsovertuiging. Hun diepste motief was het geloof aan de ander te betuigen.

Brug

De emeritus noemde Justinus Martyr als een van de belangrijkste vroegchristelijke apologeten. Martyr, die op 30-jarige leeftijd tot het christendom overging, probeerde vanuit zijn platoonse opleiding een brug te slaan naar het christendom, zonder de uniciteit van het christendom daarbij uit het oog te verliezen. Dr. Velema heeft respect voor deze pogingen, al „hebben de apologeten te veel de brug geslagen.”

Toch vindt de lector het niet terecht dat prof. dr. A. P. Bos van de Vrije Universiteit (VU) onlangs in deze krant kritiek leverde op de kerkvaders. Volgens Bos was er geen alternatief voor het Griekse intellectuele denksysteem. De kerkvaders werden echter beďnvloed door de Griekse cultuur, terwijl er van beďnvloeding in omgekeerde richting geen sprake was.

Dr. Velema is het eens met Bos dat er geen alternatief was, maar bestreed dat de apologeten zich te veel hadden laten beďnvloeden. „Zij zetten de eerste schreden op het pad van de dogmatiek, zij moesten alles zelf systematisch uitdenken.” Velema vond Bos' kritiek een typisch voorbeeld van purisme. „Hij wil dat men het in het begin net zo helder zei als wij het nu kunnen. Maar de apologeten hadden de filosofie van de VU toen niet.”

(...)

Verwaterd

(...)

Een dergelijk getuigenis durft dr. Velema over christelijk Nederland niet te geven. „Het christendom in Nederland is verwaterd en verslapt.

De emeritus hoogleraar vindt dat de apologeten met dergelijke uitspraken niet hoogmoedig waren. „Dat kan zo schijnen, maar er wordt hier heel duidelijk een levenswijze getypeerd in onderscheiding van de wereld. Kwamen we dat onder ons maar meer tegen en durfden wij maar voor het christelijk geloof uit te komen zoals zij dat deden.

'Dr. Velema verdedigt pioniers van dogmatiek'Reformatorisch Dagblad, 28 dec. 2000

Zie ook :

 


Dieperink stelt SoW-rapport aan de kaak - 28 dec. 2000

SoW-rapport spreekt klassieke belijden tegen.

Het is onbegrijpelijk dat van orthodoxe zijde geen luid protest is gekomen tegen het onlangs verschenen rapport van de SoW-kerken over de verzoening, vindt drs. M. Dieperink. Volgens haar sluit het rapport, dat op 1 december door de triosynode is aanvaard, op het eerste gezicht inderdaad aan bij bijbelse noties en de klassieke belijdenis. „Maar naarmate wij het grondiger bestuderen, blijkt de orthodoxie, alhoewel minder radicaal dan bij prof. Kuitert en prof. Den Heyer, steeds meer te verdwijnen in een moeras van moderne gedachtegangen.”

Er wordt in het rapport een aantal belangrijke bijbelse noties aangaande Jezus Christus genoemd. Jezus is Christus, Heer en Verlosser en Zoon van God. Ook zijn godheid wordt beleden. Het kan toch moeilijk nog orthodoxer. Maar het probleem bij de moderne theologie is dat men nog wel bijbelse begrippen gebruikt, maar aan die begrippen een andere invulling geeft. De vraag is dus wat de schrijver bedoelt met de godheid van Jezus.

Nee, niet dat Hij God en mens is, zoals het klassieke belijden dat verwoordt. We lezen: „Jezus 'is' niet God, Hij is de Zoon van God en in die zin goddelijk” (pag. 4). Wat er met die goddelijkheid dan wordt bedoeld, is nog niet duidelijk. We zijn als gelovigen zonen van God, maar we zijn niet goddelijk. We krijgen nadere uitleg: Dat Jezus Heer wordt genoemd, „betekent niet dat Jezus de plaats van God inneemt en God als het ware vervangt, maar wel dat Hij deelt in Gods koninklijke heerschappij” (pag. 3). Op deze wijze kun je Jezus als mens beschouwen, want ook als mens kunnen we delen in Gods heerschappij. We zullen met Christus als koningen heersen.

Verderop lezen we dat „in Jezus het Woord vlees is geworden” (pag. 11). De proloog van Johannes zegt het iets anders: Jezus is het vleesgeworden Woord. Deze kleine verandering kan een groot verschil uitmaken. Want soms leggen moderne theologen de omschrijving dat „in Jezus het Woord vlees is geworden” als volgt uit: „Jezus was een mens in wie God aanwezig was.”

Goddelijke oorsprong

Er zijn uitspraken in het rapport waaruit men kan concluderen dat men op dezelfde manier Jezus beschouwt als een bijzonder mens in wie God tegenwoordig was. We lezen: „In Jezus handelt God, is God aanwezig en komt God tot ons” (pag. 4). En later: „De rechtvaardige en liefdevolle God is in Hem present. Zijn menszijn is de menselijke gelijkenis van Gods rechtvaardigheid en liefde. Deze presentie is niet tot zijn leven op aarde beperkt gebleven. Hij is opgestaan en leeft bij God” (pag. 10).

(...)

Nieuwe beelden

De schrijver, prof. Muis, legde tijdens de bespreking uit dat hij met de uitspraak dat Jezus God niet 'is', bedoeld heeft te zeggen „dat er tussen Jezus en God geen isgelijkteken te zetten is: dan zou de hemel leeg zijn geweest toen Jezus op aarde was.” Hieruit blijkt dat hij geen weet meer heeft van een drieënige God.

Nadat de schrijver heeft vastgesteld dat de kerk zich in haar belijden heeft aangesloten bij de wijze waarop Johannes heeft getuigd van de eenheid, vervolgt hij: „Daarbij komt het er wel op aan dat wij dergelijke termen en zegswijzen goed verstaan” (pag. 4). Hier komt de aap uit de mouw. De schrijver relativeert het belang van klassieke formuleringen. Hij is van mening dat er in onze tijd nieuwe beelden en interpretaties nodig zijn. „Deze (wetenschappelijke) doordenking sluit aan bij de bijbel en de belijdenissen en de dogma's van de kerk, maar op een eigen, zelfstandige en kritische wijze” (pag. 13). Deze eigen en kritische doordenking betekent dat men anders gaat denken over de godheid van Jezus Christus en in wezen het klassieke belijden verlaat.

Volgens de schrijver staat de Bijbel vol met metaforen, beelden (pag. 16). Natuurlijk is het zo dat de Bijbel beelden gebruikt. Als God een rots wordt genoemd, is dat inderdaad een beeld. In het rapport wordt echter te veel tot metafoor verklaard. Zondeval, erfzonde, hemel en hel, en maagdelijke geboorte komen niet eens meer te sprake. De duivel, het kruis en de verlossing door het bloed, dat alles wordt, in tegenspraak tot het klassieke belijden en het bijbelse denken zelf, tot metafoor gemaakt.

Symbool

De duivel is volgens het rapport een symbool. „In onze belijdenissen is het kwaad samenvattend aangeduid als duivel, zonde en dood, geladen woorden met een grote symbolische kracht” (pag. 5). Op deze wijze verdwijnt het werkelijke zicht op het verlossingsplan. Dit wordt pas duidelijk als we beseffen dat we door de zondeval en de erfzonde de gemeenschap met God hebben verloren en aan de duivel, de dood en hel zijn onderworpen. Daar kon alleen Gods Zoon zelf ons van bevrijden, dat kon geen mens doen

In diepste wezen verdwijnt het verlossingswerk van Christus aan het kruis als een heilsgebeuren achter de theologische horizon. Dat Jezus ons door Zijn bloed te vergieten heeft verlost, wordt tot metafoor gemaakt. Wie nog wil geloven dat de verzoening is bewerkt doordat Jezus daadwerkelijk Zijn bloed heeft vergoten, wordt beschuldigd van magisch denken (pag. 17). Op lasterlijke wijze maakt men op deze manier Gods werk tot magie.

De schrijver zegt niet meer dat we verlost zijn door de kruisdood van Jezus, maar verandert dat in: „De zonde wordt ons afgenomen door Jezus die zijn leven geeft, die zijn eigen lichaam prijsgeeft tot in de dood” (pag. 17). Zijn dood aan het kruis heeft in het rapport betekenis als een voorbeeld van onbaatzuchtig leven tot aan de dood toe. Zijn dood wordt niet meer letterlijk als een offer verstaan (pag. 8), maar zijn gehoorzaam leven tot aan de dood was het offer. Omdat het leven en sterven van Jezus als onze vertegenwoordiger bij God onbaatzuchtig was, heeft God daar wat mee gedaan. God heeft de relatie met ons hersteld.

Hart weggesneden

(...)

Dit wil helaas niet zeggen dat daarom het rapport theologisch verantwoord is. De tijd is voorbij om te twisten over minder belangrijke geloofszaken, maar hier is het fundament van het christelijk geloof in het geding.

De auteur is theologe en publiciste.

Uit het artikel van M. Dieperink, 'Van heilsgebeuren tot metafoor', Reformatorisch Dagblad, 28 dec. 2000

Zie ook :

 


Werk van Erlo Stegen eigenlijk verwant met pinksterbeweging - 28 dec. 2000

BIELEFELD – De theologie van Kwa Sizabantu (KSB), het zendingswerk van Erlo Stegen, past goed in de pinksterbeweging. Tot deze conclusie komt Joachim Rosenthal in zijn boek ”Kwasizabantu”, dat onlangs het licht zag. Volgens Rosenthal, die zich baseert op boeken die KSB steunen, rust de opwekkingsprediking van Stegen op een „theologie van de ervaring.” Daarmee voltrok zich echter een „geestelijke catastrofe.” „De blikrichting verschoof van Christus naar de gelovige en zijn gevoel.”

Rosenthal, voorganger van een vergadering van gelovigen in Schwäbisch Gmünd, schreef het Duitstalige boek ”Kwasizabantu; Erlo Stegen en de opwekking onder de zoeloes” (uitg. CLV, Bielefeld) op grond van de bijbelse oproep om de „geesten te beproeven of ze uit God zijn” (1 Johannes 4:1). Volgens Rosenthal zijn ook christenen „verleid, omdat ze het niet nodig vonden zich goed te laten informeren of de geesten te beproeven.” Het gevaar van verleiding is des te groter omdat ze „als ze zich voordoet altijd een uiterst aangename en vroom schijnende kant heeft.” Verleiding ligt vaak ook dicht bij bedrog, waardoor ze moeilijk te herkennen is. Rosenthal wijst in dit verband op Simon de tovenaar (Handelingen 8) en de Galaten over wie Paulus schreef dat ze „betoverd” waren door dwaalleraren.

Het kost de christelijke gemeente echter blijkbaar steeds moeite om het wezen van een bijbelse leer vast te stellen, „omdat het geestelijk gehalte van de gemeente van Jezus Christus in recordtempo teruguitgaat”, schrijft Rosenthal.

Ontevreden

Rosenthal vindt het opvallend dat Erlo Stegen ontevreden was over de resultaten van zijn evangelisatiewerk in Zuid-Afrika in de jaren zestig. Hij verlangde naar meer, naar een herhaling van het wonder van Pinksteren, en dat onder zijn bediening.

