![]() |
|||
|
2001 |
|||
Navigatietips: als u tot deze pagina toegang kreeg via een link van buitenaf (bijv. via een search engine), dan kunt u hier de nederlandse homepage van de stichting vinden
Algemene disclaimer: zie onderaan
Het beschikbaar stellen van de ”pil van Drion” is volgens voorzitter mr. J. Kohnstamm van de euthanasie-organisatie NVVE een kwestie van tijd. „Ik denk vijf jaar”, zei hij vrijdagochtend in het programma Ontbijt-tv.
Lees het artikel „Binnen 5 jaar pil van Drion”, Reformatorisch Dagblad, 14 december 2001
APELDOORN – Het symposium ”Kunst in de kerk” dat het Nederlands Dagblad (ND) zaterdag in Zeewolde organiseert, heeft iets revolutionairs over zich. Een maand geleden waren alle kaartjes al verkocht. Dat zegt op zich niets. Pas prikkelend is de inzet van prof. dr. J. Douma: „Het is bekend dat in orthodox gereformeerde kerken expressies van kunst in de kerk –om het zacht te zeggen– niet erg opvallen.” Hij bepleit meer ruimte voor kunst in de kerk. Gaat er iets veranderen in calvinistische kring?
Lees verder in 'Een schilder die profeet wordt', Reformatorisch Dagblad, 14 december 2001
Het Openbare Ministerie gaat de Rotterdamse imam El-Moumni vervolgen voor zijn omstreden uitspraken over homoseksualiteit en de Europeanen. Maar waar houdt het recht op meningsuiting en de vrijheid van godsdienst op en telt het verbod op discriminatie?
Lees en luister bij het EO-radioprogramma De Ochtenden
Lees ook: Advocaat noemt vervolging El-Moumni "beschamend" - 6 december 2001
Het moet de kaskraker van de kerstvakantie worden: de langverwachte verfilming van In de ban van de ring van J.R.R. Tolkien. Terwijl de romans van zijn boezemvriend C.S. Lewis mateloos populair zijn onder christenen, wordt Tolkien met argwaan bekeken. Tovenaars, dwergen, elven en hobbits – is dit christelijk of New Age?
Het Christelijk opinieblad CV-koers besteed in een lang artikel breed aandacht aan de achtergronden van Tolkiens klassieke werk 'In de ban van de ring'. De Christelijke achtergrond van de auteur komen aan bod, zijn bedoelingen met het boek en de metafysische wereld ervan.
Lees het artikel De mythe van midden-aarde, in CV-koers, december 2001
Recente experimenten met het klonen van menselijke embryo's hebben het debat over de grenzen van het wetenschappelijke handelen weer doen oplaaien. Eric Cohen en William Kristol pleiten voor een verbod op al het menselijk klonen. Arjen Rienks ziet daarvoor wat therapeutisch klonen betreft echter geen enkele reden. En Jan Jans meent dat de moraaltheologie ruimte biedt.
Lees het artikel 'Klonen is een moreel monstrum' NRC, 13 december 2001
Met de normen en waarden in Europa zit het wel goed, meent dagblad Trouw te kunnen melden. Goed; abortus, homoseksualiteit, softdrugsgebruik en euthanasie mogen dan geaccepteerd zijn, corruptie, joyriding en het ontduiken van belastingen zijn nog altijd taboe.
Lees meer in 'Met het morele niveau zit het wel snor in Europa' Trouw, 12 december 2001
De Islam staat in de picture. Met de aanval op Afghanistan, de terreur van Laskar Jihad in de Indonesische archipel en de in Europese landen zichtbare tekenen van de ramadan, de Islamitische vastenmaand, kan het ook niet anders dan dat de Islam de ogen van het Westen op zich richt.
In dagblad Trouw een artikel gewijd aan de stichter van de Islam, de profeet
Mohammed.
Lees het artikel 'Het
volk gaf de Profeet bijna goddelijke status', Trouw,
12 december 2001
Trouw meldt dezelfde dag dat Sinds de aanslagen op 11
september de Brazilianen interesse hebben gekregen voor de islam. "In
het grootste ex-katholieke land ter wereld hebben tientallen zich zelfs
bekeerd."
Lees het artikel Brazilië
lonkt naar islam, Trouw,
12 december 2001
PUTTEN – „De christelijke kerk heeft de triniteit vastgelegd op een hellenistisch-filosofische wijze. Dit blijkt voor de Joden een onoverkoombaar struikelblok te zijn." Ds. W. J. J. Glashouwer pleitte zaterdag in Putten „daarom voor een uitleg van de triniteit op Joodse wijze." (...)
Israël mag van ds. Glashouwer „nooit item nummer zoveel op de agenda van de kerk zijn. Christenen voor Israël is een zaak van levensbelang. Het is geen hobby. De Heiland bindt ons deze opdracht op ons hart." Hij hekelde de gedachte van dr. ir. J. van der Graaf, die onlangs opteerde voor een eigen staat voor de Palestijnen. „Van der Graaf ziet de landbelofte als geestelijk bedoeld, maar zo zijn we weer terug bij af."
De huidige manier van schriftomgang van prof. dr. W. J. Ouweneel kan Glashouwer ook niet waarderen. „Ouweneel zegt dat het gaat om geloof in Christus en niet om geloof in Adam. Prof. Lever zei dat jaren geleden al aan de VU. Mede daarom werd de EH opgericht. Hoe zijn onze helden gevallen! Maar Gods Woord houdt stand in eeuwigheid en zal geen duimbreed wijken."
Lees het hele artikel 'Leer van triniteit voor Joden een struikelblok', Reformatorisch Dagblad, 10 december 2001
ALMERE - Velen (67 procent) vinden dat onze samenleving ten onder gaat aan
toenemende individualisering. Er is vereenzaming en verlangen naar zingeving in
Nederland. Dit zijn enkele uitkomsten van een grootschalige enquête die het NIPO in
opdracht van het Leger des Heils heeft uitgevoerd.
De cijfers zijn afkomstig uit het deelrapport De achterkant van de welvaart, dat over
enkele weken officieel wordt gepubliceerd. Een voorproefje van de cijfers staat in het
nieuwste nummer van CVKoers. Het blad constateert op grond van de cijfers, dat de
kerken een rol van betekenis kunnen spelen. ,,De ondertitel van het rapport luidt:
Sociale verbondenheid levert belangrijke bijdrage aan een zinvol bestaan. En ondanks de
secularisatie, meent een belangrijk deel van de bevolking dat het christendom en de
kerk in staat zijn de sociale binding tussen mensen te bevorderen en het toenemende
individualisme te keren.''
Zo blijkt uit de uitkomsten van de enquête dat 90 procent van de Nederlanders van
mening is dat de mensen teveel op zichzelf gericht zijn. En bijna de helft (47 procent)
vindt het belangrijk te leven volgens christelijke normen en waarden. Evenveel
Nederlanders acht de kerk hierbij een belangrijke leerschool. Met de stelling 'De kerk is
een belangrijke plaats om mensen te ontmoeten' is 34 procent het eens. En 32 procent
vindt de kerk een belangrijke plaats om te onthaasten.
Het onderzoek dat het Leger des Heils liet uitvoeren sluit aan bij haar nieuwe
mediacampagne, gericht tegen de toenemende ik-gerichtheid van de samenleving. Sinds
enkele weken prijken er grote advertenties met prikkelende vragen als 'Geloof jij in eigen
schuld, dikke bult' en 'Geloof jij dat je alles in je eentje kunt?'.
Volgens Leger-woordvoerder Jaap Kanis, geciteerd in CVKoers, is het de bedoeling een
spiegel voor te houden. Hij constateert een verlangen naar gemeenschap en zingeving.
,,Een uitdaging die de kerken moeten oppakken. Kerken moeten er zijn voor mensen''.
Uit het artikel 'Verlangen naar zingeving'
Nederlands Dagblad, 10 december 2001
redactioneel commentaar
Tjerk Muller
Het rommelt onder evangelicalen. Voorman van de Vergadering en hoofdocent van de Evangelische Hogeschool Willem Ouweneel stelt de inspiratieleer ter discussie. In verschillende artikelen in het blad Bijbel en Wetenschap, het lijfblad van de EH, schrijft Ouweneel elk pogen om de onfeilbaarheid te bewijzen of te willen vastleggen in historische gebeurtenissen af als modernistisch. In een recente uitzending voor EO-radio stelde hij in discussie met Willem Smouter dat we de eerste hoofdstukken niet te literalistisch moeten opvatten.
Ter verhelding haast hij zich inmiddels te stellen dat hij wel wil vasthouden aan de historische en natuurkundige onfeilbaarheid van de Schrift. Hij wil echter inspiratietheorieën onder kritiek stellen. Deze zijn feilbaar mensen werk. Men moet bovendien de onfeilbaarheid niet door de wetenschap willen bewijzen.
Grote vraag is dan natuurlijk of Ouweneels idee dat de bijbel historisch en natuurkundig onfeilbaar is, ook niet evenzogoed een feilbare opvatting van inspiratie is. Van verschillende zijden is er dan ook kritisch gereageerd. K. van Berghem was al langer kritisch op de neo-evangelicale tendens die aan invloed schijnt te winnen.
Het debat concentreert zich, zoals ten tijde van Geelkerken, rond de uitleg van de eerste hoofdstukken van Genesis. Ouweneel heeft kritische vragen rond het vastleggen van de scheppingsdagen als dagen van 24 uur. Dr. P.A. Siebesma, docent Oude Testament aan de Christelijke Hogeschool Ede vraagt zich af of Ouweneel niet op een heel gekunstelde wijze manier onder de letterlijkheid van het bedoelde afmaakt. "Of een dag nu precies 24 uur duurt of iets langer of iets korter, dat is niet het probleem. Een dag is een dag, maar niet een jaar, 1000 jaar of een miljoen jaar."
Vraag is of Ouweneel niet heel willekeurig prioriteit geeft aan inzichten uit de wetenschap wanneer hij de Bijbel uitlegt. Hij wil immers wél de betekenis van het woord 'dag' oprekken omdat de wetenschap heeft bewezen dat de aarde 5 miljard jaar oud is, maar durft niet het historisch karakter van Genesis 1 en 2 op te geven terwille van de evolutietheorie. En dat terwijl Ouweneel wel allerlei antropomorfismen en symboliek in Genesis op waarde wil schatten. God boog zich in zijn ogen niet werkelijk neer om Adam uit een klomp klei te trekken. Tevens vraagt hij zich af of we de levensboom wel zo realistisch moeten denken. Terecht vraagt Karel Smouter aan Ouweneel hoe deze zich dit allemaal voor zich ziet: een historische meneer Adam naast een symbolische boom? Ouweneel weet hier niet goed antwoord op.
Siebesma vraagt zich af of Ouweneels opstelling uiteindelijk de betrouwbaarheid van de Schrift niet in het geding brengt, en vindt dat je bij conflicten tussen God en wetenschap een heldere keus moet maken.
Ook Nico van Velzen, die samen met Ouweneel de EH oprichtte, maakt zich grote zorgen. Hij merkt in evangelicale kring een ontwikkeling waarbij zijns inziens het schriftgezag in het geding is, en ziet daarachter de angst wetenschappelijk niet voor vol te worden aangezien. Een beproefd argument in EH-kringen, hoewel de vraag blijft of je je zo van de wetenschappelijke consensus af mag maken.