Door bijzondere inspanningen wilde Erlo een geestelijke opwekking „afdwingen”, zo schreef Stegens vriend dr. Kurt Koch later. „Bij Stegen behoort een doorbraak niet meer tot het soevereine gebied van God, maar is het een menselijke aangelegenheid”, concludeert Rosenthal.

(...)

Positiever

Stegens houding ten opzichte van de pinksterbeweging is in de loop van de tijden veel positiever geworden, stelt Rosenthal op grond van uitspraken van Stegen zelf. Tongentaal, tekenen, wonderen en visioenen kunnen op waardering van de kant van de zendeling rekenen. Visioenen als openbaringsmiddel hebben zelfs een belangrijke plaats in het zendingswerk van Erlo Stegen gekregen. Vooral de visioenen van de zoeloevrouw Hilda en haar dochter Lydia Dube zijn bepalend geworden voor het beleid van KSB.

„Hier ligt”, oordeelt Rosenthal, „de centrale vergissing van de pinksterbeweging die buiten het Woord van God nog andere openbaringsbronnen erkent en deze in veel gevallen voorrang geeft boven het Woord Gods.” Hij houdt er zelfs ernstige rekening mee dat KSB via de visioenen en trances van de Dubes door occultisme en spiritisme is beďnvloed.

Desondanks doet KSB zich anticharismatisch en nuchter voor. Er zijn ook verschillen met de pinksterbeweging geeft de auteur toe. Maar de grondtrek, de overmatige nadruk op ervaring ten koste van het Woord, hebben de pinksterbeweging en KSB gemeenschappelijke.

(...)

 

Uit het artikel „Kwa Sizabantu past goed in de pinksterbeweging”, Reformatorisch Dagblad, 28 dec. 2000

 


Congres over Aquino - 14-16 Dec.

Deze internationale congres zal zich richten over de verschillende filosofische en theologische scholen die zich op Aquino beroepen, en zal plaats vinden te Utrecht. De hoofdgasten zijn beroemde thomisten : Serge-Thomas Bonino  (Toulouse) en Fergus Kerr OP (Oxford).

Meer informatie bij Thomas Instituut Utrecht 

 


Tweede Henri Nouwen Lezing - 16 dec.

19.00 uur, Janskerk, Utrecht

Spreker:  Kardinaal Danneels
Titel : "De hoop, hartspier van de mens, groene long van de samenleving"
Schriftelijk aanmelden bij secretariaat Henri Nouwen Stichting
Avenue Concordia 117
3062 LG ROTTERDAM
of per email

 


Ontkerkelijking vlakt af - 14 dec. 2000

AMSTERDAM - De ontkerkelijking in Nederland vlakt af. Uit cijfers van het Centraal bureau voor de statistiek (CBS) blijkt dat het percentage onkerkelijken onder de Nederlanders van 18 jaar en ouder tussen 1993 en 1999 slechts licht is gestegen: van 40 naar 41 procent. Ook in de overzienbare toekomst lijkt het onwaarschijnlijk dat ons land massaal onkerkelijk zal worden. 

Bij dit onderzoek over kerkelijke gezindte en kerkgang werd aan een representatieve doorsnee van de Nederlandse bevolking gevraagd tot welke kerkelijke gezindte of levensbeschouwelijke groepering men zich rekent. Het gaat dus niet om het formele lidmaatschap van een organisatie. Dat ligt vrijwel zeker heel wat lager. 

Dit geldt ook voor het kerkbezoek. Slechts een kwart van de bevolking gaat nog éénmaal of meerdere keren per maand naar de kerk. Tweederde ziet in dit verband zelden of nooit een kerk van binnen. 

Van de gereformeerden komt ruim 70 procent regelmatig naar de dienst. Bij de hervormden is dat 36 en bij katholieken 30 procent. Het kerkbezoek ligt het laagst in de provincies Noord- en Zuid-Holland en Groningen en het hoogst in Limburg en Zeeland. Vrouwen komen relatief wat vaker in de kerk dan mannen. 

De andere definiëring van het begrip kerkelijkheid verklaart volgens CBS-medewerker Smeets het verschil tussen de cijfers van zijn bureau en die van het Sociaal en cultureel planbureau. Dit laatste vraagt wel speciek naar het al dan niet formeel lid zijn van een kerkgenootschap of levensbeschouwelijke organisatie. Het komt daardoor tot veel lagere cijfers wat het aantal kerkelijken betreft en veel hogere voor de groep niet-kerkelijken. 

Zo lag volgens het SCP het percentage onkerkelijken vorig jaar op 63. Het CBS geeft voor 1999 andere cijfers: 43 procent onkerkelijken bij de mannen en 38 procent bij de vrouwen. 

(...)

Uit het artikel 'Proces ontkerkelijking in Nederland vlakt af',  Trouw, 14 dec. 2000

 


Nieuwe verzuiling niet meer religieus? - 3 dec. 2000

AMSTERDAM - Amsterdam moet ophouden krampachtig de nieuwe stadsmens, een smeltkroes der smeltkroezen, te willen vormen. Hoe mooi dat ook klinkt, de hoofdstad is nog niet klaar voor het nieuwe type Amsterdammer: de perfecte multicultureel. De diverse culturen kunnen beter nog even op hun 'eilanden' blijven.

Voor Amsterdammer en publicist Gerard van Westerloo was het donderdagmiddag tijdens het congres Kijken over de Dam van het onderzoeksbureau O & S zo klaar als een klontje. Pogingen verschillende nationaliteiten te vermengen in één persoon, waren al eerder mislukt. Een goed voorbeeld daarvan was het samenleven van culturen op de Surinaamse plantages. Javanen, bosnegers en stadscreolen werkten zij aan zij. ''Maar dacht u dat ze bij elkaar over de vloer kwamen? Vergeet het maar. Niet omdat ze het van het elkaar niet zouden mogen, maar het gebeurde gewoon niet.'' 

Idem dito gold voor het spreidingsbeleid in Nederland. Vijf procent van de nieuwbouw moest beschikbaar komen voor nieuwkomers, om het integratieproces op gang te brengen. Volgens Van Westerloo heeft dat precies drie jaar geduurd. Toen trokken de creolen massaal naar de Bijlmermeer, de Javanen naar Sint Michielsgestel, de Hindoestanen naar Den Haag en de bosnegers klonterden samen in Tilburg. 

De raciaal verzuilde samenleving komt, net als de verzuilde maatschappij uit de jaren vijftig, vanzelf wel tot de ontdekking dat het leven op die eilanden ook niet alles is. Pas dan vormen minderheden vanzelf een meerderheid, zo meent Van Westerloo. 

(...) 

De manier om dat voor elkaar te krijgen, is mensen zich nog meer te laten identificeren met het leven op de eilandjes. Dan ontstaan vanzelf nieuwe politieke stromingen, met sterke figuren, met wie gemeenschappelijke afspraken kunnen worden gemaakt. 

Anders dan de enkele allochtoon in de stadsdeelraden, die geen enkele invloed kan uitoefenen. Dan zal het nieuwe type stadsmens er plotseling zijn. En op een veel natuurlijker manier dan blind af te stevenen op de vorming van een 'smeltkroes-Moksi-mens', aldus Van Westerloo. 

Uit het column van Mijntje Klipp,  'Smeltkroes multi-mensen is mythe', Parool, 3 dec. 2000

 


Uitkeringsbeleid loopt uit de hand - 25 nov. 2000

Het kabinet komt met harde maatregelen om het grote aantal allochtonen met een uitkering terug te dringen. Dat heeft de ministerraad vrijdag besloten. 

Volgens vice-premier Jorritsma hebben de bewindslieden geschokt gereageerd op de cijfers die minister Vermeend van Sociale Zaken deze week bekendmaakte. Uit die cijfers blijkt dat etnische minderheden twee tot drie keer zo vaak een uitkering hebben als autochtone Nederlanders.

Vooral Turken en Marokkanen leven relatief vaak van een uitkering. Van de Turkse en Marokkaanse mannen tussen de 40 en 64 jaar heeft ruim 60 procent een uitkering. Voor de Nederlandse mannen geldt dat 22 procent een uitkering geniet. Deze vergelijking kon worden gemaakt nadat eerder deze week de WAO-cijfers werden uitgesplitst naar etnische afkomst van degenen die een WAO-uitkering krijgen. 

Vice-premier Jorritsma liet weten dat er sprake is van 'een zeer verontrustend beeld, waaruit zo spoedig mogelijk beleidsconsequenties getrokken moeten worden'. Zij kondigde aan dat er 'volgende week al de eerste gedachtevorming over concrete maatregelen moet liggen'. Ze waarschuwde ervoor dat 'niet de hele groep het stempel mag krijgen opgedrukt als zou ze niet deugen', maar voegde daaraan toe: 'We gaan niet pleiten voor een zachte aanpak.' 

De VVD-bewindsvrouw wil kijken naar de keuringseisen die voor de WAO worden toegepast en naar de inspanningen die worden gedaan om arbeidsongeschikte allochtonen weer aan het werk te krijgen. Minister Vermeend moet verdere maatregelen nemen. 

Jorritsma: 'Er is blijkbaar bij sommige bevolkingsgroepen een cultuurtje ontstaan. Met cultuurtje bedoel ik ook de houding van degenen die zich hiermee bemoeien, zoals de gemeenten. Ik wijs erop dat minister Vermeend het hierover al aan de stok heeft gehad met enkele sociale diensten.' 

De minister van Sociale Zaken oefent druk uit op gemeenten om bijstandsgerechtigden aan het werk te zetten. Ook heeft hij kritiek op het geven van allerhande financiële voordeeltjes aan leden van deze groep, omdat die daarmee ontmoedigd zou worden werk te aanvaarden. 

De discussie over de uitkeringen aan allochtonen werd vorige maand uitgelokt door VVD-Kamerlid Kamp. Hij kwam met resultaten van enquętes, waaruit kon worden afgeleid dat oudere Turkse en Marokkaanse mannen zes maal zo vaak in de WAO zitten als Nederlandse mannen. Dit blijkt nu tweeënhalf maal zo vaak te zijn. 

Uit 'Kabinet pakt grote aantal uitkeringen allochtonen hard aan',  Volkskrant, 25 nov. 2000

 

Zie ook:

 


De zondvloed van het misdaad - 24 nov. 2000

De machocultuur van de misdaad is in rap tempo bezig democratische samenlevingen te ontwrichten. Nigeriaanse meesteroplichters, Chinese kinderhandelaren, Zuid-Amerikaanse drugsbaronnen en gewelddadige criminelen uit Oostbloklanden infiltreren in West-Europa. Joegoslavische en Turkse bendes maken dankbaar gebruik van het ‘polderparadijs’ dat de poort naar Europa opent. Met misbruik van asielprocedures, gedwongen prostitutie en mensensmokkel krijgen bendes hier vaste voet aan de grond. Afrekeningen in het criminele circuit zijn aan de orde van de dag. In zijn recente boek Het criminele web onthult journalist Emerson Vermaat angstaanjagende gegevens over de macht van de georganiseerde misdaad achter de wereldwijde vluchtelingenstroom.

De affaire van de ‘Doverchinezen’legt bloot dat Justitie deze bedreiging nauwelijks meer het hoofd kan bieden. Dat een eerder wegens Koerdensmokkel veroordeelde Turkse topcrimineel ongemerkt 60 illegale Chinezen op een veerboot kon zetten, is een teken van de overmacht van deze maffia. Maar heeft de politiek deze mensensmokkel niet te lang aangezien? Justitie bevestigd dat vele asielzoekers Nederland zonder papieren binnenstromen. De vreemdelingenwet van staatssecretaris Cohen beoogt nu wel een strenger asielbeleid, maar de partijen blijven het oneens over het effect: de paarse coalitie vindt haar te streng, het CDA te slaap.

Veel veiligheidswetten, zoals over DNA-onderzoek en controle op wapenbezit, blijven nodeloos lang bij de Tweede Kamer op de plank liggen. In bijzaaltjes van de Tweede Kamer palaveren commissies eindeloos over details van het beleid maar voor essentiële zaken blijft in de plenaire zitting te weinig tijd. Blijkens cijfers van Justitie wordt slechts 50% van de moorden opgelost, van de woninginbraken slechts 12%. (...) In 1998 vielen er bij 80 000 delicten slachtoffers als gevolg van geweld, overvallen en aanrandingen. Het vuurwapengeweld stijgt. (...) En per 100 000 inwoners worden in Amsterdam net zoveel moorden gepleegd als in London, Berlijn en Parijs samen aldus een onderzoek van Justitie.

De misdaad die dit land overspoelt is mede uit de hand gelopen door gebrek aan tijdige maatregelen en door onderschatting van het probleem. Het is de zwakke plek van onze democratie dat het politieke overleg-en besluitvormingsproces te traag en verdeeld werkt om de criminele zondvloed tijdig in te dammen. De overdadige welvaart verslapt bovendien de waakzaamheid voor de dreigende destabilisering van onze samenleving. Er zal een Marshallplan van mensen en middelen nodig zijn om het tij te keren. Als het nog te keren is.

 

Uit de column van L. A. Struik, Katholiek Nieuwsblad, 24 nov.  2000, blz. 13

Zie ook:

 


Harry Priem over milieupropaganda m.b.t. CO2-uitstoot - 21 nov. 2000

 

Geoloog en verificateur van het klimaat, zo noemt prof. Harry Priem van de Universiteit Utrecht zich het liefst. Hij moet niets hebben van de wetenschappers die de klimaatverandering uitsluitend toeschrijven aan de verhoogde CO 2-uitstoot, zoals het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) doet. De cijfers van het IPCC worden wereldwijd door politici gebruikt. 

'In het verre verleden hadden we vaker uitstoot van kooldioxide, die bovendien tien tot twintig keer zo hoog was als nu, en toen was het juist extreem koud. Al die opwinding over klimaatfluctuaties zegt mij weinig. Het klimaat verandert voortdurend. Aan de klimaatmodellen die het IPCC gebruikt, kleven nadelen. Ze analyseren een beperkt aantal variabelen en kunnen er daarom naast zitten.' 

Priem hoort bij de broeikassceptici die maandag in een Haags hotel hun ongenoegen uitten over het vermaledijde IPCC. Ze vinden veel stof voor hun scepsis in een onlangs verschenen rapport van de Amerikaanse National Academy of Science. 'Het vermoeden is dat het IPCC heel selectief is omgegaan met gegevens over temperatuurstijging. (...) 

Priem is vol lof over de wetenschappelijke deelrapporten van het IPCC. Die deugen, vindt hij. 'Maar dan gaan er beleidsmakers overheen. En die maken een samenvatting die in niets meer lijkt op wat er oorspronkelijk door wetenschappers werd beweerd.' 

Priem vermoedt dat de zonne-activiteit veel meer invloed heeft op de temperatuur dan de kooldioxide-uitstoot. 'Maar ik begrijp wel waarom onderzoekers zich meer op kooldioxide concentreren. Wie een CO 2 -vlaggetje op zijn onderzoeksaanvraag plakt, krijgt gemakkelijker geld.' 

Bijna tandenknarsend praat de geoloog over de politici op de klimaattop. 'Als minister Pronk op de conferentie zegt dat er nu wel genoeg wetenschappelijk bewijs is geleverd, vind ik dat onbenullig. In Nederland ben je niet politiek correct als je niet meteen gelooft dat de kooldioxide-uitstoot omlaag moet in de strijd tegen het broeikaseffect. In de VS is er veel meer twijfel over de oorzaken van de opwarming van de aarde.' 

Uit het interview door Marieke Aarden, 'Expert',  Volkskrant , 21 nov.. 2000

Zie ook:

 


Nazisme en milieubewegingen - 21 nov. 2000

Terug naar de natuur - wat kan daar nu tegen zijn? Manfred Gerstenfeld ziet ze oprukken, de stromingen die flora en fauna centraal stellen, ver boven de mens. En hij herinnert zich dat er eerder in die richting gedacht werd. De verworvenheden van de monotheďstische cultuur staan op het spel, waarschuwt hij. En dat is geen bevrijding. 

De waarde van de schaarse natuur stijgt, die van de overvloedig aanwezige mens daalt. Nieuw heidendom is in opmars en dat moet ons zorgen baren, waarschuwt de Joodse milieudeskundige en economisch strateeg dr. Manfred Gerstenfeld bij een recent bezoek aan Nederland. ,,Heidense motieven van de oude, polytheďstische afgoderij keren terug in een andere verpakking en bedreigen de verworvenheden van de monotheďstische cultuur.'' Vooral de heiligverklaring van de natuur beangstigt hem. 

(...)

In veel nieuw-heidense religies speelt de natuur een belangrijke rol, ontdekte Gerstenfeld. Op zichzelf vindt hij de hernieuwde belangstelling voor de natuur overigens niet vreemd. ,,Industrialisatie en consumentisme hebben geleid tot een toenemende vernietiging en aantasting van de natuur. Steeds meer mensen worden zich bewust van de gevaren van misbruik van natuurlijke bronnen. Ook de teleurstelling over wetenschap en techniek, die de overdreven verwachtingen van de mensheid maar ten dele hebben waargemaakt, en het steeds virtueler worden van de samenleving, geven aanleiding tot herwaardering van en terugverlangen naar de natuur.'' 

Vanuit economisch oogpunt bezien is een revaluatie van de natuur in zijn ogen eveneens eenvoudig te begrijpen. ,,De wereldbevolking groeit, terwijl delen van de natuur geleidelijk verdwijnen. Daardoor daalt de waarde van het overvloedige product 'mensheid', terwijl de waarde van het schaarse goed 'natuur' toeneemt. Met andere woorden, het doden van mensen zal mensen relatief minder gaan bezighouden en de bescherming van dieren en ecosystemen zal meer centraal komen te staan. Een liberale houding ten aanzien van abortus en euthanasie past eveneens binnen deze realiteit. De extremistische milieubeweging 'Deep Ecology' stelt zelfs dat mensen niet meer rechten zouden moeten hebben dan andere onderdelen van de natuur. Zij vinden dat wij eerder voor een bio-centrische dan voor een antropocentrische benadering zouden moeten kiezen. Als men deze opvatting tot in het extreme doortrekt, zou dat betekenen dat de brandweer zich bij een grote brand meer zou moeten bekommeren om het redden van bedreigde diersoorten dan om het redden van kinderen.'' 

Vooral de relatie tussen de radicale opvattingen van extreme milieubewegingen - zoals Deep Ecology - en de semi-religieuze ideologie van het neo-nazisme, ziet Gerstenfeld als potentieel gevaarlijk. Over het racisme van neo-nazistische groepen is meer bekend dan over hun heidense belangstelling voor de natuur, maar dat neemt volgens hem niet weg dat ze die interesse wel degelijk hebben. ,,Weinig mensen realiseren zich - en de Duitse Groenen van nu worden er liever niet aan herinnerd - dat de eerste grote natuurbeschermingswetten in de jaren dertig werden uitgevaardigd in nazi-Duitsland, dat later zou bewijzen het wreedste Westerse land te zijn als het om mensen gaat.'' 

De Nederlandse historisch-pedagoge Lea Dasberg wees twintig jaar geleden al op de gevaren van een overdreven 'terug naar de natuur'-beweging. In 'Pedagogie in de schaduw van het jaar 2000' schreef zij: ,,Het natuurlijke is weer normatief geworden, als een tegenkracht van de cultuur. Zo snel na het nazisme, dat hetzelfde proclameerde, is men alweer vergeten welke gevaren de verheffing van de natuur tot norm in zich draagt voor gehandicapten, seksuele minderheden, ouderen en inter-raciale samenlevingen.'' 

,,Geen andere natie in de twintigste eeuw'', voegt Gerstenfeld hieraan toe, ,,heeft zozeer 'in harmonie met de natuur' geleefd als Hitlers Duitsland, waar 'bloed en bodem' centrale waarden werden. In de pseudo-religieuze wereld van het nationaal-socialisme speelt de natuurwet van het recht van de sterkste een belangrijke rol. Het is dan ook niet verrassend dat de Joden, het volk dat morele wetten introduceerde in de samenleving, van de aardbodem geveegd moesten worden.'' 

Het Jodendom en in zijn kielzog de andere monotheďstische godsdiensten, christendom en islam, maakten een einde aan de suprematie van de natuurwetten en de aanbidding van natuurgoden. In de Noachidische wetten verbood de Ene God de mens zelfs uitdrukkelijk volgens de natuurwetten te leven. Het recht van de sterkste had afgedaan en plaatsgemaakt voor recht en rechtvaardigheid. Natuur was geweken voor cultuur. ,,En dat is nu precies wat extreme milieu-activisten het monotheďsme kwalijknemen. Zij redeneren als volgt: 'de primitieve mens leefde in harmonie met de natuur. Toen kwam echter het monotheďsme, dat de natuur ideologisch vernietigde door God buiten en boven haar te plaatsen.'' 

Gerstenfeld gruwt van deze benadering. ,,De natuur kent geen democratie en geeft de zwakkere recht noch bescherming. De duif kan zich niet beroepen op rechtvaardigheid als hij wordt opgegeten door de arend. Het is de monotheďstische cúltuur die de zwakke recht geven, niet de nátuur.'' Uiteenlopende vormen van hedendaagse natuurverheerlijking zijn in zijn ogen dan ook on-Joods en sommige zelfs ronduit anti-Joods. ,,In het monotheďsme is geen plaats voor de goddelijkheid van de natuur waarvoor de mensheid moet buigen. De natuur op zichzelf kan op waarde worden geschat als een manifestatie van Gods majesteit, maar heilig is ze niet.'' 

De opkomst van het nieuwe heidendom wijt Gerstenfeld voornamelijk aan het falen van 'de grote ideeën', inclusief de monotheďstische godsdiensten. 