Van Velzen bestrijdt Ouweneels mening, dat deze ten diepste nog hetzelfde zegt als 25 jaar geleden, en verwijst naar Francis Schaeffer, die van grote invloed was bij de oprichting van de EH. Schaeffer was een hardliner onder de toenmalige inerrantisten. De tendens die het contactorgaan van de EH, Bijbel en wetenschap, nu opgaat slaat volgens hem een neo-orthodoxe toon die de vroege EH zou hebben afgewezen. Hij is blij dat men binnen de EH de bijbel als onfeilbaar wil belijden. De manier waarop Medema en Ouweneel hierover spreken roept echter meer vragen op dan dat het antwoorden geeft. "Het verwarrende is dat onder het mom van het nieuwe denkklimaat van het postmodernisme in feite een rookgordijn wordt opgetrokken waardoor de dingen eerder versluierd dan verhelderd worden".
De oud-EH directeur vreest dat opvattingen als die van Ouweneel breed leven in kringen van de Gereformeerde Bond, Christelijk Gereformeerde kring en de Nederlands Gereformeerde kerken. Inderdaad stelt Ouweneel vragen die eerder ook al in de kring van de Gereformeerde gezindte gerezen waren.
Het lijkt tevens waarschijnlijk dat Ouweneels autoriteit, die hij in 3 decennia heeft opgebouwd in evangelische en reformatorische kring, zelfs veel mensen over de streep zal trekken, waar deze vroeger geen ruimte zagen wat te schuiven met het realistisch gehalte van Genesis 1-3.
Gaat de EH de kant van de VU op? Sommige mensen zijn daar, volgens Ouweneel bang voor. Hij stelt hen gerust dat dat een andere tijd was.
Zeker, bij de VU was men een stuk consequenter dan Ouweneel durft te zijn. Omdat hij niet kan volhouden dat de aarde 6000 jaar oud is, rekt hij tegen de letterlijke zin van de Schrift in, het begrip dag op tot grote spannen tijds, en geeft hij prioriteit aan de geologie boven de exegese. De evolutietheorie acht hij echter niet plausibel en daarom houdt hij wel vast aan de inspiratietheorie, dat Genesis historische en natuurkundige gegevens mededeelt.
Dat Adam uit stof is geformeerd en door Gods adem in de neus tot leven kwam is volgens hem een symbolisch antropomorfisme, maar dat de Mens door ongehoorzaamheid aan God uit een harmonische wereld in een hem vijandige werkelijkheid werd geworpen, dat moeten we historisch opvatten. De boom waarom het draaide is symbolisch, en ook de slang is een manier om duivel te zeggen, maar toch komen de verhalen in de bijbel historisch betrouwbaar tot ons.
Mijns inziens valt Ouweneel hier gebrek aan denkkracht te verwijten. Helder is het geluid van zijn tegenstanders. De Bijbel is betrouwbaar, dus historisch, dus met wat voor ons moderne mensen voorstelbaar is van secundair belang. De Schrift vertelt geen fabeltjes. Je kunt het er mee eens zijn of niet, maar het is in ieder geval duidelijke taal.
Ouweneel voelt dat ook wel zo, maar wil toch ook niet voorbij de resultaten van bijbel- en natuurwetenschap. Zit er niet iets in dat Adam archetype is van de mens, dat de bomen staan voor zelfbeschikking en gehoorzaamheid ten leven, dat de slang oerbeeld is van het kwaad? En kun je zo maar doen alsof er geen aanwijzingen zijn dat de aarde veel ouder is dan de mens terug kan denken? Aan de ene kant wil hij de bijbel voor historisch en natuurkundig onfeilbaar houden, en aan de andere kant wil hij meegaan in de resultaten van 200 jaar bijbelwetenschap. Ouweneel hinkt op twee benen, en meent inconsequent te kunnen zijn omdat de postmoderne tijdgeest daarnaar is.
Terecht wordt hij daarop afgerekend. Er zijn twee mogelijkheden:
Beide overtuigingen hangen samen met een theorie over hoe inspiratie werkt. Beide overtuigingen hangen samen met een interpretatie hoe de verhalen van Genesis 1-11 het best tot hun recht komen. In het eerste geval gaat het om spijkerharde informatie, waarop men een vast fundament hoopt te hebben. In het tweede geval gaat het om mythen, die wel alles uitdrukken over God, mens en wereld wat erover gezegd dient te worden, maar nooit bedoeld zijn als historische of natuurkundige informatie.
Beide gedachtepatronen zijn consequent, beide worden aangehangen door Christusbelijders. Ouweneel zal, wil hij een geloofwaardig evangelisch leider en een geloofwaardig theoloog zijn, moeten kiezen. In beide gevallen maakt hij vrienden, en zullen er zijn, die hem om zijn keuze verachten. Maar met theologisch gezwabber bewijst hij niemand een dienst.
Zie de artikelen:
Audio
Lees ook:
AMSTERDAM - Hoe ziet de theologische faculteit er over tien tot vijfentwintig jaar uit? Het moet in elk geval afgelopen zijn met het doormodderen in een onheldere mix van een vrije universitaire zoektocht naar waarheid en een schooltje waar kerken ambtskandidaten kweken.
Op de Diës van de (gereformeerde) Theologische Universiteit in Kampen schetste gisteren de dekaan van de rk zusterfaculteit in Nijmegen, prof. Hans van der Ven, zijn toekomstbeeld van de godgeleerdheid. Bestaat deze dan nog, een beetje veranderd of omgevormd tot een faculteit der religiewetenschappen?, vroeg hij zich af.
De theologische faculteit staat in zeker drie 'domeinen' tegelijk: de maatschappij, de universiteit en het religieus genootschap waar ze in staat. Tegen de achtergrond van 'globalisering, multiculturalisering en secularisering' ziet Van der Ven in maatschappij en universiteit een verdere ontwikkeling van faculteit theologie naar faculteit religiewetenschappen.
Maar zullen de kerken, de 'religieuze genootschappen' dit pikken of trekken ze zich dan toch liever uit het universitaire milieu terug en beginnen ze schooltjes voor zichzelf? Op korte termijn ziet Van der Ven - zelf rk priester - de kerken vasthouden aan hun zeggenschap over docentencorps, opzet en inhoud van het studieprogramma. Maar de legitimiteit van een kerk-gerelateerde faculteit zal onder druk komen, voorspelt hij. Van der Ven vergeleek rechtenstudie en religiestudie. De rechterlijke macht wil in beginsel in zee met wie een studie rechten heeft voltooid. Dit buiten-universitair orgaan bepaalt het studieprogramma niet, maar laat wel weten welke eisen er aan de opleiding van rechters enzovoorts worden gesteld. Zo kan ook een universiteit een studie religie aanbieden, zonder stip of jota in te leveren van haar universitaire vrijheid. Een kerkelijk of religieus genootschap kan op zijn beurt eisen stellen.
Voor Van der Ven lijdt het geen twijfel dat de verhouding kerken - universitaire theologie aan vernieuwing toe is, getuige de heftige en openlijke discussie destijds rondom de Vrije Universiteit en Kampen en (binnenskamers) soms aan katholieke theologische faculteiten. Kerken dienen volgens de Nijmeegse godgeleerde hun eigenbelang als ze zich nu al constructief in deze ooit onvermijdelijke discussie gingen storten. Daarbij mogen ze de kernvraag niet ontlopen: hebben we wel genoeg vertrouwen in de vrijheid van universiteit en wetenschap? Van der Ven weerspreekt dat het gaat om een tegenstelling tussen objectieve beschrijving (wetenschap) en normativiteit (kerken). Normativiteit hoort even goed bij het bedrijven van wetenschap, stelt hij. Wel is er een tegenstelling tussen kerkelijke en wetenschappelijke normativiteit. (...)
Uit het artikel 'Theologische faculteit kan geen onheldere mix blijven', Trouw, 7 december 2001'',,Met iemands persoonlijk geloof moet je heel voorzichtig zijn. Maar over een politieke opstelling, op basis van je christelijke overtuiging, kun je van mening verschillen.'' CDA-leider Jan Peter Balkenende wil het even scherp neerzetten in het eerste rechtstreekse debat met zijn collega van de ChristenUnie, Kars Veling.
Een uit zijn verband gerukt zinnetje in een vraaggesprek met de CDA'er in het EO-blad Visie ('Wij spreken elkaar niet aan op ons geloof') ging een eigen leven leiden. Over en weer bestookten de twee partijleiders elkaar op partijbijeenkomsten. Enige ergernis leek geboren.''
Aldus het begin van een discussie tussen lijsttrekkers Kars Veling en Jan Peter Balkenende van CU en CDA. Een pittig gesprek over politieke consequenties van Christelijke identiteit, overheid en toekomst.
Lees het 'Lijsttrekkers CDA en ChristenUnie herkennen elkaar' in het Nederlands Dagblad, 7 december 2001
ROTTERDAM (ANP) – Het is beschamend te moeten constateren dat in dit in toenemende mate intolerante land een geestelijke voor de rechter moet verschijnen om verantwoording af te leggen over de uitleg van religieuze geschriften. Dat schrijft de advocaat van imam El Moumni in een verklaring naar aanleiding van de bekendmaking van het OM dat de imam wordt vervolgd voor zijn uitspraken in NOVA in mei. (...)
Volgens de verklaring had de zaak tegen El Moumni moeten worden geseponeerd. Er was
volgens Van den Puttelaar geen opzet om homoseksuelen te beledigen, geen sprake van een strafbaar feit en de uitlatingen
van haar cliënt zijn in NOVA selectief weergegeven. In de gehele context bekeken hadden zij moeten leiden tot de
conclusie dat van strafbare belediging geen sprake is, aldus Van den Puttelaar.
.
Had het OM de zaak geseponeerd, dan waren de klagers vermoedelijk in beroep gegaan
bij het Hof in Den Haag, aldus Van den Puttelaar. Volgens haar zou het gerechtshof op grond van bestaande
jurisprudentie de klacht van niet–vervolging ongegrond hebben verklaard.
Uit het artikel 'Advocaat: Vervolging El Moumni beschamend', Reformatorisch Dagblad, 6 december 2001
Dankzij reclame voor een middel tegen kalknagels stonden patiënten dit jaar in de rij om het nieuwe middel voorgeschreven te krijgen, hoewel het meestal niet nodig was. Als Vinger aan de Pols weer eens bericht over whiplash, weten huisartsen met welke klacht menig patiënt de ochtend erop komt. En
tot schrik van het ministerie van Sociale Zaken heeft de grootscheepse campagne 'Stop rsi' sinds 1999 geleid tot meer mensen met rsi-klachten - van 56 naar 65 procent van alle beeldschermwerkers.
Dus wordt de campagne (kosten: een half miljoen gulden) schielijk stopgezet, meldde staatssecretaris Hoogervorst deze week.
Een afname van 10 procent was de bedoeling. 'Maar wat hadden ze dan verwacht?', vraagt prof. G. Kok, kenner van de gezondheidsvoorlichting, zich af. 'Het was toch de opzet dat mensen met klachten zich melden? Het is vervolgens aan een arts om te onderzoeken of die terecht zijn.'