,,In de afgelopen twee eeuwen is het geloof in een onzichtbare God eerst zwakker geworden en daarna door grote delen van de Westerse samenleving geheel verlaten. In het spirituele vacuüm dat hierdoor ontstond, konden vele ideeën binnenmarcheren: atheďsme, humanisme, wetenschap en 'seculiere religies' zoals communisme, fascisme en nazisme, die tevens ruimte boden aan de opkomst van nieuwe heidense ideeën. De val van de laatste totalitaire ideologie, het communisme, maakte het spirituele gat en daarmee de ruimte voor nieuwe heidense ideeën nog groter.'' 

(...) 

Uit het artikel door Cokky van Limpt, 'Natuurwetten getuigen van het barbaarse', Trouw, 21 nov. 2000

Zie ook:


D66 valt Vaticaan aan - 20 nov. 2000

D66 heeft een nieuw onderwerp gevonden om zich in de schijnwerpers van de politieke media te plaatsen. De partij bepleit de afschaffing van het Nederlandse gezantschap bij de paus. Het congres van D66, de afgelopen dagen in Noordwijkerhout bijeen, heeft vrijwel unaniem een motie aangenomen om de diplomatieke banden met het Vaticaan te verbreken. De indienster van de motie, mevrouw Van der Laan, maakt zich ook binnen het Europees Parlement sterk voor de verbreking van alle diplomatieke banden met het pauselijke ministaatje.

Dit soort initiatieven roept natuurlijk herinneringen op aan ”de nacht van Kersten”, toen de SGP erin slaagde een kamermeerderheid in 1925 de begrotingspost voor het gezantschap weg te laten stemmen. De bedoeling van ds. G. H. Kersten was de coalitie van rooms en protestants te breken: de macht van Rome zag hij als een groot gevaar voor het protestants karakter van het Nederlandse volk.

(...)

Over zijn motieven laat D66 geen enkele onduidelijkheid bestaan. Het zijn er twee. D66 vindt het om te beginnen onjuist om het ene geloof te bevoorrechten boven het andere. De Nederlandse overheid onderhoudt geen diplomatieke banden met andere godsdiensten, dus waarom dan wel met de Rooms-Katholieke Kerk? D66 vindt vervolgens dat Rome die bevoorrechte positie misbruikt om allerlei volstrekt achterhaalde ideeën uit te dragen en concrete maatregelen tegen te werken die tegen die ideeën indruisen. D66 zou bijvoorbeeld graag zien dat er op de hoek van iedere straat in Afrika een condoomfabriek verrijst om de aids te bestrijden. Maar „die akelige paus is tegen condooms” en slaagt er dankzij zijn invloed ook nog in om de verspreiding van het antivirusrubbertje tegen te gaan.

Aan het eerste motief van D66 ligt het kwaad van het culturele relativisme ten grondslag. Alle waarden, culturen en godsdiensten zijn even waar en even onwaar. Alles is relatief en afhankelijk van de positie van de degene die er iets over zegt. De aanspraken van het christelijk geloof op waarheid zijn daarom onjuist en zelfs heel erg intolerant. Zo'n geloof mag geen invloed meer uitoefenen, vindt D66.

De huidige paus is een man aan wiens opvattingen weloverwogen theologische en filosofische gedachten ten grondslag liggen. De encycliek ”Geloof en rede” van een paar jaar geleden getuigt daarvan. Vanuit die gedachten heeft de paus zich uitgesproken over zaken als huwelijk, abortus, euthanasie en de bestrijding van aids. Wat daarbij opvalt is dat hij er telkens op wijst dat de oorzaken die ten grondslag liggen aan, bijvoorbeeld, de vraag naar abortus en euthanasie, de eigenlijke problemen zijn. De afwezigheid dus van kuisheid en, in het geval van euthanasie, van de zorg en instituties die de vraag naar euthanasie zouden kunnen voorkomen of beperken.

Dat zijn zonder meer verstandige overwegingen. In de discussie tussen D66 en de paus gaat het dus om de strijd tussen waarheid en deugd enerzijds en relativisme, zelfbeschikking en (seksuele) vrijheid anderzijds. In dat conflict, dat de eigenlijke scheidslijn binnen onze cultuur heel precies markeert, behoort geen enkele partij, en zeker geen christelijke, de zijde van D66 te kiezen, hoe men verder ook denkt over de wereldlijke macht van het hoofd van de Rooms-Katholieke Kerk.

 

Uit het commentaar 'Gezantschap bij', Reformatorisch Dagblad, 20 nov. 2000, blz. 1

 


Van der Land over de kritiek op het Bijbelboek Daniël - 18 nov. 2000

Al te snel laten christenen zich uit het veld slaan door zogeheten wetenschappelijke argumenten van bijbelcritici. Hierdoor wint het onjuiste beeld terrein als zou Gods Woord niet met de werkelijkheid sporen. Drs. J. G. van der Land wijst erop, dat archeologische vondsten juist keer op keer de betrouwbaarheid van de Bijbel onderstrepen.

(...)

Overblijfselen

Al heeft men zelf dan geen problemen met het gezag van de Bijbel, toch blijven de argumenten van de bijbelkritici hun duizenden verslaan. Velen zitten met vragen en twijfelen aan de betrouwbaarheid van de Bijbel. Zouden we dan niet met wetenschappelijke argumenten mogen aantonen dat de beweringen van de bijbelcritici onhoudbaar zijn? Daar is grondige studie voor nodig.

Het tijdschrift ”Bijbel, Geschiedenis en Archeologie” (BGA) voorziet in die behoefte. We maken daarbij gebruik van wetenschappelijk materiaal en van resultaten van recent archeologisch onderzoek die voor velen onbekend zijn.

Wetenschappelijk onderzoek kan goed samengaan met een gelovig aanvaarden van wat God openbaart in de Bijbel. We hoeven dan ook niet bevreesd te zijn voor wetenschappelijk onderzoek, omdat dat gaat over dezelfde werkelijkheid als die waarover in de boeken van de Bijbel is geschreven. Helaas geloven velen in de houdbaarheid van alle argumenten van wetenschappers die door middel van de communicatiemedia de wereld overspoelen. Dat ze vaak subjectief zijn, beseffen zelfs gelovige intellectuelen niet altijd.

De generaliserende stelling van Grandia is blijkbaar een gevolg van het aannemen dat de sterk lijkende argumenten van de bijbelcritici juist zijn. Tal van ontdekkingen op archeologisch terrein laten zien dat de houdbaarheid van het ene na het andere argument van de bijbelkritici onderuit wordt gehaald. We denken aan de bewering dat de Israëlieten nog in de tijd van farao Raämses II (1279-1213 voor Christus) in Egypte verbleven, omdat Raämses gelijkgesteld werd met Tanis en daar had men geen oudere lagen gevonden dan uit de tijd van de genoemde farao. Onweerlegbaar werd later aangetoond dat Tanis niet de plaats van Raämses was.

Stellig werd beweerd dat in het gebied ten oosten van de Jordaan voor circa 1250 voor Christus geen steden lagen, zodat de Intocht voor Israël moest worden gedateerd na circa 1250 voor Christus. Opnieuw een 'bewijs' voor de latere datering in circa 1220 voor Christus, slechts circa 250 jaar voor de bouw van de tempel van Salomo begon. Verschillende teksten, zoals Richteren 11:26 en 1 Koningen 6:1 zouden kunnen worden geschrapt. Later werden in het genoemde gebied tal van overblijfselen van steden uit de tijd voor 1250 voor Christus opgegraven.

Scherven

De opvatting dat het boek Daniël niet in de zesde eeuw voor Christus door Daniël werd geschreven, is al lang gangbaar in bijbelkritische kringen. Het werd onmogelijk geacht dat een schrijver in de zesde eeuw voor Christus gebeurtenissen die lang daarna plaatsvonden, zou hebben voorspeld. Daarom werd aangenomen dat iemand in de tweede eeuw voor Christus, nadat de meest helder beschreven gebeurtenissen hadden plaatsgevonden, deze verhaalde in de vorm van profetieën en die toeschreef aan een zekere Daniël.

Er zijn echter door taalkundigen overtuigende argumenten naar voren gebracht tegen het dateren van het boek Daniël uit de tweede eeuw voor Christus. (...) 

Gedenksteen

Ook archeologisch onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat het boek Daniël moet zijn geschreven door iemand die de situatie aan het Nieuw-Babylonische hof zeer goed en van nabij kende en dus moet hebben geleefd in de zesde eeuw voor Christus. (...)

Bevestigen

Het dateren van het boek Daniël in de tweede eeuw voor Christus houdt een miskenning van het profetisch karakter van het boek in. Er zijn nog meer overtuigende argumenten aan te voeren tegen de late datering van het boek. In een uitvoerig artikel in BGA van september 1997 zijn die te lezen.

Steeds duidelijker wordt dat de moderne bijbelcritici bouwt op vooronderstellingen die al zijn weerlegd. Door bijbelcritici beheerste tijdschriften weigeren stelselmatig artikelen van bijbelgetrouwe wetenschappers. Veel interpretaties van resultaten van opgravingen die de betrouwbaarheid van de Bijbel leken te kunnen betwisten, bleken later onjuist te zijn.

Voor ons geloof hebben we geen bewijzen voor de betrouwbaarheid van de Bijbel nodig. We leven echter in een tijd waarin de kritiek op de betrouwbaarheid van de Bijbel steeds heviger wordt en via de media en in schoolboeken wordt gepopulariseerd. Door archeologen die zich bezighouden met Palestina in de tijd van het Oude Testament wordt een groot deel van de Bijbel onbetrouwbaar genoemd. Dan is het bemoedigend voor christenen die twijfelen aan de betrouwbaarheid van de Bijbel om kennis te nemen van resultaten van archeologische vondsten die de betrouwbaarheid van de Bijbel bevestigen. Op dit terrein dringt veel informatie niet door tot een breed publiek.

De auteur is eindredacteur van het tijdschrift ”Bijbel, Geschiedenis en Archeologie”.

 

Uit het artikel van J.G. van der Land, 'Daniël schreef boek Daniël zelf', Reformatorisch Dagblad, 18 nov. 2000, blz. 15


Ned. Openbaar vervoer zeer onveilig - 11 nov. 2000

 

DEN HAAG – Minister Netelenbos van Verkeer en Waterstaat luidt de noodklok over het toenemende geweld in het openbaar vervoer. „Er is sprake van een verontrustende verharding”, schrijft ze in een brief aan de Tweede Kamer.

Netelenbos signaleert dat personeel en reizigers in trein, tram, bus en metro steeds vaker te maken krijgen met verbaal en fysiek geweld. Strafbare feiten als bedreiging en mishandeling zijn aan de orde van de dag. Daardoor is het met de veiligheid in het openbaar vervoer slechter gesteld dan op straat.

Maar liefst tweederde van het personeel en niet minder dan een kwart van de reizigers was het afgelopen jaar slachtoffer van één of meer incidenten. De helft van de chauffeurs en conducteurs voelt zich enigszins onveilig tegen eenvijfde van de passagiers, zo blijkt uit het onderzoek dat Netelenbos heeft laten uitvoeren.

Zwartrijden is vaak een bron van onenigheid tussen conducteurs en passagiers. Ook zijn er veel discussies over de geldigheid van een vervoersbewijs (tarief en aantal zones) die uitmonden in een conflict. Reizigers maken onderling amok over zitplaatsen of worden „in algemene zin” lastiggevallen. Strafbare feiten in het openbaar vervoer komen in de vier grote steden twee keer zo vaak voor als elders.

(...)

Uit: Geweld in metro en trein zorgelijk, Reformatorisch Dagblad, 24 okt. 2000,

Zie ook : 

 


SoW synode dichter bij orthodoxie - 7 nov. 2000

UTRECHT - Jezus is de Zoon van God en dus goddelijk. Hij heeft door Zijn kruisdood de mens van zijn schuld bevrijd. De ruimte voor andere geloofsopvattingen is in de kerk niet onbeperkt. Dat stelt een nieuw rapport van de Samen op Weg-kerken. 

Het rapport 'Jezus Christus, onze Heer en Verlosser' is het eerste geschrift met een belijdend karakter dat de Samen op Weg-kerken gezamenlijk uitgeven. De gezamenlijke synode van hervormden, gereformeerden en lutheranen bespreekt het document op 1 december. Het SoW-synodebestuur stelt voor het te aanvaarden als een 'synodaal geschrift'. 

Kuitert

Geruchtmakende boeken van de gereformeerde theologen C.J. Den Heyer en H.M. Kuitert over verzoening en de positie van Jezus waren mede aanleiding voor de opdracht een rapport te schrijven aan het SoW-adviesorgaan voor kerkopbouw, theologie en opleidingen. 
Den Heyer joeg behoudende protestanten tegen zich in het harnas door te stellen dat de klassieke verzoeningsleer niet als dogma in het Nieuwe Testament voorkomt. Kuitert deed hetzelfde door af te rekenen met de leer dat Jezus tegelijk God en mens is. 
Het rapport, geschreven door de Utrechtse systematisch theoloog prof. dr. J. Muis, houdt vast aan de klassieke omschrijvingen van Jezus Christus als Heer, Verlosser en Zoon van God. 

(...)

Uit 'Klassieke kijk op Jezus en verzoening in SoW-rapport', Kerkweb, 7 nov. 2000.

 

Gereformeerde kritiek op synoderapport over Jezus

DEN HAAG - Het behoudende Confessioneel Gereformeerd Beraad (CGB) is niet geheel tevreden met het rapport 'Jezus Christus, onze Heer en Verlosser' van de Samen op Weg-kerken. Het document bevestigt weliswaar de klassieke kijk op Jezus en de verzoening, maar vraagt op belangrijke punten om aanscherping. 

(...)Het CGB vindt verder dat het rapport het historische bijbelonderzoek te veel krediet verleent. Het document stelt onder meer de vraag of Jezus zichzelf als Gods Zoon heeft gezien en of Hij zich van zijn roeping als Messias bewust was. "Bepaald verwarrend en aanvechtbaar is de uitspraak dat we met middelen van de historische wetenschap niet kunnen vaststellen of Jezus Zichzelf als God heeft beschouwd'', stelt het CGB. 

Uit 'Gereformeerde kritiek op synoderapport over Jezus', Kerkweb, 27 nov. 2000.

Zie ook: 

 


Buitenlandse politici beroepen zich op het christendom - 1 nov. 2000

 

Decennialang werd de scheidslijn tussen vooruitstrevend of bekrompen zijn bepaald door het feit of je affiniteit had met het christendom. Het lijkt erop dat een kentering gaande is nu in het buitenland tal van politici zich beroepen op het christendom. Of wordt hier toch te vroeg gejuicht?

Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) kwam onlangs met harde feiten: de ontkerkelijking blijft in volle gang doorgaan in Nederland. Haar rapport over de secularisatie in de jaren negentig is duidelijk. Het aantal mensen dat zich christelijk noemt en zondags ter kerke gaat,  is afgenomen van van 33 procent in 1991 naar 22 procent in 2000. Deze trend lijkt in de westerse cultuur een algemene te zijn. Waarom dan toch de titel boven dit artikel: Wordt het christendom progressief?

Met verbazing valt te constateren dat op het internationale politieke vlak tal van vooraandstaande politici zich de laatste tijd graag met het christendom verbonden zien. Onlangs mocht de immer goedlachse Britse premier Tony Blair naar aanleiding van een Labour-conferentie in Brighton schrijven, dat het socialisme de meeste affiniteit heeft met het christendom. Nu was het al langer bekend dat de socialistische profeet van "de Derde Weg" met regelmaat teksten van de apostel Paulus rondstrooit en de ene na de andere one-liner uit zijn gladgestreken colbert schudt, waar mening reformatorisch dominee maar bleekjes bij afsteekt. Blijkbaar was dit kwistige geslinger met bijbelteksten nog niet voldoende, en bij wijze van ultieme bevestiging injecteerde hij in twee zinsneden, het gehele christelijke erfgoed keurig in het vatenstelsel van het socialistische gestel. Waar zijn ogenschijnlijk moegestreden en verwaterde rode broeder Wim Kok nauwelijks zijn ogen opendoet bij een toespraak, schrikt Tony Blair er niet voor terug om ideologisch gezien nog maar eens een keer de messen te slijpen. De tegenstanders lieten dit niet op zich zitten. Een gehuil steeg op in het conservatieve kamp. Als door een adder gebeten reageerde een voormalig Torrie minister op de uitspraken van Tony Blair. Met een heuse verwijzing naar de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan stelde de voormalige minister van Binnenlandse zaken dat deze ruimhartige en solidaire samaritaan eerst centjes moest hebben wilde hij optimaal het slachtoffer kunnen helpen. Met andere woorden: niet het socialisme, maar het kapitalisme heeft het meeste recht om zich christelijk te mogen noemen.

Wie had dit ooit gedacht? Was het christendom decennialang een groot taboe voor iedereen die enigszins meende vrijheid en vooruitgang te willen bevorderen. Vandaag de dag vechten ze elkaar de tent uit over de vraag wie zich werkelijk christelijk mag noemen. Met een knippering van de ogen zijn de culturele wissels omgezet. Het is blijkbaar beledigend iemand de titel "christelijk" te onthouden.

Engeland is geen uitzondering. Wie de moeite nam de Amerikaanse presidentsverkiezingen te volgen, ziet ook daar tussen de bedrijven door een heuse strijd om de christelijke titel. Hier waren we al enige tijd gewend geraakt aan de reli-Clinton. Deze laat zich niet alleen graag kennen als de viriele president die bij tijd en wijle buiten de deur snoept. Met hetzelfde gemak laat hij zich biddend filmen. En enige tijd geleden sprak hij op een Willow-Creek conferentie zulke mooie woorden dat zelfs de EO zou gaan overwegen hem een eigen "prime-time" programma te geven. George Bush jr liet onlangs bij Oprah Winfrey uit zijn mond vallen dat het bestaan van God de meest zekere overtuiging in zijn leven was. Jezus blijkt voor Bush trouwens ook de meest inspirerende filosoof. Zijn democratische tegenstander Al Gore liet het er niet bij zitten. Bij elke beslissing zou hij zich laten leiden door de wollige slogan "What would Jesus Do" (WWJD). En zo beet de dooie Gore van zich af. Ook zijn running-mate Joe Lieberman kan er wat van. Deze als orthodox bekend staande Jood begon vanaf het begin af aan al uit het Oude Testament te citeren, nadat hij eerst de Hollywood industrie een veeg uit de pan gaf, met haar immorele producties boordevol seks en geweld. Je staat te klapperen met je oren. Moralisme en religiousiteit worden een teken van progressiviteit? Nu schreeuwt men in de VS meestal te pas en te onpas met God, en wijst men graag op haar uitverkoren status als natie in de wereld. Toch begint met zich ook daar achter de oren te krabben. De grote nadruk op de joods-christelijke levensovertuiging heeft nog niet eerder een zo prominente rol gespeeld in de strijdperk om de macht.

Wat betekent dit allemaal? Het lijkt erop dat de Engelsen en de Amerikanen met hun veelvuldig beroep op het christendom iniedergeval de vanzelfsprekendheid hiervan zijn kwijt geraakt. Plots lijkt het christendom het modewoord te zijn voor alles wat fatsoenlijk, liefdevol en rechtvaardig is. Jarenlang werden de waarden en de hoop van het christendom door ideologische oogkleppen naar het rijk der fabelen verwezen. De mens zou door zijn eigen mondigheid zich bevrijden van het godsdienstige juk, wat als donkere sluier het ware gezicht van de menselijke toekomst vol geluk verhulde. Het wegnemen van deze vermeende sluier heeft ertoe geleid dat onze westerse cultuur in een morele en sociale crisis geraakte. De mens werd in het geheel niet bevrijd toen men het christendom van zich af probeerde te werpen. De waarde van de mens is gereduceerd tot een kwantitatief principe, waarbij nut en mogelijke overlast voor zijn naaste de morele uitgangspunten zijn. Een reductie die de mens en zijn waardigheid uitgehold heeft. Nu het jasje van het antropocentrische mensbeeld tot op de draad versleten is, verlangen sommigen weer terug naar de waarden en de hoop van het christendom om hun gezicht een betrouwbaar uiterlijk te geven. De verwerping van het christendom, bleek impliciet ook een verwerping van de mens. Waarden die nog hoog staan in onze cultuur hebben geen enkele zekerheid zonder de overtuiging dat de mens meer is dan een klomp materie. De systematische ontkenning van zijn spirituele dimensie waarbij hij als persoon waarde heeft, omdat hij geschapen is naar het beeld en de gelijkenis van de Persoon, kan tot niets anders leiden dan een degradatie van mens zijn. Nu alle ideologische troeven zijn uitgespeeld en de door harde realiteit achterhaald, zijn er tal van politici en denkers die stiekem weer durven te kijken naar het christendom.

Het is nog maar de vraag of dit gekokketeer met het christendom een vrijage van blijvende aard is. Het boven elkaar uit geschreeuw in de politieke arena gaat voorlopig niet verder dan een politiek-correcte distillatie van een aantal multi-interpretabele bijbelteksten. Het mooie betoog van Blair over de relatie tussen christendom en socialisme vindt weinig weerklank in de morele koers die Labour volgt in haar regeringsprogramma. En ook de Amerikaanse kandidaten hebben een kameolonachtige verschijning wat betreft hun relatie met het christendom. Wanneer politici zich gaan beroepen op religie in hun ideologische koers is extra waakzaamheid geboden. Meer dan eens heeft de geschiedenis aangetoond dat het leidde tot een ondergeschikt maken van religie als middel voor politieke doeleinden, waarbij het tijdelijke nut voorrang had op het principe. Anderzijds kan religie ook verlammend werken op politiek, omdat ze gemakkelijk tot een zuiver moraliserende houding leidt. Het bewandelen van het juiste midden in deze zaken is een kwestie van het practische intellect, waarbij vooruitziendheid de beste leidraad is. Of het christendom een periode ingaat waarbij ze het etiket "progressief" opgeplakt gaat krijgen weet ik niet  Tot die tijd hanteer adviseer ik de aloude stelregel: "eerst zien dan geloven".