Kok vergelijkt 'Stop rsi' met eerdere campagnes tegen tegen seksueel overdraagbare ziektes (soa's). 'Door de bewustwording lieten meer mensen zich testen en zagen we in de statistieken een toename van soa's.
Natuurlijk dachten velen ten onrechte iets onder de leden te hebben, maar ja, je hebt ook mensen die een medische encyclopedie kopen en vervolgens alle ziektes in alfabetische volgorde krijgen.'
Bij rsi speelt echter een ander probleem. Bij soa's kan een arts aantonen of iemand het onder de leden heeft, maar bij driekwart van de rsi-gevallen zijn de klachten niet medisch aantoonbaar.
Dat is de makke geweest bij rsi-voorlichting, aldus Kok. 'Je moet niet in het wilde weg gaan waarschuwen. We weten niet eens zeker of preventieve opsporing helpt, zoals bij borstkankeronderzoek het geval is. Er is niet alleen slecht nagedacht over het stoppen van de rsi-campagne, maar ook over het begin ervan.'
'De definitie van rsi is een vuilnisvat geworden voor een aantal begrepen en onbegrepen klachten', zegt P. van der Wees van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF). 'We beginnen eigenlijk nu pas te werken aan een goede definitie. Maar een richtlijn zal niet zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, want dat onderzoek is er niet.'
Met het einde van de rsi-campagne wil staatssecretaris Hoogervorst absoluut niet suggereren dat rsi niet bestaat of 'tussen de oren' zit. Maar het lijkt hem effectiever om rsi te bestrijden door per sector specifieke afspraken te maken. Een kapper met pijnlijke polsen moet immers andere maatregelen treffen dan een bankemployé met een muisarm.(...)
Uit het artikel: 'Stop rsi? Helemaal niet!' Volkskrant, 3 december 2001
Zie ook het Dossier: www.volkskrant.nl/rsi
Het Reformatorisch dagblad meldt dat de Hongaarse synode heeft besloten predikanten tijdelijk uit het ambt te ontheffen zolang zij lid zijn van een politieke partij. Vanaf 1 maart 2002 moeten de voorgangers in de Hongaarse Gereformeerde Kerk zich naar deze wijziging van de kerkorde schikken.
Het voorstel lag al langere tijd op tafel, maar werd actueel toen de predikant. Loránt Hegedüs jr. in opspraak raakte door een artikel van zijn hand in het partijblad van de van de Hongaarse Partij voor Waarheid en Leven (MIÉP). Deze staat bekend als meest rechtse partij in het Hongaarse spectrum, waar Hegedüs is vice-voorzitter van is. Hegedüs, die de partij vertegenwoordigd in het parlement, noemde in het artikel het militaire optreden van de staat Israël in de Palestijnse gebieden „methoden die zelfs de fascisten beschaamd doen staan.” Verder zei hij over de Joden: „Ze komen naar de oever van de Donau om onder hetzij internationalistische, hetzij nationalistische, hetzij kosmopolitische vlag de Hongaar een schop te verkopen. Daar hebben ze nu immers trek in gekregen.” Hij riep op de Joden buiten te sluiten, want: „Als jij het niet doet, doen zij het wel met jou.”
De gereformeerde synode verklaarde het artikel „in strijd met het Woord en onverenigbaar met de reformatorische geloofsbelijdenis.” Gusztáv Bölcskei, de predikant-voorzitter van de synode, noemde hett uitspreken van een synodaal oordeel over het artikel van Loránt Hegedüs jr. „belangrijk.” Hiermee neemt de hele Hongaarse Gereformeerde Kerk van het artikel namelijk afstand.
Pikant in de affaire is dat Hegedüs jr. volgens de kerkelijke structuur onder het gezag van zijn eigen vader valt. Hegedüs senior is voorzitter (in het Hongaarse kerkjargon ”bisschop”) van de Dunameléki-kerkprovincie, waar junior predikant is. Senior valt regelmatig te ontwaren op bijeenkomsten van de MIÉP. Hij staat achter zijn zoon in zijn mening. Boze tongen beweren zelfs dat het artikel wel eens van de hand van vader zou kunnen zijn.
De vermenging van Kerkelijke inzichten en belangen met politieke heeft veel reactie opgeroepen onder predikanten.
Predikant Sipos Ete Almos heeft afstand genomen van de rechtse politieke partij en de deelname van predikanten daaraan.„Het is niet de missie van de kerk om de redder van het Hongaarse volk te zijn, maar om getuigenis af te leggen van de enige Persoon die ons volk kan redden.”
Sipos is secretaris-generaal van de Bijbelbond, die te vergelijken is met de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk.
De predikant Görgey Géza liet middels een artikel in het progressieve dagblad Népszabadság en een interview aan weekblad 168 Óra weten eveneens kritisch te staan ten opzichte van de politieke activiteiten van zijn bisschop en diens zoon. Dat kwam hem op twee maanden schorsing te staan.
Zie het artikel: 'Politiek taboe voor predikanten in Hongarije' Reformatorisch Dagblad, 3 december 2001
KAMPEN (ANP) - Het kost volgens de gereformeerde theoloog dr. C.J. den Heyer steeds meer moeite om vast te stellen wat precies het 'nieuwe' van het Nieuwe Testament is.
,,Zelfs begrippen als 'verzoening', 'vergeving' en 'genade', die kenmerkend zouden zijn voor het christelijk geloof, dienen in feite tot het gedachtengeod van het Oude Testament te worden gerekend.''
Die begrippen zijn volgens de Kamper theoloog geen 'uitvinding' van de schrijvers van het Nieuwe Testament. Apostelen en evangelisten hoefden niet veel anders te doen dan Griekse termen te zoeken voor Hebreeuwse woorden die zij al kenden.
Den Heyer hield vrijdag zijn afscheidscollege als hoogleraar Nieuwe Testament aan de Thelogische Universiteit Kampen. (...)
Uit het artikel ''Verzoening en vergeving zijn oudtestamentisch'', Trouw, 1 december 2001
GOUDA – Het Palestijnse volk heeft recht op een eigen „staatkundig onderdak". Met die mening zette dr. ir. J. van der Graaf donderdagavond een discussieavond van het SGP-studiecentrum en Christenen voor Israël op scherp.
Van der Graaf, studiesecretaris van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse
Hervormde Kerk, benadrukte eerst dat hij zich zeer verbonden weet met het Israëlische volk. „Toch ben ik voor een
Palestijnse staat", zei hij vervolgens.„Ik vind dat een zaak van recht."
.Van der Graaf kreeg het onmiddellijk aan de stok met P. Koelewijn van Christenen
voor Israël, die hem de opmerking „heel kwalijk" nam. SGP-kamerlid Van den Berg
zei dat ook zijn fractie nadrukkelijk tegen een Palestijnse staat is. Volgens Van der Graaf kan de politiek echter niet
heen om de 3,5 miljoen Palestijnen die in meer of mindere mate lijden onder de huidige situatie, omdat ze
staatsrechtelijk dakloos zijn.
Uit het artikel 'Van der Graaf vóór Palestijnse staat', Nederlands Dagblad, 30 november 2001
AMSTERDAM - Wetenschappers moeten ophouden met hun pogingen om de werkzaamheid van gebed te testen, stelt een groep wetenschappers in het Amerikaanse medische tijdschrift Annals of Internal Medicine. ,,Onderzoekers naar de effecten van religie en spiritualiteit op gezondheid moeten niet in de val trappen God te willen bewijzen met wetenschappelijke methoden.''
De zes medici (katholiek, protestants en joods) probeerden aanvankelijk een onderzoeksopzet te ontwikkelen voor het meten van het effect van gebed-op-afstand op mensen met een zware depressie. Het zou het zoveelste onderzoek worden om met wetenschappelijk onderzoek naar het gebed dichter bij God te komen. In Amerika is het vertrouwen in zowel wetenschap als religie groot, en het is voor velen dan ook verleidelijk te proberen beide te verbinden.
Maar de zes gaven hun poging op omdat ze op theoretische gronden steeds meer overtuigd raakten van de onmogelijkheid van hun onderneming.
Allerlei vragen drongen zich op, zoals: verschilt het resultaat bij het aantal mensen dat voor iemand bidt? Is de hoeveelheid gebed en de duur ervan van belang? En doet de waardigheid van de voorbidder ertoe? Maar hoe is iets als waardigheid te meten? Met welke criteria? In de ogen van wie?
,,Het raadplegen van vroegere studies vergrootte onze achterdocht nog verder.'' Eigenlijk, concluderen de onderzoekers, is bidden een metafysisch
concept, ,,en waarom zou je dat proberen te begrijpen alsof het een controleerbaar natuurverschijnsel is?'' Het gaat hierbij niet om de wel oplosbare vraag 'wat zijn de essentiële kenmerken van bidden'.
Maar in het onderzoek naar de effectiviteit van het bidden voor zieken wordt verondersteld dat er een God is die kan ingrijpen. Dat is een theologisch idee, en dus niet te testen.
,,Natuurlijk kan men aanvoeren dat als we 'iets' meten, dat toch 'iets' moet bewijzen. Daar tegenover stellen wij dat het niet moeilijk is om 'iets' te meten, bij welk menselijk gedrag dan ook.'' Het gaat er om wat gemeten wordt, en dat is bij bidden per definitie niet uit te maken. Immers, als de verklaring luidt dat er van een placebo-effect sprake was, dan is dat strijdig met de definitie die gelovigen zelf van bidden hebben, en zullen die het geen gebed noemen.
Zou wel bewezen kunnen worden dat bidden werkt, en zouden de resultaten dus herhaalbaar zijn, dan hebben we kennelijk een manier gevonden om met wetenschap God, de almachtige Schepper, te manipuleren. En dat is weer strijdig met het idee van God
(...)
Uit het artikel ''Stop met het zoeken naar bewijs voor God'' Trouw,
30 november 2001
Enkele Nederlandse europarlementariërs mogen dan het liefst alle Vaticaanse ambassadeurs naar huis sturen, in minder democratische gebieden dan de Europese Unie ziet men ze als garantie dat schending van mensenrechten niet onopgemerkt blijft. Want Rome doet veel meer dan condooms verbieden en zich tegen abortus verzetten. Reden waarom weinig landen de Heilige Stoel zijn waarnemerschap bij de VN betwisten.
Hebben de europarlementariërs Lousewies van der Laan (D66), Joke Swiebel (PvdA) en Elly Plooij (VVD) gelijk met hun kruistocht tegen het Vaticaan? Over die vraag lopen de meningen, zo blijkt, sterk uiteen.
Eén ding is zeker: veel succes zullen de vrouwen niet boeken.
Nog vorig jaar heeft het Amerikaanse Congres met 416 stemmen vóór en één onthouding de aanwezigheid van de Heilige Stoel bij de VN nadrukkelijk gesteund.
Ondanks het feit dat vrouwenorganisaties en pro-abortusgroepen, net als Van der Laan cs, ervoor hadden gepleit die permanente waarnemersstatus te beëindigen. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de Europese Unie een ander standpunt zal innemen. Het 'waarom' ligt voor de hand.