 

Jacques van der Meer

Zie ook:

 


Amsterdam criminele hoofdstad - 30 okt. 2000

AMSTERDAM - Amsterdam groeit steeds meer uit tot het centrum van de handel in drugs en wapens in Nederland. De strijd daartegen wordt tegelijkertijd moeilijker, doordat criminele netwerken hun activiteiten steeds beter afschermen. Dit schrijft de recherche in het jaarplan 2001 van de politie Amsterdam-Amstelland.

De netwerken investeren steeds meer in dure afschermingstechnieken en het inhuren van deskundigen op het terrein van logistiek, financiën, automatisering en telecommunicatie. ''Gelet op het internationale karakter is goede internationale samenwerking en informatie-uitwisseling onontbeerlijk om succesvol te kunnen zijn,'' staat in het rapport. 

Opmerkelijk is dat etnisch bepaalde criminele netwerken volgens de politie de stad hebben verdeeld in wijken, met ieder zijn eigen tak van misdaad. Zo domineren Joegoslaven in sommige wijken de wapenhandel en bij geweld, ook op bestelling. 

Nederlandse criminelen houden zich volgens de opstellers van het rapport vooral bezig met de handel in hasj en het kweken van nederwiet; daarnaast spelen ze een rol in de xtc- en cocaďnehandel. Zij zijn bovendien verantwoordelijk voor 'logistieke voorzieningen', zoals het transport voor de distributie van drugs. Die distributie verloopt volgens de politie 'via de in de wijken gevestigde coffeeshops en cafés'. 

De meeste criminele organisaties zijn inmiddels opgegaan in uitgebreide met elkaar samenwerkende netwerken, met hechte (veelal familie)verbanden. ''Doordat allochtonen van jongs af aan met elkaar opgroeien, lopen de criminele samenwerkingsverbanden qua etniciteit, anders dan vroeger, veel meer door elkaar heen. Iedereen werkt met iedereen samen,'' aldus het rapport. 

De topcriminelen van de Nederlandse netwerken hebben 'een grote staat van dienst opgebouwd' en omringen zich in de regel met een kleine groep vertrouwelingen. ''Als belangen onder druk komen te staan, wordt over het algemeen getracht bemiddeling tot stand te brengen, een enkele keer wordt grof geweld toegepast.'' 

Nederland is een doorvoerland voor mensenhandel, constateert de politie. Met name Iraanse netwerken spelen daarbij een grote rol. Daarbij wordt snel geweld gebruikt en dient de smokkelroute tegelijk voor de doorvoer van drugs. 

Uit een bericht van Het Parool, 30 oktober 2000

Zie ook:

 


Feminisme schuldig aan gebrek aan Ned. kinderen - 27 okt. 2000

Het begint langzamerhand door te dringen dat de wereld een gigantisch probleem te wachten staat. Niet dat van de decennia lang gepreekte overbevolking, maar juist van een krankzinnige bevolkingsimplosie. Steeds vaker berichten de media over het onderwerp, zij het op soms belachelijk bedekte wijze. Het lijkt er verdacht veel op dat in de berichtgeving over de personeelstekorten in de zorg het verband tussen het huidige geboortecijfer en de zorg in de toekomst angstvallig vermeden wordt.

Als het 'probleem' kinderen krijgen al aan de orde komt is het vooral een vrouwenzaak. Het zijn vrouwen die voor de keuze staan kinderen 'te nemen' of niet. Het is immers hun leven dat door kinderen wordt beďnvloed. Een vrouw, heet het, kan er vandaag niet meer vanuit gaan dat zij haar hele leven door een man zal worden onderhouden. Zij moet daarom economisch zelfstandig zijn en wordt daar onder meer door de Nederlandse overheid toe gedwongen: het nieuwe belastingstelsel is er voor de tweeverdieners. (...)

Overheid en economie dwingen de lagere en middeninkomens de dag te plukken. Wie niet meedoet, bijvoorbeeld doordat hij of zij thuis voor de kinderen zorgt, wordt gepakt.

Het zogenaamde 'vertrouwen in de economie' van de burger is gewoon onzin. Hij moet consumeren om de inflatie voor te blijven en te genieten voordat de bom valt. De bom van de bevolkingsimplosie, van de failliete pensioenfondsen, van bedrijven die moeten sluiten wegens personeelstekorten én gebrek aan consumenten.

Er is dus sprake van extreem wanbeheer. Het valt nauwelijks op doordat men zichzelf vooralsnog liever koestert in een ongekende weelde en behept is met een beschamend gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel.

Het wrange is dat de emancipatiebeweging vrouwen precies het tegenovergestelde heeft gebracht wat ze beoogde: door vrouwen onafhankelijk te maken hebben ze mannen de sociale verantwoordelijkheid ontnomen waartoe de samenleving hen altijd heeft gedwongen. Uitgerekend vrouwen zijn kinderen gaan zien op een abjecte mannelijke manier: als hinderlijke wezens waar anderen maar voor moeten zorgen. Dat zullen we weten ook.

Uit de column van Jan Peeters, 'Gewild wanbestuur', Katholiek Nieuwsblad, 27 okt. 2000, blz. 5

Zie ook:

 

 


Congres over verantwoorde seks - 24 okt. 2000

AMSTERDAM - Seks past alleen in het huwelijk, vinden meer dan duizend gelovige jongeren uit Europa, 25 uit Nederland, die vandaag op het congres 'Ware Liefde Wacht' in Zwitserland zijn te vinden. Met een ferme handtekening hebben zij zich tot een celibatair leven tot aan het huwelijk verplicht. 

,,Op school hebben jongeren die geen seks voor het huwelijk willen, vaak het idee dat ze als een buitenbeentje worden beschouwd'', vertelt Peter van Kleef, coördinator van de Nederlandse afdeling. ,,Op scholen is seks hét gespreksonderwerp. Iedereen zegt het te doen. Door de druk van televisie en tijdschriften denken jongeren die geen seks willen dat hun houding niet normaal is.'' 

Daar denkt de organisatie heel anders over. Tijdens de conferentie wordt seksualiteit uit het werelds gebeuren gehaald en aan wat men beschouwt als de bijbelse normen getoetst: dus binnen het huwelijk. 

(...)

Volgens de organisatie van Ware Liefde Wacht leidt experimenteren met de andere sekse alleen maar tot ellende. ,,Zo vaak tref ik meisjes van vijftien en zestien jaar die zeggen dat het voor hen te laat is. Ze zijn kapot. Sommige zijn zelfs zwanger geraakt'', betreurt Van Kleef. 

De overige jongeren worden 'het rechte pad' opgestuurd door te wijzen dat je tegen God zondigt met seks voor het huwelijk. Niet alle gelovige jongeren voelen er voor om zich te onthouden. ,,We kunnen ze niet dwingen'', vindt Van Kleef. ,,De keuze is vrij, de consequentie niet.'' 

Die consequenties zouden zelfs ervoor zorgen dat een ongelovige jongere spontaan zijn handtekening zou zetten. Ware Liefde Wacht wijst de geliefden erop die 'het' niet vol kunnen houden, dat hun daad een teken van onvolwassenheid is, dat ze tekort schieten in zelfbeheersing en met schuldgevoel komen te zitten. Van Kleef: ,,In de bijbel zegt Jacobus dat begeerte zonde opwekt en de zonde baart de dood. Dat kan ook een geestelijke dood zijn, dat je God kwijt raakt.'' 

(...)

De organisatie wil op scholen en conferenties de jeugd de seksuele keuzemogelijkheden voorleggen. ,,De wereld legt een druk op hen. Wij laten de jeugd de keuze. Het zou ook genoeg zijn om zonder handtekening in je hart een besluit te maken. Aan de andere kant vraag ik me dan af: waarom dan niet op papier?'' 

Uit het artikel 'Ware Liefde Wacht: jongeren beloven celibaat tot grote dag',  Trouw, 24 okt. 2000

Zie ook:

 


Paus veroordeelt het 'homohuwelijk' - 24 okt 2000

ROME – Paus Johannes Paulus II heeft gisteren indirect kritiek geuit op de openstelling in Nederland van het burgerlijk huwelijk voor homoseksuelen. De bisschop van Rome deed dat in een toespraak die de nieuwe Nederlandse ambassadeur bij de Heilige Stoel ontving bij het aanbieden van zijn geloofsbrieven.

In de brief schrijft de paus dat het huwelijk een fundamentele basis voor de maatschappij vormt. Geen enkele andere relatie tussen twee personen kan volgens hem als gelijkwaardig worden beschouwd, omdat uit de natuurlijke relatie tussen man en vrouw kinderen voortkomen. Ambassadeur baron H. Bentinck van Schoonheten liet weten dat er tijdens de ontmoeting met de paus niet over de kwestie is gesproken.

„De toespraken die gepaard gaan met het aanbieden van de geloofsbrieven, worden tegenwoordig schriftelijk uitgewisseld. Mijn brief heb ik een paar weken geleden verstuurd. De brief van de paus kreeg ik vanmorgen tijdens de ceremonie”, zei Bentinck. Hij zal de brief doorsturen naar Den Haag, maar zei te verwachten dat er vooralsnog niet op zal worden gereageerd. „Het standpunt van de Rooms-Katholieke Kerk over het huwelijk is bekend”, zei hij.

Bentinck volgt mr. G. Westerouen van Meeteren op als ambassadeur bij de Heilige Stoel.

'Paus kritiseert 'paarse' wetgeving over homohuwelijk',  Reformatorisch Dagblad, 24 okt. 2000,

 


VPRO-documentaires 'Moeders Gezocht'- 22 okt 2000

Over het voordurend gebrek aan Europese moeders sinds de jaren zestig:

'Moeders Gezocht', bij VPRO

Zie ook:

 


Enorme groei toestroom uit Derde Wereld -- en overheid steeds blind - 21 okt. 2000

 

Nieuwe Gastarbeid roept spiraal van problemen op. Overheid begrijpt nog steeds niets van migratie.

Nederland krijgt er dit jaar meer buitenlanders bij dan ooit. Tegelijk wordt een recordaantal werkvergunningen uitgegeven aan buitenlanders. Lessen zijn niet geleerd. Links laat asielzoekers en familieleden van gastarbeiders komen. Rechts is gevoelig voor bedrijven die goedkoop personeel willen. Het kabinet denkt niet na over de gevolgen. Tijd om de coalitie tegen de samenleving te breken.

 

Nederland is het dichtstbevolkte land van Europa en ook een van de volste landen ter wereld. Begin volgend jaar zal het zestien miljoen legale inwoners tellen - als de illegalen worden meegerekend is dat aantal vorig jaar al gehaald. Tegelijk heeft Nederland verhoudingsgewijs ook het hoogste immigratiecijfer van Europa. Er zullen zich dit jaar tegen de 130 duizend mensen in Nederland vestigen, van wie 90 duizend niet-Nederlanders. Nooit eerder werd zo'n hoog aantal bereikt. Het is relatief hoger dan dat in echte immigratielanden als Amerika. De uitstroom van Nederlanders en niet-Nederlanders is een stuk kleiner, ongeveer 60 duizend.