Zo'n opvatting zou door de katholieken in de EU-landen niet in dank worden afgenomen en buiten de Unie evenmin op veel instemming kunnen rekenen. Zelfs niet in islamitische hoek.
Daar herinneren staten als Iran en Saoedi-Arabië zich nog goed de gewiekste hulp die ze op de wereldbevolkingsconferentie in Cairo (1994) en de VN-vrouwenconferentie in Peking (1995) van Rome kregen voor hun anti-abortusstandpunt.
Daar komt bij dat de Heilige Stoel gewoon voldoet aan de toelatingscriteria van de Verenigde Naties. Reden waarom hij in 1946 werd uitgenodigd om als gewoon lid zitting te nemen in de VN. Paus Pius XII heeft toen zelf gekozen voor de status van 'permanent waarnemer' zonder stemrecht (dat wil zeggen in de assemblee, bij VN-conferenties stemt men wel mee).
Om de Heilige Stoel uit de Verenigde Naties te weren zou je de toelatingseisen moeten
veranderen, wat weer ingrijpende gevolgen zou hebben voor het lidmaatschap van andere ministaten en voor landen die geen scheiding tussen godsdienst en staat kennen, zoals de islamitische.
Maar er is ook een andere reden waarom de aanwezigheid van de Heilige Stoel binnen VN-verband door veel landen wordt toegejuicht.
Rome doet namelijk meer dan zich tegen abortus keren en proberen het condoomgebruik tegen te gaan. Zo heeft het (tevergeefs) getracht te komen tot een wereldwijd verbod op de productie en het leggen van landmijnen. En ook op het gebied van mensenrechten spant men zich fors in. Het beleid van het Vaticaan tegenover communistische landen was daarvan een voorbeeld, maar ook, meer recent, de vroege protesten tegen het onderdrukken van de lokale bevolking op Oost-Timor door het Indonesische leger.
(...)
Regeringen schakelen de Vaticaanse diplomatie soms in bij het oplossen van gevoelige zaken. Zo bezocht de pauselijke nuntius (ambassadeur) in Iran gegijzelde functionarissen in de Amerikaanse ambassade van Teheran en hielp die in Bagdad bij de vrijlating van twee Amerikanen daar. Vier jaar terug riepen Argentinië en Chili pauselijke bemiddeling in bij hun meningsverschil over het Beagle-kanaal.
De Vaticaanse diplomaten, bogend op een diplomatieke geschiedenis van 1600 jaar, staan in internationale kring hoog aangeschreven. Zo zei Cameron Hume, in de jaren '90 plaatsvervangend hoofd op de Amerikaanse ambassade bij de Heilige Stoel: ,,In het Vaticaanse staatssecretariaat (ministerie van buitenlandse zaken) krijg je te maken met mensen die op hun gebied tot de absolute top behoren.''
De Amerikaanse jezuïet en Vaticaankenner Thomas Reese schrijft in zijn boek 'Inside the Vatican' (1998) dat de Heilige Stoel via de plaatselijke kerken over informatie beschikt waarvan de CIA alleen maar kan dromen.
Een van de redenen waarom ook H. Bentinck, Nederlands ambassadeur bij de Heilige Stoel, onlangs tegenover Trouw liet weten dat hij het een ,,uiterst slechte zaak'' zou vinden als Nederland, zoals de drie vaderlandse europarlementariërs bepleiten, zijn ambassade voorgoed zou sluiten.
Hij kan zich ongetwijfeld vinden in de mening van Raymond Flynn, oud-ambassadeur van de VS bij de Heilige Stoel:
,,Als je wilt weten wat er (bijvoorbeeld) in Mozambique gebeurt zijn daar duizend katholieke werkers in dienst van de armen in de dorpen, in de achterbuurten, aan de onderkant van de samenleving, en zij brengen verslag uit aan het Vaticaan en dat kan me vertellen wat er daar aan de hand
is''.
Vandaar dat het potsierlijk klinkt een spreker van de Federatie van Humanistische Verenigingen onlangs tijdens een EU-hoorzitting verontwaardigd te horen zeggen dat de mening van het Vaticaan in Brussel hoger wordt ingeschat dan die van andere organisaties.
Of je hieruit, zoals Van der Laan en anderen doen, een internationale roomse samenzwering mag afleiden is een andere vraag. Ook lijkt het te simplistisch om, zoals VVD'ster Plooij doet, de Heilige Stoel op één hoop te gooien met christelijk-rechts. Daar is de Vaticaanse politiek te weinig uniform-conservatief voor: tegenover de onfrisse rol die Rome speelde in het Chili van Pinochet staat het kritische rapport van de Vaticaanse academie van wetenschappen over Reagans Star Wars. En zo is er meer, veel meer.
Uit het artikel 'Succes zullen de eurovrouwen niet boeken' Trouw,
30 november 2001
DEN HAAG, 27 NOV. Het is ,,bijna een obsceen gevoel'', zegt decaan Tom Wansbeek van de economische faculteit aan de Rijksuniversiteit Groningen: ,,We kunnen nu binnen vijf minuten een besluit nemen.'' Sinds september is Wansbeek, hoogleraar Statistiek en econometrie, fulltime bestuurder. En sindsdien beslist hij als hoofd van het faculteitsbestuur over 240 werknemers, 2.000 studenten en een jaarbudget van 29 miljoen gulden.(...)
Faculteitsdecanen als Wansbeek zijn machtige bestuurders geworden aan de universiteiten sinds de invoering van de wet modernisering universitair bestuur kortweg MUB in
1997. De universiteit moest namelijk eens ophouden met die doorgeschoten inspraak en stroperige besluitvorming, vond toenmalig minister Ritzen (PvdA). Onder zijn initiatief werd daarom de MUB ingevoerd, bedoeld om het universitaire bestuur efficiënt en modern te maken. Tot die tijd moest iedere beslissing van een bestuurder door zowel faculteits- als universiteitsraden goedgekeurd worden, een verworven recht uit de jaren '70 van personeel en studenten.
Sinds 1997 staat zowel het bestuur als het beheer van de faculteit onder direct gezag van de decaan. Bovendien zijn de tegenspelers weggevallen: universitair personeel en studenten mogen niet meer meebeslissen.
Hun raden hebben slechts een adviserende functie. Verder hebben universiteiten Raden van toezicht gekregen, vergelijkbaar met de Raden van commissarissen uit het bedrijfsleven.
Vanaf het begin is de wet omstreden geweest. Woedende studenten van de Universiteit van Amsterdam (UvA) blokkeerden vijf jaar geleden het Maagdenhuis in Amsterdam. Maastrichtse studenten bezetten vier universiteitsgebouwen. Openingen van het academisch jaar werden overal in het land verstoord.
(...)
Maar hoe gaat het eigenlijk met de MUB? Vier jaar na de invoering werd vorige week het eerste onderzoek in opdracht van minister Hermans gepubliceerd.
Het goede nieuws: de bestuursleden en decanen zijn uitermate tevreden over hun nieuwe rol en er worden sneller beslissingen genomen.
Het slechte nieuws: de studenten en het personeel wantrouwen de bestuurders en hebben het gevoel dat niet naar hen geluisterd wordt.
De bestuurders, de Raden van toezicht en de faculteitsdecanen regelen de meeste zaken onderling tijdens informele borrels en overlegjes, zonder anderen bij besluiten te betrekken. Bovendien ontbreekt het de decanen, die gepromoveerde hoogleraren zijn, vaak aan goede scholing om ,,de zware managementpositie'' van decaan te vervullen. Een goede hoogleraar is immers niet per se een goede manager.
,,De MUB is een totale mislukking'', zegt Nikki Heerens van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). ,,Nu studenten formeel niets meer te zeggen hebben, worden zij voor het blok gezet met een-tweetjes tussen decanen en bestuurders.'' Die vinden het maar lastig om hun plannen te verdedigen tegenover de studenten, zegt Marjolein Vermeulen van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO). ,,Wij horen vaak: 'O, dat hebben we allang geregeld'. Geen wonder dat de opkomst bij de verkiezingen voor medezeggenschapsraden onder de 20 procent is gekelderd.''
De reeks van incidenten is lang. Onder het personeel van de faculteit der Rechtsgeleerdheid ontstond een paar maanden geleden onrust toen bleek dat de faculteitsdecaan het vak economie wilde schrappen uit de bachelorfase. De vakgroep economie voelde zich gepasseerd en startte, geholpen door de oud-hoogleraren Heertje en Andriessen, een handtekeningenactie.
(...)
Ander voorbeeld, aan dezelfde universiteit: leden van de studentenraad moesten via-via vernemen dat hun universiteit van plan is nauwer te gaan samenwerken en mogelijk te fuseren met de Hogeschool van Amsterdam. De studentenraad van de Vrije Universiteit (VU) werd niet bij het besluit betrokken om tot samenwerking te komen met Hogeschool Windesheim.
Er is inderdaad nog veel mis met de bestuurscultuur aan de universiteiten, erkent rector magnificus T. Sminia van de VU, tevens voorzitter van het College van Decanen. ,,We hadden de studenten moeten informeren over de fusieplannen. Op die manier is een sfeertje ontstaan dat wij van alles doen zonder naar de studenten te luisteren.'' Toch is met de MUB zelf weinig mis, vindt Sminia. ,,We moeten alleen nog leren om de sfeer van achterdocht weg te nemen.'' Fractielid Barbara Wegelin gelooft er weinig van. ,,Je kunt op je hoofd gaan staan, maar als ze niet willen, dan luisteren ze niet naar je.'' De VU heeft een project opgezet om de 'interne communicatie' te verbeteren.
Dáár zit het grote probleem van de MUB, zegt bestuurskundige Roel in 't Veld. Decanen zoeken bij het nemen van besluiten geen draagvlak meer onder personeel en studenten, die daardoor het gevoel hebben dat alles achter hun rug om gebeurt.
(...)
Uit het artikel 'Student wordt niet meer gehoord', NRC,
27 november 2001
BREDA - Zonder de ,,schanddaden'' van de kruistochten te willen verdedigen, kunnen
kerkhistorici deze episode ,,inzichtelijk'' maken. Op die manier spelen ze een belangrijke
rol in de ,,dialoog der culturen''. Dit zei bisschop M.P.M. Muskens op de jaarvergaderingvan de Vereniging voor Nederlandse Kerkgeschiedenis.
De Bredase bisschop sprak in zijn woonplaats over 'Het nut van de kerkgeschiedenis'.
Kerkhistorici kunnen volgens hem heel goed in dienst staan van de apologie, dat is de
verdediging van het christelijk geloof. De kruistochten zijn volgens hem ,,rampzalig''
geweest voor onze relatie met zowel de oosterse christenheid als de islam. Hij verwees
naar het boek van de Libanese auteur Aamin Malouf, met de veelzeggende titel Rovers,
christenhonden, vrouwenschenners. Muskens: ,,Arabische literatuur staat vol van de
wandaden die de kruisvaarders hebben gepleegd. Deze bepalen nog steeds het beeld
dat veel islamieten van het christendom hebben. Grondig historisch onderzoek kan de
achtergronden van deze episode uit de Westerse geschiedenis verduidelijken en het
fenomeen inzichtelijk maken, zonder schanddaden te willen verdedigen''.(...)