De meeste nieuwe ingezetenen zijn asielzoekers en de vrouwen, kinderen en ouders van voormalige asielzoekers en die van voormalige gastarbeiders. Daarnaast komt er dit jaar een recordaantal van meer dan 10 duizend Antillianen. Een ander record is dat van nieuwe gastarbeiders. Dat zijn er dit jaar minstens 30 duizend - meer dan ooit, zelfs meer dan ten tijde van de komst van de Turken en Marokkanen, dertig jaar geleden. Ook het aantal asielzoekers dat zich meldt, zal een bijna-record zijn: minstens 45 duizend.

Toch blijft de roep aanhouden om meer, nieuwe migranten naar Nederland te halen: arbeidsmigranten deze keer. Bedrijven dringen aan op de komst van werknemers, hoog of laagopgeleid, als ze maar gedienstig en tegen een niet te hoge prijs aan het werk gaan. Die bedrijven hebben aanhangers in de politiek. De meeste partijen houden weliswaar als stelregel aan dat het ongewenst is om nieuwe arbeidsmigranten aan te trekken zolang er in Nederland nog zoveel niet-werkenden zijn Toch hebben diezelfde partijen een gewillig oor voor ziekenhuizen, boeren en computerbedrijven die om mensen zitten te springen. Eigenlijk trapt alleen de vakbeweging op de rem, omdat nieuwe werknemers uit lagelonenlanden de salarispositie van de werknemers ondermijnen.

Waarom gastarbeid weer in is

Aanhangers van de theorie dat Nederland baat heeft bij het binnenlaten van wie dan ook voelen zich ondersteund door berichten uit het buitenland dat Europa deze eeuw langzaam zal ontvolken en dat er de komende decennia steeds minder mensen zullen zijn om de vergrijzende bevolking te verzorgen en hun pensioenen te betalen. Een rapport van de Verenigde Naties liep voorop met deze these.

Het is niet helemaal onzin. Als er geen immigratie zou zijn, zou het bevolkingstal in veel landen van de Europese Unie inderdaad teruglopen. Dat geldt voor Duitsland, en meer nog voor Italië, waar de geboortecijfers laag zijn. Maar voor Nederland geldt een afwijkend beeld. Nederlandse vrouwen baren nog zoveel kinderen - 1,6 per vrouw -- dat in de eerste helft van deze eeuw van ontvolking geen sprake zal zijn. De Nederlandse bevolking is in vergelijking met andere EU-Ianden bovendien jong, zodat de vergrijzing hier pas over een jaar of tien zichtbaar wordt. Nu de overheid ernst lijkt te maken met het verminderen van de staatsschuld, zal liet betalen van AOW en zorg ook niet direct een probleem zijn - anders dan in België en Italië, waar de staatsschuld hoog is en er nauwelijks voor pensioenen wordt gespaard. En nogmaals de immigratie in Nederland ís al hoger dan elders in de EU.

Zijn de nieuwe gastarbeiders wel nodig?

De Arbeidsvoorziening in Zoetermeer wijst hooguit 10 procent af van de aanvragen voor vergunningen voor nieuwe gastarbeiders van buiten de EU (en de partnerlanden Zwitserland, IJsland en Noorwegen). Als een bedrijf geen mensen kan vinden binnen de Europese Unie, dan mogen ze van buiten komen, zo luidt de huidige Wet Arbeid Vreemdelingen (WAV). De wet kijkt eenzijdig naar het bedrijfsbelang en houdt zich amper bezig met de maatschappelijke gevolgen.

(...)

De vergelijking met de toevloed van Zuid-Europeanen, Turken en Marokkanen in de jaren zestig en begin jaren zeventig dringt zich op. Toen haalden de verouderende bedrijven in de metaal en de textiel de gastarbeiders binnen. De bedrijven redden het uiteindelijk toch niet of verplaatsten hun arbeid naar lagelonenlanden. De bedrijven die het wel redden, moesten door reeksen saneringen heen. Hun gastarbeiders, nu veelal werkloos, bleven en haalden vervolgens ook hun familieleden naar Nederland. In één generatie vertienvoudigde het aantal Turken en Marokkanen in Nederland zo tot een half miljoen.

Naast landbouw, bouw, transport, metaal en de schoonmaakbedrijven halen ook Nederlandse ziekenhuizen met toestemming van de overheid personeel van buiten de EU. Bij vrijwel al deze arbeidsimporten kunnen vraagtekens worden gezet. Alles wijst erop dat de zorg nog geneigd is met personeel om te gaan als ging het om de diaconessen en nonnen van vroeger die het als hun levensdoel zagen om zonder marktconforme vergoeding te dienen en te zorgen. De zorginstellingen konden zich die houding vanwege een royale toevloed aan personeel lang permitteren. Het personeel dat het niet volhield werd uitgezwaaid, richting huishouden of arbeidsongeschiktheid. Nu de arbeidsmarkt krapper wordt, zitten minstens 75 duizend verpleegkundigen en talloze verzorgenden thuis of in een andere branche. De zorgindustrie trekt daar niet de conclusie uit dat er beter moet worden omgegaan met het personeel en dat de arbeidsvoorwaarden beter moeten worden. In plaats daarvan wordt de gemakkelijke weg bewandeld door in te gaan op voorstellen van bemiddelaars om gedwee personeel uit lagelonenlanden te halen. De Zuid-Afrikaanse verpleegsters zijn de nonnen en diaconessen van nu.

Het twijfelachtige morele gehalte van het weghalen van medisch personeel uit landen waar het harder nodig is, wordt weggepoetst met de twijfelachtige garantie dat ze over twee jaar terugkeren om dan hun landgenoten bij te staan met hun nieuwverworven inzichten.

Een andere categorie nieuwe arbeidsmigranten van buiten de Unie is die van de hoger opgeleiden, veelal aangetrokken door de informatica-industrie. De toelatingsprocedures voor informatici zijn sterk bekort. Geen haan die daarnaar kraait - in Nederland komt do ICT-branche immers tienduizenden mensen tekort, zo heet het. Bovendien moet de Nederlandse nieuwe economie kunnen wedijveren met andere Europese landen - die ook informatici importeren - en met Amerika. Voor de hele korte termijn is het geen oplossing, maar het is beter eerst te zorgen dat onderwijs en onderzoek in Nederland zo goed zijn dat Nederlands talent blijft en dat Europees toptalent naar Nederland wil komen. Voor echt toptalent van elders - maar dan gaat het eerder om honderden dan tienduizenden-- dat tijdelijk in Nederland wil werken, zal altijd plaats zijn.

Het is opmerkelijk dat er bij de komst van nieuwe arbeidsmigranten geen rekening wordt gehouden niet de toestroom die straks in hun kielzog op gang zal komen. Net als de vorige generatie gastarbeiders zullen ze straks hun familieleden laten overkomen. De asielzoekers doen dat ook.

Het hoeft geen betoog dat die massale immigratie niet zonder problemen verloopt. 'De schoolresultaten blijven achter, de werkloosheid is nog altijd relatief hoog, de criminaliteit verontrustend en de beheersing van de Nederlandse taal onvoldoende,' vat directeur Paul Schnabel van het Sociaal en Cultureel Planbureau de problemen rond de immigratiegolf samen in een recent rapport voor het tweede kabinet-Kok. 'Het aantal illegalen neemt toe, evenals het aantal allochtonen uit landen waar niet eerder banden mee bestonden ( ... ) en feitelijk lukt het verwijderen van niet-erkende asielzoekers nauwelijks.'

Daar kan nog aan worden toegevoegd dat de Aziatische en Afrikaanse gemeenschappen die zich vormen -- in sommige delen van de grote steden kan van gettovorming worden gesproken - zich steeds minder aantrekken van de rest van de samenleving. De samenhang in de samenleving wordt zo serieus bedreigd.

De instroom van deze groepen gaat intussen onverminderd door. Alle pogingen om de asielstroom van Nederland af te wenden zijn mislukt en tot dusver mocht bijna de helft van de asielzoekers legaal blijven. Dat terwijl inmiddels, duidelijk is dat bijna alle asielzoekende buitenlanders op zoek zijn naar werk, of naar welvaart. De intocht van de familieleden van voormalige gastarbeiders en asielzoekers is op papier wel lichtjes ingeperkt, maar in de praktijk heeft dat ook die stroom niet verminderd. Bijvoorbeeld: van de 25 duizend Afghanen - elders in Europa worden ze geweerd - wordt aangenomen dat ze ieder tientallen familie en clangenoten naar Nederland zullen meenemen. Intussen heeft hooguit een tiende van de Afghanen in Nederland werk.

Misschien dat de komst van nieuwe gastarbeiders, niet tot de massale problematische volgmigratie zal leiden als bij de vorige golven gastarbeiders, rijksgenoten en asielzoekers. Maar zeker is dat allerminst. Tenslotte werd ook van de gastarbeiders uit Turkije en Marokko gedacht dat ze na gedane arbeid huiswaarts zouden keren. Dit aspect zou weleens wat meer aandacht van politici mogen krijgen nu er in één jaar meer werk vergunningen worden verstrekt dan ooit het geval was ten tijde van de Turkse en Marokkaanse gastarbeid.

Dat de verpleegsters, schoonmakers, bouwvakkers en ICT'ers maar een tijdelijk contract hebben, zegt niets. Het vertrouwen in die papieren regel bewijst dat de overheid niets begrijpt van de realiteit van migratiestromen. Velen van de nieuwe gastarbeiders zullen blijven, de laagst opgeleiden het meest. Ook zij zullen echtgenoten, kinderen en familieleden laten komen. En ook zij zullen gemeenschappen vormen, waarin illegale landgenoten onderdak vinden, tot ook die op de een of andere manier worden gelegaliseerd en voor vervolgmigratie zorgen.

De werkloosheid onder immigrantengroepen is vele malen hoger dan onder de autochtone bevolking. Vrouwen, ouderen en allochtonen werken in Nederland nog steeds weinig, en oudere vrouwelijke allochtonen al bijna helemaal niet. Zelfs de werkloosheid onder allochtone jongeren bedraagt ondanks de schreeuwende vraag van de werkgevers nog steeds een derde tot een kwart.

Het binnenhalen van nieuwe gastarbeiders neemt niet alleen de druk weg om al die werkloze dan wel arbeidsongeschikt bevonden Nederlandse ingezetenen naar de arbeidsmarkt te brengen. Het is goed mogelijk dat de nieuwe gastarbeiders voor import van inactiviteit zullen zorgen.

Allemaal redenen om de nieuwe gastarbeid tot een volstrekt minimum te beperken en om de Nederlandse verzorgings- en slachtoffercultuur drastisch terug te brengen. Dat vraagt om dringendere ingrepen dan waar de Nederlandse politiek toe bereid is gebleken. En als de politiek daar al toe bereid is, stokt het wet in de uitvoering.

Een Europese oplossing?

De EU zal voorlopig geen oplossing bieden voor de immigratiestroom naar Nederland. Andere Europese landen, zoals Italië, Spanje, Frankrijk en België, legaliseren om de haverklap honderdduizenden illegale buitenlanders, die daarmee ook automatisch toegang krijgen tot Nederland. In het nieuwe Europese Handvest - nog onderwerp van bespreking - is vastgelegd dat alle legale inwoners van de Europese Unie in alle lidstaten mogen werken en verkeren.

De Europese Commissie heeft nieuwe wetgeving in voorbereiding die een bedreiging kan zijn voor de eis dat partners die in het kader van gezinshereniging naar Nederland komen een inkomen moeten hebben. Ook zal de EU worden uitgebreid met Oost-Europese landen, waarvan de inwoners zich uiteindelijk probleemloos in Nederland kunnen vestigen. Nog een reden om nieuwe gastarbeid van buiten Europa tegen te gaan.

Nederland kan lering trekken uit wat andere Europese landen doen. Die zijn restrictiever. Duitsland kreeg begin jaren negentig nog, twintig keer zoveel immigranten en asielzoekers aan de deur als Nederland -- nu nog maar twee keer zoveel. De 20 duizend ICT'ers die Duitsland wil binnenhalen, maken op de Duitse schaal ook betrekkelijk weinig uit. Een interessante les komt ook uit Zweden, dat de migratiedeuren grotendeels heeft gesloten en de pensioengerechtigde leeftijd heeft opgetrokken tot 67 jaar. En er valt te leren van Denemarken, waar immigratietaboes zijn doorbroken en gezinsvorming en gezinshereniging zijn ingeperkt. (...)

(...)

Vooral van de Verenigde Staten kan ook nog wat worden geleerd over hoe het niet moet. Zo blijkt in Amerika de praktijk van de gereguleerde immigratie ook weerbarstig. Ondanks duidelijke regels slagen bedrijven en lobbyisten erin uit zonderingen te bedingen. Donaties aan de politiek spelen daarbij een vitale rol. Amerikaanse boeren slagen er voortdurend in om goedkope gastarbeiders uit Mexico toegelaten te krijgen, ook als de lokale werkloosheid voor Amerikaanse begrippen al gigantisch is.

Coalitie tegen de samenleving

Het Amerikaanse quotasysteem lijkt een goed voorbeeld voor Nederland, maar is dat onder de huidige omstandigheden niet - tenzij ook asiel, gezinshereniging en gezinsvorming in dat quotum wordt betrokken, maar dat zit er voorlopig niet in. Zo'n quotabeleid zou bovendien voor de hele Europese Unie moeten gelden, en het resultaat zou voor Nederland ongunstig kunnen uitpakken nu veel grote landen geneigd zijn hun vergrijzing en ontvolking te bestrijden met het opvoeren van immigratie. Leerzamer is de Amerikaanse praktijk - en dan vooral hoe het niet moet: de bedrijfslobby's die de samenleving opzadelen met hun deelbelang. Ook in Nederland tekent zich een optelsom af van deelbelangen die de samenleving belasten. Links, vooral PvdA en GroenLinks, is gevoelig voor de lobby voor asiel, gezinshereniging en gezinsvorming. En VVD en CDA zijn gevoelig voor bedrijven en bedrijfstakken die zeggen het niet zonder buitenlands personeel te kunnen stellen.

Zo dreigt de vorming van een coalitie tegen de samenleving. Net als dertig jaar geleden bij het binnenhalen van de gastarbeiders en later bij de ruimhartige toelating van asielzoekers, worden de gevolgen voor de samenleving buiten beschouwing gelaten. Dat is ernstig, nu nog steeds slechts de helft van de volwassen Nederlanders tot 65 jaar gerekend naar voltijdsbanen werkt en allochtonen een onevenredig groot deel van die niet-werkenden uitmaken. Daarnaast zijn er op een gemiddelde werkdag een kleine half miljoen Nederlandse werknemers ziek - een record dat een groot deel van de arbeidsmarktproblemen veroorzaakt en dat door nieuwe migratiestromen niet wordt opgelost. Tegen die achtergrond is het verder opjagen van de immigratie naar Nederland niets minder dan een gotspe.

Uit het artikel van Syp Wynia,’Beperk de immigratie’, Elsevier, 21 okt., blz.

Zie ook:

 


Overheidsapparaten wanhopig overbelast met migratieproblemen - 21 okt. 2000

Een steeds groter deel van het overheidsapparaat doet wanhopige pogingen om de - gevolgen van - migratie en de volheid van het land in goede banen te leiden.

Het ministerie van Sociale Zaken zou weinig te doen hebben als niet zoveel Nederlanders, en verhoudingsgewijs veel immigranten, niet of weinig werken en een groot beroep doen op uitkeringen. Het ministerie van justitie houdt zich bezig met afhandelen en opvang van de asielzoekersstroom, terwijl justitie, politie en gevangeniswezen het druk hebben met het indammen van de misdaad en het beheren van de gevangenissen die voor meer dan de helft met buitenlanders en allochtonen worden bevolkt. De zwaarste taak bij Onderwijs is om de kwaliteit van zwarte scholen te bewaken en het voortijdig schoolverlaten van allochtone kinderen tegen te gaan. Bij Binnenlandse Zaken houden twee bewindslieden zich bezig met immigratie (uit de Antillen) en integratie van buitenlanders. Bij Buitenlandse Zaken groeit alleen het aantal ambtenaren in de sector dat zich met visumverlening, 500 duizend dit jaar, en asiel bezighoudt.

Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu zou weinig te doen hebben als er niet steeds meer mensen zouden zijn die steeds meer ruimte opeisen. Verkeer en Waterstaat doet weinig anders dan het gaande houden van de beweging in het vastlopende volle Nederland. En het ministerie van Landbouw probeert natuur te maken en een bedrijfstak op de been te houden waarvoor in het volle Neder, land eigenlijk geen ruimte meer is.

Syp Wynia,’Ministeries voor migratie’, Elsevier, 21 okt., blz. 43

Zie ook:

 


Syp Wynia over blindheid en naďviteit m.b.t. massa-immigratie uit Derde Wereld - 21 okt. 2000

Begin dit jaar steeg hier en daar een gejuich op over de veronderstelde behoefte aan nieuwe migratiestromen naar Europa, ook naar Nederland. Nog los van het feit dat zo'n immigratiestroom niets oplost, werd gemakshalve genegeerd dat Nederland al een grote immigratie heeft. Het merendeel van de nieuwkomers komt uit minder ontwikkelde landen van binnen, maar vooral van buiten Europa. Eerst waren het Turken en Marokkanen, wier aantal in minder dan dertig jaar vertienvoudigde. Midden jaren zeventig liep Suriname leeg. In de jaren negentig kwamen de ontheemde ex-Joegoslaven en de stromen asielzoekers -vooral de laatste jaren uit steeds verder weg gelegen landen. De Afghanen hebben inmiddels de legale jaarlijkse instroom aan Marokkanen overstegen. Volgens de bevolkingsadministratie is al een tiende van de Nederlandse inwoners in een onderontwikkeld land geboren of kind van minstens één ouder uit zo'n land. In de grote steden gaat het zelfs om een derde van de bevolking. Daarbij zijn uiteraard de tienduizenden, mogelijk honderdduizenden illegalen niet meegerekend. 

De voortgaande instroom is ook verontrustend, omdat blijkt dat een aanzienlijk deel van de huidige immigranten en hun kinderen een beroep doet op de verzorgingsstaat. Zij hebben vaak slechte schoolresultaten en breken hun opleiding voortijdig af. Zij leveren een overmatige bijdrage aan de criminaliteitscijfers en zijn weinig genegen voluit aan de Nederlandse samenleving deel te nemen. Dat is des te ernstiger, omdat er goede reden is om aan te nemen dat de voortgaande immigratie de integratie van de al aanwezige etnische minderheden verder zal bemoeilijken. 

(...) 

Nederland laat het maar begaan. Dat geldt voor eigenlijk alle onderdelen van de immigratiestroom. Nederland is royaler met het toelaten van asielzoekers dan enig ander land en laat mensen toe uit landen die in de rest van Europa al bij voorbaat niet als asielzoekers worden erkend. Omdat Nederland ook nog eens royale voorzieningen heeft voor nieuwkomers (van een eindeloze rechtsbijstand tot medische zorg, onderdak en uitkeringen) komen er gerekend naar de bevolkingsomvang drie ŕ vier keer meer asielzoekers, voor minstens driekwart gelukzoekers, op Nederland af dan op de andere landen van de Europese Unie. Daar blijft het niet bij. Afgewezen asielzoekers en andere illegalen worden in de praktijk nauwelijks het land uit gezet. Vreemdelingen die hun aanstaande partner, oma of pleegkind willen laten overkomen, zwemmen zonder problemen door de mazen van de toch al royale regels voor gezinshereniging en gezinsvorming. Sinds kort stijgen de Nederlandse werkvergunningen aan mensen van buiten de Europese Unie tot nieuwe records, en dan gaat het maar deels om toppersoneel - het gaat ook om schoonmakers en vrachtwagenchauffeurs. Verder zijn er steeds meer aanwijzingen dat de Nederlandse consulaten in de Derde Wereld, door goedgelovigheid, lichtzinnigheid of corruptie, gemakkelijker visumtoegang tot de EU verschaffen dan de andere EU-ambassades en -consulaten. Dat slechts een tiende van de visumaanvragen wordt afgewezen is een volgende aanwijzing dat de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordigingen tot de gemakkelijkste toegangspoorten tot het westen behoren.

Formeel heeft Nederland geen immigratiebeleid. Er wordt in de Nederlandse politiek doorgaans met geen woord gerept over de immigratiegolf uit de 'niet-geindustrialiseerde landen'. VVD-leider Hans Dijkstal deed een halfjaar geleden een aanzet hiertoe, maar viel vervolgens stil. Op waarschuwingen van demografen volgt een oorverdovende stilte. Bewindslieden slagen er in het thema te omzeilen. Angst voor maatschappelijke opwinding, angst voor verdeeldheid in eigen gelederen - de PvdA en het CDA voorop - en vooral angst om voor racist te worden versleten leiden tot een laf voorbijgaan aan deze meest ingrijpende maatschappelijke ontwikkeling in Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog.

In de praktijk heeft Nederland wel een immigratiebeleid - een soort passief gedoogbeleid. Dat is een beleid dat tot gevolg heeft dat iedereen die dat wil, het land in kan komen en vervolgens veel rechten heeft en weinig plichten. Zonder twijfel zal dit non-beleid- dat ook beleid is - in de niet zo verre toekomst leiden tot parlementaire onderzoeken, zwarte pieten en spijtbetuigingen. Het zal allemaal te weinig zijn. En te laat.

 

Uit de column vna Syp Wynia, 'Non-beleid : Politiek en overheid houden zich blind voor massa-immigratie uit Derde Wereld', Elsevier. 21 okt. 2000, blz. 9.

Zie ook:

 


Alarmerende stijging van criminaliteit onder jongeren - 20 okt. 2000

 

LEIDEN – Veertien jaar is hij, de Utrechtse jongen die bekende verantwoordelijk te zijn voor de dood van zij