Kerkhistorici kunnen betekenis hebben in deze tijd van zoekers. Velen richten zich tot de
New Age Beweging of vormen van oosterse meditatie. In de eerste eeuwen van de
kerkgeschiedenis was hetzelfde aan de hand. De kerk moest in het Romeinse rijk haar
weg zoeken temidden van allerlei stromingen die heil en verlossing aanboden. Bestudering van kerkvaders
zoals Hilarius van Poitiers en Ambrosius laten volgens Muskens zien ,,met welke creativiteit zij in wisten te spelen op de vragen van die tijd.
Hier kunnen wij veel van leren''. Ook in later eeuwen kent de kerk een keur aan spiritualiteitsbewegingen, kloosterorden en heiligen. Muskens: ,,Deze heiligen en mystici
kunnen ons inspireren in onze omgang met God en navolging van Jezus Christus.''
Muskens bestempelde kerkhistorici als ,,evangelische schatgravers die uit de schat van
het Evangelie steeds oud en nieuw tevoorschijn halen''. Als zodanig kunnen kerkgeschiedkundigen behulpzaam zijn bij de ontsluiting van de oorspronkelijke bronnen,
en volgens Muskens ,,onze tijdgenoten behulpzaam zijn bij hun zoektocht naar een
authentieke levenshouding''.
Uit het artikel 'Muskens: kruistochten inzichtelijk maken'
Nederlands Dagblad, 27 november 2001
LUNTEREN – In de toekomstige verenigde Samen op Weg-kerk wordt het zegenen van homohuwelijken officieel mogelijk. Dat is de consequentie van een besluit dat de triosynode van de drie Samen op Weg-kerken zaterdag nam.
De kerken benadrukken tegelijk dat er duidelijk onderscheid is tussen de inzegening van een huwelijk en de zegening van andere levensverbintenissen. De Gereformeerde Bond beleeft „ongelooflijk veel pijn" aan het besluit. (...)
De letterlijke tekst die is aangenomen, biedt kerkenraden, na beraad in de
gemeente, overigens ook de mogelijkheid zegening van het homohuwelijk niet toe te
staan.
Volgens SoW-scriba dr. B. Plaisier is het besluit zoals dat is genomen het enige
„dat een zo verdeelde kerk nog eenstemmig kan zeggen."
Uit het artikel 'SoW-kerken staan zegening van homohuwelijk toe', Trouw, 26 november 2001
AMSTERDAM (ANP) – „De verhouding tussen kerk en staat in Duitsland moet als
voorbeeld gelden voor de Nederlandse situatie. Vooraanstaande SPD-politici betogen dat de staat voor een ethische
grondslag is aangewezen op de kerken en andere religieuze groeperingen, omdat de staat zelf de samenleving geen waarden
kan geven."
In Duitsland, zo zei de Nijmeegse hoogleraar dr. J. Janssen zaterdag in Amsterdam, is er tussen kerk en staat
sprake van dialoog, vruchtbare gesprekken en samenwerking. Hij citeerde de voorzitter van de Bondsdag,
Wolfgang Thierse, tevens vice-voorzitter van de SPD.
Hier steekt de Nederlandse gelegenheidspolitiek schril tegen af, constateerde de cultuurpsycholoog
Janssen. „Een broodje met monseigneur Muskens, een kop koffie met een boze kardinaal, een vermanend gesprek met een
imam onder de verzekering: „Dat moeten we vaker doen": het houdt niet over."
In zijn lezing bij het 90-jarig jubileum van het rooms-katholieke opinieblad De
Bazuin pleitte Janssen voor een jaarlijks overleg tussen de politieke en de kerkelijke leiding. „Met het
uitdrukkelijk in contact blijven met de geestelijk stromingen (christendom, islam en humanisme) die onze samenleving
kunnen schragen, bewijst men zichzelf en bovenal het land een dienst." Het huidige
beleid getuigt volgens Janssen van wijwatervrees.
Uit het artikel '„Duitse relatie kerk en staat is les voor paars”' Reformatorisch Dagblad, 26 november 2001
AMSTERDAM - De 'consensus-methode' moet helpen de orthodoxe kerken bij de Wereldraad van kerken binnenboord te houden. Dat is de uitkomst van een speciale commissie, na haar derde ontmoeting, in Berekfrdö in Hongarije.
De meeste orthodoxe kerken zijn nog lid van de Wereldraad, maar het gaat al jaren niet meer van harte. Ze vinden de organisatie te protestants, te weinig spiritueel, te activistisch -en het schort in Genève ten enenmale aan kerkbesef.
Op de laatste algemene vergadering van de Wereldraad in Harare, Zimbabwe, was samen bidden voor de orthodoxen eigenlijk al te veel gevraagd, laat staan samen een allegaartjes-liturgie vieren, zoals Wereldraadkringen toch gewoon zijn.
Voor het orthodoxe misnoegen werd een commissie in het leven geroepen, half orthodox half de rest. Hoe kan de Wereldraad opereren zonder dat de orthodoxe minderheid het bij stemming en altijd moet afleggen tegen het protestantse geweld?
Het antwoord luidt: besluiten nemen bij consensus. Maar consensus hoeft niet hetzelfde te zijn als 'unaniem', dat iedereen het eens is. Consensus kan ook inhouden dat een meerderheid ergens vóór is en dat degenen die er niet voor zijn verklaren dat er een eerlijke, goede discussie is geweest en dat het standpunt recht doet aan die discussie. Het kan ook betekenen dat de diverse standpunten niet alleen in de notulen maar ook in de voorstellen zijn terug te vinden. Je kunt ook consensus bereiken om een zaak uit te stellen of samen te concluderen dat je het oneens bent.
(...)
Over sociale en ethische kwesties heeft de Wereldraad meer dan eens uitspraken gedaan waar de orthodoxen niet op zaten te wachten.
De gemengde commissie erkent dat zulke thema's bestaan en uit het leven van de kerken kunnen opkomen. De Wereldraad spreekt dan niet in de plaats of in naam van of maar ten behoeve en op verzoek van de kerken. De consensus-methode komt dan goed te pas. Onder al deze zaken, beaamden de deelnemers eenstemmig, ligt de eeuwige vraag hoe de kerken zichzelf verstaan ten opzichte van de ene Kerk, als het 'Lichaam van Christus'.
Net als de rk kerk (geen lid van de Wereldraad) beschouwen de orthodoxe kerken zichzelf als die Kerk en zijn protestantse kerken geen 'Kerk' in die zin, maar op zijn best als kerk-achtige gemeenschappen.
Uit het artikel 'Consensus-methode Wereldraad moet orthodoxen erbij houden', Trouw, 24 november 2001
"Sinds enige jaren is er een discussie aan de gang tussen exegeten en systematisch theologen over de vraag hoe ze het íjzeren gordijn'(Brevard Childs) tussen beide disciplines kunnen aanpakken. De onvrede met de huidige waterscheiding wordt niet alleen door wetenschappers van beide vakgebieden gedeeld, ze is voelbaar tot in het geloofsleven van ieder die in de christelijke traditie staat en inspiratie zoekt in de Schrift.
Op de studiedag van 23 november wordt de discussie rond de scheiding tussen exegese en systematische theologie benadert vanuit het perspectief van de continuïteit van de tradities van Schriftuitleg. Als concreet vertrekpunt wordt het commentaar op het Johannesevangelie genomen, dat Thomas van Aquino in de 13e eeuw schreef.
Dit commentaar, geschreven vóór de grote breuken die geleid hebben tot de huidige waterscheiding, brengt ons in contact met een wijze van Schriftuitleg die inspirerend is voor wat betreft de eenheid van theologie, exegese en spiritualiteit, maar op geen enkele manier voldoet aan de huidige eisen die aan deze disciplines gesteld worden. Toch gaat het hier om één van de meesterwerken van een kerkleraar die tot op de dag van vandaag van grote invloed is voor het christelijk erfgoed. Hoe dienen wij deze theologische tekst dan te waarderen? Welke vragen brengt zij boven tafel? Welk licht kan zij werpen op ons zoeken naar wegen om exegese en systematische theologie, traditie en heden, met elkaar te verbinden?" (Uit de uitnodiging: van wie is de Heilige Schrift?)
Meer informatie en opgave:
BEST - Dat kerken een definitie van het huwelijk vastleggen, en daarbij het
homohuwelijk uitsluiten, is ,,heel eerlijk en hun goed recht'', vindt hoofdredacteur Henk
Krol van de Gay Krant.
Deze week hebben de Christelijke Gereformeerde Kerken zo'n definitie vastgelegd.
Daarmee willen eventuele aanklachten van discriminatie voor zijn. Dat zou dreigen als
homo's zich melden om hun burgerlijke huwelijk te laten bevestigen in de kerk, en de
kerk dit weigert.
Krol zegt nooit een aanklacht te zullen indienen als een kerk uitspreekt dat het huwelijk
alleen een verbintenis betreft tussen een man en een vrouw. Een kerk heeft de vrijheid
om een eigen definitie van het huwelijk te hanteren. ,,Deze uitspraak van de Christelijke
Gereformeerde Kerken is heel tolerabel. Ik zie het niet als het begin van een hetze tegen
homo's.''
Mensen uitsluiten is op zichzelf nog geen reden voor een aanklacht. Krol: ,,Dat gebeurt
overal. Niet dat ik er naartoe ga, maar er zijn ook homobars waar alleen mannen worden
toegelaten. Daar doet niemand moeilijk over.''Toch betreurt Krol het besluit van de
christelijk-gereformeerde synode. Volgens hem is er, nu de emancipatie van homo's
achter de rug is, binnen homokring ruimte voor een discussie over waarden en normen.
Als de kerk haar deuren voor homo's openstelt, zou ze volgens hem in die discussie een
belangrijk rol kunnen vervullen. (...)
De belangenorganisatie voor homoseksuelen, het COC, zegt het jammer te vinden dat de synode zich in ,,quasi juridische bochten wringt
om niet te discrimineren'', maar het tegelijk toch doet. Het is volgens woordvoerder
René van Soeren duidelijk dat de synode dit heeft besloten ,,omdat ze de wettelijke
verbintenis tussen twee mannen of twee vrouwen niet gelijk acht aan de wettelijke
verbintenis van een man en een vrouw''. Maar omdat het besluit onder vrijheid van
godsdienst valt, zal het COC geen actie ondernemen. ,,Het beste is dat verzet tegen de
uitspraak komt vanuit de Christelijke Gereformeerde Kerken zelf.''
Uit het artikel 'Hoofdredacteur Gay Krant vindt kerkelijke definitie huwelijk eerlijk', Nederlands Dagblad, 23 november 2001
KAMPEN (ANP) - Harry Potter is een 'moderne messias' die appelleert aan de diepe religieuze gevoelens van de hedendaagse mens. Zijn rol als magische kinderheld alleen kan het succes van de boeken van J.K. Rowling en de daarop gebaseerde film niet verklaren.
De theoloog en ethicus prof. dr. F. de Lange ziet duidelijke parallellen tussen Harry Potter en de talloze messiasfiguren in de geschiedenis.
Na een onaanzienlijk begin (Jezus in een kribbe in de stal, Harry Potter in de bezemkast van de familie Duffeling), groeien zij uit tot verlosser van de mensheid. Harry Potter is ook net als andere messiassen een figuur waarmee je je kunt identificeren en die tot navolging noodt.
,,Harry Potter appelleert aan elementaire religieuze gevoelens die weinig te maken hebben met de vraag of je naar de kerk gaat of in God gelooft'', aldus De Lange, hoogleraar ethiek aan de Theologische Universiteit Kampen. De verhalen over de tovenaarsleerling bevatten volgens De Lange oerbeelden waar onze cultuur nog steeds van is doortrokken. ,,Onze cultuur is veel religieuzer dan veel mensen waar willen hebben.''
Er is echter een groot verschil tussen de verlossers die de verschillende godsdiensten hebben voortgebracht, en Harry Potter: zijn magische universum kent wel spoken en geesten maar geen goden en engelen.
De boodschap van 'messias' Harry Potter, toonbeeld van 'onverschrokken moed', is dat de mens geheel op eigen kracht moet zien het kwade te overwinnen, aldus De Lange. ,,Daarom past Harry Potter in ons wereldbeeld.''
De Lange noemt Harry Potter modern, omdat, anders dan in het postmoderne levensgevoel, goed en kwaad in de boeken van Rowling duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn.
Bovendien zet hij zich in voor 'ouderwets-moderne' fatsoenswaarden als integriteit, eerlijkheid en opkomen voor elkaar. ,,Harry Potter is een deugdzaam jongetje.''
(...)
Toch moeten we de verhalen over Harry Potter niet te veel met een religieuze en moraliserende bril lezen, waarschuwt De Lange.
,,Harry Potter gaat in tegen het fatsoen van de benepen burgerlijkheid en vertegenwoordigt ook een fantasiewereld waarin het leuk is en waarin je gekke dingen mag doen.''
Uit het artikel 'Harry
Potter messias voor mensen van nu',
Trouw, 20 november 2001
Lees het artikel van Tjerk W. Muller Harry Potter en de angst voor de duivel
DEN HAAG - De beste palliatieve zorg - lijdenverlichtende zorg aan stervenden - kan
niet alle euthanasie voorkomen. Er kan een moment komen dat alle middelen zijn uitgeput en er sprake is van een ondraaglijk en uitzichtloos lijden. In zo'n geval is
euthanasie het waardige sluitstuk van goede palliatieve zorg.
Dat zei minister Borst van volkgezondheid gisteren bij de presentatie van het advies van
de Projectgroep Integratie Hospicezorg. Een van de aanbevelingen van de werkgroep is
dat er nader onderzoek moet komen naar de wensen, behoeften en problemen van mensen die in een terminale fase verkeren en hun naasten. Dan kan de zorg aan hen zo
goed mogelijk daarop worden afgestemd.
Borst refeerde ook aan een artikel in NRC-Handelsblad. Daarin zei een aantal artsen dat
veel terminale patiënten denken dat ze recht op euthanasie hebben, ook als volgens de
artsen palliatieve zorg nog mogelijkheden biedt. Volgens de minister hebben veel van
dergelijke artsen ervaren ,,dat de regelgeving inzake euthanasie de aandacht voor
palliatieve zorg heeft vergroot, waardoor het bij ernstig lijden minder vaak tot
euthanasie lijkt te komen. Als die observatie juist is - wat ik vurig hoop - zal dat moeten
blijken uit het derde onderzoek naar het voorkomen van euthanasie, dat dit jaar van
start is gegaan.'' (...)
Uit het artikel 'Euthanasie sluitstuk van palliatieve zorg' Nederlands Dagblad, 20 november 2001
Menigeen in Europa en de Verenigde Staten ziet in iedere moslim een fundamentalist, en noemt elke 'fundo' een terrorist. De werkelijkheid is anders. De ultra-orthodoxe moslims in ons land en daarbuiten zijn in meerderheid vrome, brave lieden, even 'bloeddorstig' als leden van de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland. Overdenkingen naar aanleiding van een recent kabinetsrapport.
Kamerlid Wilders sloeg begin vorige week de spijker op de kop met zijn reactie op de kabinetsnotitie over islamitisch radicalisme in het Midden-Oosten en Centraal-Azië. Waarom, vroeg de VVD-er zich af, krijgt in dit stuk het feit dat uit Saoedi-Arabië uitgebreide steun richting moslimextremisten vloeit alleen besmuikt aandacht?
Het Westen, de Verenigde Staten voorop, lijkt met twee maten te meten als het gaat de fundamentalistische islam aan de kaak te stellen.
De kleintjes (Soedan, de Taliban in Afghanistan) kregen billenkoek, de groten (Pakistan, de Saoedi's) worden over de bol geaaid en heten 'bondgenoten'.
Over het feit dat ook die tweede categorie de mensenrechten vaak met voeten treedt hoor je Bush, Blair én Kok heel wat
minder. Hier zijn eigen economische en politieke belangen in het geding. ,,Het kabinet'', oordeelde Trouw, ,, is hard over islamitisch fundamentalisme, maar waakt ervoor (eveneens fundamentalistische) oliestaten te schofferen''.
Moeten we daarom van de weeromstuit het fundamentalisme zien als één groot, terroristisch blok? Als dat waar was zou het regeringsstuk op gezag van de BVD niet melden dat in ons land slechts ,,kleine (radicale) kernen of individuen'', onder wie een ,,gering aantal'' Afghanistan-veteranen, mogelijk bereid zijn tot terreur.
Toch overstijgt het aantal fundo's hier te lande het groepje potentiële terroristen waar het kabinet op doelt.
Het betreft veelal lieden die de Koran weliswaar van kaft tot kaft letterlijk nemen, maar die evenveel van terreuraanslagen willen weten als leden van, bijvoorbeeld, de net zo dogmatisch denkende oud-gereformeerde gemeenten. Niets dus!
Deze fundamentalisten hebben onder de moslims in ons land veel minder aanhang dan grote aantallen vaderlanders denken.
'Vijftig procent' luidde de schatting in een Nos-enquête uit 1995. Onderzoek laat zien dat in werkelijkheid slechts zo'n vier procent binnen die catagorie valt.
En zoals gezegd geeft bijna niemand van deze mensen een politieke of religieus-fanatieke invulling aan zijn orthodoxe overtuiging.
Als zij over de djihad (heilige oorlog) praten, hebben ze het niet over de gewapende strijd, maar doelen ze op het gevecht tegen modernistische bekoringen in eigen boezem.
(...)
Uit het artikel 'Niet elke fundamentalist is een potentiële terrorist' Trouw, 19 november 2001
AMSTERDAM (ANP) - ,,Is het christendom conservatief? Dan vergeet je het bijbelse toekomstperspectief. Is het christendom dan progressief? Dan vergeet je de traditie.''
Met die woorden gaf dr. H. Woldring, hoogleraar politieke filosofie aan de VU, zaterdag antwoord op de vraag over de verhouding tussen christendom en conservatisme.
Op een congres aan de VU noemde hij de strijd tussen het goede en het kwade de overeenkomst tussen christelijke en conservatieve denkers. Verlichtingdenkers doen naar zijn mening tekort aan de zwakte van de mens.
Conservatisme als politieke beweging was een reactie op de Franse Revolutie,
zei VU-docent rechten dr. J. Sap. De 18e-eeuwse Ierse staatsman Edmund Burke, naar wie in Nederland een nieuwe conservatieve stroming is genoemd, noemde de Franse Revolutie 'tyrannie van het gepeupel'.
(...)
De Leidse rechtsfilosoof dr. A. Kinneging verklaarde de opkomst van het conservatisme als een herbezinning op wat de generaties voor ons hebben weggegooid. ,,Wij werden de afgelopen dertig jaar geregeerd door degenen die van het geloof van hun voorouders waren afgevallen.''
Uit het artikel: ''Christendom noch conservatief noch progressief'', Trouw, 19 november 2001
zie voor een breder beeld ook de introductie op dit congres, 17 november 2001
Wordt het nog wel wat met het Samen-op-Weg proces? vroeg dagblad Trouw zich bij monde van vaste verslaggever Lodewijk Dros onlangs af.
Dat lijkt een zeer terechte vraag. De grootste en toonaangevende Lutherse gemeente te Amsterdam heeft vermoeid het hoofd in de schoot gelegd wat SoW betreft; de Gereformeerden gaan hun leden maar eens raadplegen; de Gereformeerde Bond schreef een brandbrief over het zegenen van homorelaties aan de triosynode en het pronkstuk van de samenwerking, het Landelijk Dienstencentrum (LDC), dreigt uit elkaar te vallen omdat ondank waarschuwingen van alle kanten, bestuurders niet in wilden zien dat men afstormde op een miljoenentekort.
En om de mailase helemaal compleet te maken: directeur A. Wamsteker van het LDC zal naar alle waarschijnlijkheid uit haar functie worden gezet, zo meldt een artikel in de Trouw vandaag.
Lees het dossier 'Samen op Weg' in Trouw
Bekijk ook het artikel 'Samen op weg of niet?' van 7 augustus 2001
Op 17 november 2001 organiseert Beweging, het tijdschrift van de Reformatorische wijsbegeerte, een congres met als thema: Conservatisme. Hoewel elders in de wereld een grote groep mensen zich conservatief wil noemen, is dit in Nederland niet het geval. Enerzijds zijn onservatieven weinig zichtbaar omdat zij politiek gezien onderdak hebben gevonden bij verschillende partijen. Er is niet één enkele conservatieve partij in Nederland. Anderzijd is het ook zo dat er weinig mensen in Nederland zijn die zichzelf conservatief noemen. Het is veelal een (negatief) etiket dat men opgeplakt krijgt door anderen.
De laatste tijd lijkt hier verandering in te komen. De belangstelling voor het conservatisme neemt toe onder invloed van de ontzuiling, waardoor mensen elkaar eerder vinden, en als reactie op het materialistische paarse regeringsbeleid.
Onlangs is bijvoorbeeld de Edmund Burke Stichting (genoemd naar de 19e eeuwse conservatief Edmund Burke) opgericht waarin Nederlandse conservatieven zich in willen verenigen. Er zijn mensen die beweren dat christenen altijd conservatieven zijn. De conferentie wil vragen aan de orde laten komen als: In hoeverre is dat waar? Wat is conservatisme eigenlijk? Wat zijn de overeenkomsten en verschillen met het christelijk gedachtegoed? Welk mens- en maatschappijbeeld ligt aan het conservatisme ten grondslag en hoe wordt daar tegenaan gekeken vanuit de reformatorische wijsbegeerte?
Voor meer informatie: Reformatorische
wijsbegeerte
Informatie over opgave: Centrum voor
Reformatorische Wijsbegeerte
Waarschijnlijk nog nooit sinds 1517 zijn rooms-katholieken en protestanten elkaar zo dicht genaderd als vier jaar geleden. Negentien vooraanstaande evangelicalen en zestien r.-k. theologen zetten in Amerika hun handtekening onder de gezamenlijke verklaring The Gift of Salvation. Waar vier eeuwen geleden een onoverbrugbare kloof werd geslagen, bleek men nu een gemeenschappelijk geloof te delen.
Samen omarmden zij het sola fide van de Reformatie: "Wij zijn het erover eens dat rechtvaardiging niet verdiend wordt door goede werken of verdiensten van onszelf..." Het document noemt Jezus "de enige Middelaar tussen God en mensen" en belijdt dat de verlossing is ,voltooid' (accomplished) "door Christus' plaatsvervangend offer aan het kruis".
De evangelicale deelnemers van hun kant stemden toe, dat het niet alleen gaat om de persoonlijke relatie met God, maar ook om de gemeenschap van de kerk. En zij kaderen de evangelische nadruk op ervaring in: "De ervaring en de expressie van Christus' genade en de gave van de Geest zijn voor allerlei christenen en in verschillende christelijke tradities weer anders, maar Gods gave hangt nooit af van onze menselijke ervaring of onze manieren om aan die ervaring uiting te geven."
Niettemin zag de verklaring nog tal van vragen waarover nog moest worden doorgesproken: onder meer de 'instorting' van de genade in de eucharistie, het verschil tussen rechtvaardiging en heiliging, goede werken, vagevuur, aflaten, Maria en de heiligen. Het waren geen kleine jongens, de protestanten die hun naam aan deze verklaring gaven: columnist Charles Colson, Bill Bright van Campus Crusade for Christ en de bekende theoloog James I. Packer waren onder hen. Toch kwamen zij zwaar onder vuur uit eigen kring. Ze hadden zich zand in de ogen laten strooien met formules waarmee rooms-katholieken iets anders bedoelen dan protestanten. En hoe kun je samen de rechtvaardiging 'door geloof alleen' belijden, als zoveel andere vragen die daarmee nauw samenhangen, nog open blijven?
De verklaring zegt daarover: "Wij willen deze vragen beslist verder onderzoeken (...) Allen die waarlijk in Jezus Christus geloven, zijn broeders en zusters in de Heer en moeten door hun verschillen, hoe belangrijk ook, (...) zich niet laten afbrengen van het samen getuigen van Gods geschenk van verlossing in Christus." Hoe kijkt Huib Zegwaart van de Nederlandse Broederschap van Pinkstergemeenten daar tegenaan? Hij doet sinds 1992 mee aan een internationale dialoog tussen Rome en de Pinksterbeweging. Die gesprekken - al sinds de jaren zeventig - zijn niet gericht op eenwording of op gezamenlijke verklaringen. Het gaat veel meer om elkaar leren kennen, vooroordelen en misverstanden uit de weg ruimen. De dialoog fungeert ook als bliksemafleider als met name in Latijns-Amerika de spanning weer eens oploopt. Rooms-katholieken met klachten over agressieve evangelisatie, of pinkstergemeenten met klachten over de dominante Rooms-Katholieke Kerk, kunnen die inbrengen. Via 'stille diplomatie' wordt dan een oplossing gezocht.
Zegwaart heeft geen probleem met The Gift of Salvation. Ook zijn ervaring is dat rooms-katholieken en evangelischen elkaar "in de basics heel aardig vinden". Hij voelt met orthodoxe rooms-katholieken in menig opzicht meer verwantschap dan met liberale protestanten. "Er is veel meer wat ons bindt dan wat ons scheidt. Vanuit de historie letten we meestal vooral op de verschillen, zoals dat gaat bij broedertwisten. Maar toen ik nog studeerde, zei een prof in Leuven begin jaren tachtig tegen me: 'Met het voortschrijden van de secularisatie zal het gemeenschappelijke meer op de voorgrond treden'."
"Ja, er liggen grote verschillen. Je moet inderdaad verder praten. In de dogmatiek hangt alles met alles samen. De theologische doordenking is nooit ten einde. Maar wat je al samensprekend bereikt hebt, moet je toch af en toe vastleggen. En vergis je niet: de gesprekspartners in zo'n dialoog kennen de knelpunten heel goed." (...)
Uit het artikel 'Ook katholieken omarmen het 'sola fide'' Nederlands Dagblad, 16 november 2001
Lees ook de uitvoerige studie over de verschillen tussen Rome en het Protestantisme van J.M.M. Thurlings
DEN HAAG – Een ruime meerderheid (67 procent) van de Nederlandse bevolking
vindt dat het verbod op discriminatie hoger gezag moet hebben dan de vrijheid van godsdienst. De SGP zou om die reden
moeten inbinden met het vrouwenstandpunt, zo suggereert een representatieve peiling van het NIPO.
Aanleiding voor de peiling is de recente ophef over het vrouwenstandpunt van de SGP. Van de ongeveer 1000 ondervraagden
keurt 88 procent af dat de SGP vrouwen niet toelaat als volwaardig lid. Slechts 4
procent kan begrip opbrengen voor het standpunt van de staatkundig gereformeerden.
Dat de SGP zich beroept op Gods Woord is voor een meerderheid niet overtuigend. Ruim driekwart van de ondervraagden vindt dat een politieke partij zich niet moet beroepen op een heilige boek. Slechts 14 procent kan daarvoor begrip opbrengen. Dat zijn vooral de kiezers van ChristenUnie en SGP. Slechts 24 procent van de CDA'ers vindt een beroep op de Bijbel gerechtvaardigd. (...)
SGP-voorzitter Kolijn noemt het „ronduit onheilspellend" dat maar liefst driekwart van de ondervraagden
vindt dat het beroep op de Bijbel in de politiek niet moet kunnen. „In dit percentage zijn duidelijk de omtrekken
zichtbaar van een opkomende antichristelijke staat. Als die trend zich doorzet, zullen belijdende
christenen steeds verder in de verdrukking komen."
Uit het artikel 'Peiling: SGP mag zich niet op Bijbel beroepen' - Reformatorisch Dagblad,
15 november
2001
HUIZEN (ANP) - Als de gezamenlijke synode van de drie Samen-op-Wegkerken volgende week de voorstellen over het homohuwelijk goedkeurt, gaat ze een grens over die de Gereformeerde Bond niet wil passeren.
Dit schrijft het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde kerk in een brief aan de hervormd-gereformeerde kerkenraden, die de brief woensdag in het Bondsorgaan De Waarheidsvriend publiceerde. ,,De eenwording van de kerken mag zich op deze wijze niet volvoeren'', aldus voorzitter G. Kamphuis namens het bestuur.
De Gereformeerde Bond noemt het een ,,onmogelijke mogelijkheid'' dat homoseksuele paren hun huwelijk of relatie laten zegenen in een van de SoW-kerken.
Als de Hervormde, Gereformeerde en Lutherse Kerken dit doen, gaan ze in tegen het Woord van God, vindt de Bond die alleen het huwelijk tussen man en vrouw als een instelling van God beschouwt.
De Bond spreekt in de brief ook zijn verontrusting uit over de voorstellen met betrekking tot de kinderdoop en het heilig avondmaal die de triosynode volgende week behandelt.
De Bond vindt het onacceptabel als de toekomstige verenigde kerk naast de kinderdoop in haar kerkorde ook de volwassendoop erkent en als ze gemeenteleden die geen openbare belijdenis van het geloof hebben afgelegd, toestaat deel te nemen aan het avondmaal.
De vraag wat de Gereformeerde Bond gaat doen als de synode de voorstellen volgende week tijdens de vergadering op donderdag, vrijdag en zaterdag goedkeurt, is volgens Kamphuis niet aan de orde. ,,We geven in deze brief uiting aan onze diepe zorg, de nood van ons hart. Over een 'als-dan'-situatie denken we niet na'', aldus de voorzitter.
Uit het artikel: 'Gereformeerde Bond: Eenwording mag niet zo', Trouw, 14 november 2001
ROTTERDAM (ANP) - 'Twijfelende zielen' kunnen op 9 en 16 december in twee Rotterdamse kerken terecht voor een dienst voor ongelovigen.
De diensten bevatten liederen, teksten en een heuse preek.
Maar het gemeenschapsgevoel is belangrijker dan de inhoud, zei initiatiefnemer Rini Biemans dinsdag. De diensten zijn eigenlijk een 'culturele productie' die op basis van de blauwdruk van de christelijke liturgie bij de ongelovige kerkgangers een gemeenschapsgevoel wil opwekken. De diensten in de Pauluskerk (9 december) en de Remonstrantse Kerk (16 december) zijn gericht op ,,een ieder die wellicht angstig of onzeker is omtrent het leven en die niet een-twee-drie bij een god terecht kan'', aldus een persbericht. ,,Wij geloven niet dat God bestaat, maar ook niet dat God niet bestaat. Wij weten het niet, wij twijfelen.''
(...)
Uit het artikel 'Diensten voor ongelovigen in Rotterdam' Trouw,
13 november 2001
DEN BOSCH - Nederlandse moslims worden na de aanslagen in de Verenigde Staten als groep ten onrechte in een kwaad daglicht
gesteld. Dat concludeert de redactie van Begrip, in het nieuwste nummer van het tijdschrift voor de relatie tussen moslims en
christenen. Daarom is het blad volledig gewijd aan 'Moslims over christenen'.
Fundamentalisme komt in alle tijden en bij alle religies voor. Naast moslim-geleerden die de dialoog met christenen willen aangaan vanuit
een nieuwe uitleg van hun bronnen zijn ook de 'gewone' moslims veel vredelievender en kritischer dan menig christen
denkt, zegt islamkenner dr. Jacques Waardenburg in Begrip.
Waardenburg erkent dat de meeste islamitische beschrijvingen van het christendom traditioneel zijn,
al is er sinds de vorige eeuw ook een opener benadering. Het Jezusbeeld van het Nieuwe Testament wordt
positief benadrukt en de teksten over Jezus worden niet meer vervalsingen genoemd.
(...) Moslims ontmoeten volgens Waardenburg meer dan voorheen christenen in levenden lijve. Hij somt
ook moslim-geleerden op die de dialoog en een gemeenschappelijke strijd tegen onderdrukking bepleiten. Zelf is Waardenburg in de jaren
zeventig van de vorige eeuw nauw betrokken geweest bij de toen opgerichte Raad van Religies.
(...)
Hij vindt overigens dat het begrip 'dialoog' op zeer diverse wijzen wordt benut, afhankelijk van de verschillen in culturen. Voor hem
betekent het: hoge eisen stellen van werkelijke kennis en echt begrip. Simpelweg uitwisselen van religieuze ervaringen is voor hem
ontoereikend, temeer wanneer men toch zijn eigen mening wil handhaven. In de westerse dialoog van christenen en moslims vindt de
islamkenner, dat christenen zich meer gevoelsmatig op de instellingen levenswijze van de moslim moeten richten en elke identificatie met
westerse politieke en andere belangen moeten tegengaan. (...)
Uit het artikel 'Moderne islam positief over Jezus' Nederlands Dagblad,
12 november 2001
De Groene Amsterdammer gaat in haar laatste nummer uitvoerig in op de plaats van Israël in de Nederlandse en Arabische politiek.
G. Philip Mok, columnist voor het Nieuw Israëlitisch Weekblad werd de wacht aangezegd na enkele verbeten uitlatingen van zijn kant die een parallel trokken tussen het herbergen van Duitse oorlogsmisdadigers en het binnenhalen van Arafat door de Palestijnse regering. Heeft er een kentering plaatsgevonden in het Nederlandse beleid, en wat heeft 11 september daarmee te maken? Mok ziet een kentering in het Nederlandse beleid wel, hoewel al al veel eerder dan 11 september. Mok ziet in Israël nu de zondebok van die terreurdaad. «Israël is de jood onder de staten»
Dr. Fred Grunfeld, politicoloog aan de universiteit van Maastricht gaat uitvoerig in op de rol die Nederland speelde ten aanzien van Israël sinds de oprichting van deze staat in 1948. Nederland golft wat hem betreft heen en weer tussen omarming en kritisch wijzen met het vingertje.
En Ronny Naftaniel van het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël is niet bang dat Israël de zondebok wordt van 11 september «Ik denk dat de meeste mensen daar niet intrappen.»
In een volgend artikel wordt ingegaan op de relatie tussen de staat Israël en de binnenlandse politiek van Arabische staten. Deze blijken Israël als grote vijand hard nodig te hebben om hun eigen binnenlandse optreden te versluieren.
Arabist Hans Jansen: « Als het gaat om de haat en frustratie van Arabieren,
dan is het Israëlisch-Palestijnse conflict maar een aanleiding. De ware oorzaak
is het onvermogen van Arabische regeringen om hun land behoorlijk te besturen.
Ze hanteren Israël, het zionisme en de Palestijnse kwestie als bliksemafleider.
Ze hebben de Israëlische vijand nodig om hun hoge defensiebudgetten, hun
geheime diensten en hun gesloten samenlevingen te rechtvaardigen.»
Lees de artikelen: 'Op de golven van Nederland-Israël' en 'Geliefde vijand' in de Groene Amsterdammer
Juist onder huisartsen die tot de voorhoede van de euthanasiepraktijk behoren, groeit de tegenzin tegen de dood op verzoek. ,,Uit onkunde en onwetendheid worden mensen de euthanasieprocedure ingesluisd aan wie nog heel wat kwaliteit van leven geboden zou kunnen worden'', zegt een van hen vandaag in deze krant.
Het gaat om artsen die de praktijk goed kennen, omdat zij als 'euthanasieconsulent' jaarlijks ruim vijftien keer de wettelijk vereiste second opinion geven aan collega's die overwegen een patiënt te euthanaseren. Nederland heeft met de euthanasiewetgeving de ,,omgekeerde weg'' bewandeld, aldus de artsen.
De huisartsen bevestigen nu wat critici in het buitenland al langer zeggen over het Nederlandse euthanasiebeleid. Nadat ze jarenlang als consulent hun fiat aan de dood op verzoek gaven, proberen ze steeds vaker patiënten en collega's van euthanasie af te houden.
In het hele land begint zich onder huisartsen een ,,tegenbeweging tegen euthanasie'' af te tekenen. Dit zegt B. Wanrooij, werkzaam op de afdeling huisartsengeneeskunde in het Amsterdamse Academisch Medisch Centrum. Aan ruim 130 huisartsen verstrekt zij nu studiemateriaal over andere manieren dan euthanasie om lijden te verzachten, de zogeheten palliatieve zorg. Zij ontmoeten elkaar in zogeheten 'palliatieve peer groups'. Tot ongeveer een jaar geleden werd aan palliatie in de huisartsenopleiding nauwelijks tijd besteed.
(...)
De directeur van de KNMG, P. Rijksen, erkent dat de aandacht voor palliatieve zorg onder huisartsen recentelijk opvallend toeneemt. Rijksen spreekt van ,,voortschrijdend inzicht''. Huisartsen noemen het aannemen van de euthanasiewet dit voorjaar een belangrijke oorzaak van hun groeiende reserves. Een toenemend aantal patiënten ziet de euthanasie nu ten onrechte als een recht, zeggen de artsen, die zich ,,over een grens gedrukt'' voelen.
Uit het artikel 'Tegenzin euthanasie groeit onder artsen', NRC 10 november 2001
UTRECHT – De Alpha-cursus scoort onder kerkelijke en niet-kerkelijke deelnemers hoog. Het min of meer
vrijblijvende en informele karakter lijkt goed aan te sluiten bij de hedendaagse mens. Toch levert de cursus
weinig kerkgroei op.
.
Dat is een van de conclusies uit een onderzoek dat het NBI, het interkerkelijk instituut voor
theologische studie en vorming (hbo-opleidingen theologie), en Kerkinactie deden onder 25 gemeenten uit
verschillende kerkgenootschappen. Het is een kleine groep, erkent het instituut, waarbij een breder onderzoek
bepaalde lijnen zou kunnen versterken of verzwakken. Het laat ook nog tal van kwesties open, met name als het gaat over
de uiteindelijke effecten van de cursus.
.
De gegevens zijn ondergebracht in een brochure met de titel ”Tussen eten en weten. Gedachten en meningen over de
Alpha-cursus.” Het enthousiasme voor de Alpha-cursus zit onder meer in de persoonlijke aandacht, de
hartelijkheid, saamhorigheid en betrokkenheid op elkaar. De gezamenlijke maaltijden en het weekend
dragen daaraan sterk bij, volgens het NBI. De cursus speelt in op een behoefte aan heldere uitleg van het christendom.
Toch is het verschil in sfeer tussen de cursus en de kerkdienst te groot. Niet-kerkelijke deelnemers vinden
moeilijk aansluiting bij een kerk, hoewel sommigen volgens het NBI wel tot geloof komen.
Het instituut heeft ook de nodige kritiek op de cursus. Na afloop van de cursus zou de
nazorg meer aandacht moeten krijgen. Het cursusmateriaal zou verder onvoldoende ingaan op levens- en geloofsvragen van de
moderne mens. Ook sluit de cursus onvoldoende aan bij maatschappelijke ontwikkelingen en de daarbij behorende
ethische vragen. (...)
Uit het artikel 'Alpha-cursus
zorgt voor weinig kerkgroei', Reformatorisch Dagblad,
9 november
2001
VEENENDAAL – Twee zwagers waren het meer dan eens: veel waardevolle publicaties, zowel preken als stichtelijke toespraken, verdienden het om bewaard te blijven voor het nageslacht. Ruim elf jaar geleden werd de stichting Lectori Salutem opgericht. De honderdste publicatie is nu de markante mijlpaal: de Westminster Confessie is weer beschikbaar in het Nederlands. (...)
Lees het artikel: ‘Westminster’ als markante mijlpaal in het Reformatorisch Dagblad, 9 november 2001
DOORN (ANP) - De gereformeerde synode heeft de Theologische Universiteit Kampen (ThUK) vrijdag opdracht gegeven een bezinningsdag te houden over de verhouding tussen exegese (bijbeluitleg) en dogmatiek (kerkleer).
Het college van curatoren van de gereformeerde universiteit moet naar aanleiding daarvan een rapport over dit thema bij de synode indienen. De kerkvergadering had de curatoren in 1997 al gevraagd een rapport te schrijven over het onderzoek aan de ThUK naar de relatie tussen exegese en dogmatiek.
Maar volgens de curatoren bleek het niet mogelijk de uitkomsten van de diverse discussies over de kwestie in een rapport vast te leggen. De problematiek is volgens hen zo gecompliceerd dat verdere bezinning noodzakelijk is.
Bovendien zou het rapport uitkomen op het moment dat er nog discussie was over de verzoeningsleer naar aanleiding van een omstreden boek van de Kamper hoogleraar dr. C. den Heyer. Die stelt daarin dat de kerkelijke verzoeningsleer niet als dogma in het Nieuwe Testament voorkomt. Volgens die leer heeft Jezus door aan het kruis te sterven de zonden van de hele wereld op zich genomen. De synode nam uiteindelijk geen maatregelen tegen Den Heyer, maar vond wel dat hij in zijn boek exegese en dogmatiek niet zorgvuldig genoeg op elkaar had betrokken.
De bezinningsdag van de ThUK, vermoedelijk in de loop van volgend jaar in Kampen, is bestemd voor gereformeerde synodeleden en mogelijk ook voor hun hervormde en lutherse collega's. Het dagelijks bestuur van de Gereformeerde Kerken zal over dat laatste nog overleggen met de besturen van de partners in het Samen-op-Wegproces. De ThUK moet de bezinningsdag zo mogelijk met docenten van andere theologische opleidingen organiseren.
Uit het artikel 'Kamper bezinningsdag over bijbeluitleg' Trouw, 9 november 2001
OEGSTGEEST (ANP) - De Digha Nikaya, de lange leerredes van de Boeddha, zijn voor het eerst volledig in het Nederlands vertaald. Het werkstuk van de vertalers prof.dr. R. Janssen en drs. J. de Breet wordt zaterdag in Amsterdam gepresenteerd.
De presentatie vindt plaats tijdens een bijeenkomst van de Stichting Vrienden van het Boeddhisme gepresenteerd. De verzameling teksten uit de vijfde eeuw voor Christus, geschreven in het Pali, maakt deel uit van vijf bundels met leerredes, die samen met twee andere groepen klassieke teksten de canon van het theravada-boeddhisme vormen. Deze oudste vorm van het boeddhisme is vandaag de dag dominant in Sri Lanka, Myanmar en Thailand.
(...)
Uit het artikel 'Boeddhistische teksten in het Nederlands'
Trouw, 8 november
2001
NEW YORK - De aanslagen in New York en Washington zijn slechts een glimp van wat er tijdens de eindtijd zal gebeuren, denken Tim LaHaye en Jerry Jenkins. De eindtijd is volgens de twee auteurs echter nog niet begonnen.
Na 11 september is de belangstelling voor de boekenserie De laatste bazuinvan LaHaye en Jenkins sterk toegenomen. De hernieuwde interesse van veel Amerikanen in God vinden de twee erg positief. "We denken dat God onze boeken gebruikt om de boodschap over te brengen dat vandaag de dag is voor mensen om vrede met God te sluiten nu het nog kan."
Uit het artikel ‘Aanslagen slechts glimp van eindtijd’ Nederlands Dagblad, 8 november 2001
Lees ook het artikel 'Leeuwengebrul en lied van 't Lam' in het Reformatorisch Dagblad
ROTTERDAM (ANP)- Ook volgend jaar zullen voorgangers van verschillende godsdiensten gaan preken bij andere religieuze groeperingen. Burgemeester en wethouders van Rotterdam hebben daarvoor geld vrijgemaakt in de begroting van de gemeente voor 2002.
'Preken voor andermans parochie' is een project tijdens Rotterdam Culturele Hoofdstad 2001. Gedurende het hele jaar was elk weekeinde in een moskee, tempel, synagoge of kerk een gastspreker te horen van een andere religie. Zo sprak een imam in een hervormde kerk, en een predikant in een hindoetempel. De bedoeling was het stimuleren van de ontmoeting tussen de diverse culturen in de stad, ook een hoofddoel van het project Culturele Hoofdstad 2001.
Burgemeester en wethouders van Rotterdam kwamen met de toezegging op een vraag van het CDA tijdens de begrotingsbehandeling. Wel vindt het college het preekproject een beetje duur (ruim 48.000 euro) en wil het maar de helft beschikbaar stellen. Dat zou betekenen dat er volgend jaar elke twee weken gepreekt wordt voor andermans parochie.
N. Zemering, lid van de stuurgroep die het project begeleidt, is ,,heel erg blij'' met de toezegging.
(...) Het belang van het project is volgens Zemering voo